Sociaal-Juridisch

Bijkluswet deels vervangen door wet betreffende het verenigingswerk

By 29 januari 2021No Comments

Met ons artikel ‘Het Grondwettelijk Hof trekt een streep door de wet op het onbelast bijverdienen’ hebben wij u reeds geïnformeerd dat de wet op het onbelast bijverdienen vernietigd werd door het Grondwettelijk Hof. Het gunstig fiscaal en sociaal statuut kon nog toegepast worden tot en met 31 december 2020, vanaf 2021 zijn de inkomsten echter niet meer onbelast.

Op de valreep is op 31 december 2020 de nieuwe wet gepubliceerd, die op 1 januari 2021 in voege is getreden. De wet is evenwel enkel van toepassing op de sportsector. Hieronder kan u de belangrijke krijtlijnen terugvinden.

Definities en toepassingsgebied

Onder hoofdstuk 2 wordt gedefinieerd wat verenigingswerk inhoudt. De definities zoals gangbaar onder de oude wet worden volledig hernomen. In de nieuwe wetgeving wordt het toepassingsgebied wel beperkt tot de sportsector, m.n. tot de volgende activiteiten:

  1. animator, leider, monitor of coördinator die sportinitiatie en/of sportactiviteiten verstrekt;
  2. sporttrainer, sportlesgever, sportcoach, jeugdsportcoördinator, sportscheidsrechter, jurylid, steward, terreinverzorger-materiaalmeester, seingever bij sportwedstrijden;
  3. conciërge van sportinfrastructuur;
  4. hulp en ondersteuning bieden op occasionele of kleinschalige basis op het vlak van het administratief beheer, het bestuur, het ordenen van archieven of het opnemen van een logistieke verantwoordelijkheid bij activiteiten in de sportsector;
  5. hulp bieden op occasionele of kleinschalige basis bij het opstellen van nieuwsbrieven en andere publicaties (zoals websites) in de sportsector;
  6. verstrekker van opleidingen, lezingen, en presentaties in de sportsector

De verenigingswerker moet bijkomend minstens 18 jaar zijn, en gewoonlijk en hoofdzakelijk een beroepsactiviteit uitoefenen als werknemer of zelfstandige. Gepensioneerden kunnen ook werken als een verenigingswerker.

Per maand mag de verenigingswerker maar maximaal 50 uren gemiddeld verenigingswerk verrichten.  Dit gemiddelde wordt gecontroleerd op kwartaalbasis.

Overeenkomst inzake verenigingswerk

Uiterlijk op het ogenblik van de aanvang van het verenigingswerk moeten de verenigingswerker en de organisatie een schriftelijke overeenkomst sluiten. Een elektronische versie wordt door de wet ook toegelaten. Deze overeenkomst moet een aantal verplichte vermeldingen bevatten, zoals o.a. de identificatiegegevens van de verenigingswerker en organisatie, maar ook de plaats van het verenigingswerk, het werkrooster en de vergoeding. De website verenigingswerk.be voorziet in een modelovereenkomst verenigingswerk.

Deze overeenkomst mag maximaal een bepaalde duur van één jaar hebben. Per kalenderjaar kunnen er maximum 3 al dan niet opeenvolgende overeenkomsten inzake verenigingswerk worden gesloten tussen de verenigingswerker en de organisatie. Wanneer er sprake is van een verlenging, zal er steeds een nieuwe elektronische aangifte moeten gebeuren.

Vergoeding van het verenigingswerk

Partijen spreken bij de aanvang van het verenigingswerk een vergoeding af, die ook opgenomen moet worden in de schriftelijke overeenkomst inzake verenigingswerk. Deze vergoeding is inclusief alle vergoedingen die de terugbetaling van kosten of verplaatsingen betreffen.

De wet legt een minimumvergoeding voor verenigingswerk op van 5,00 EUR per uur (IJ 2021). Het maandelijks bedrag mag evenwel niet meer bedragen dan 1/12e van 6.390,00 EUR (IJ 2021).
Voor sommige activiteiten wordt de limiet verhoogd naar op 1.065 EUR per maand (Dit bedrag moet nog bij KB bevestigd worden), doch op jaarbasis moet steeds het bedrag van 6.390,00 EUR in acht genomen worden.

De organisatie betaalt op de vergoeding een solidariteitsbijdrage van 10% aan de RSZ.
De verenigingswerker zal belast worden aan een aanslagvoet van 20%, maar mag van het ontvangen bedrag 50% in mindering brengen als forfaitaire onkosten, waardoor er uiteindelijk maar een heffing van 10% verschuldigd is.

Elektronische aangifte

Naast de schriftelijke overeenkomst, moet ook voorafgaand aan het moment waarop de verenigingswerker zijn prestaties aanvat een aangifte via elektronische weg gebeuren aan de RSZ.

Middels deze aangifte moeten naast de identificatiegegevens, ook de datum van aanvang van de prestatie van de verenigingswerker, de datum van het einde van de prestatie van de verenigingswerker, de aard van de prestatie en het bedrag van de te ontvangen vergoeding voor iedere prestatie meegedeeld worden. De RSZ heeft gecommuniceerd dat begin februari de aangifte mogelijk zal zijn via de website verenigingswerk.be. Activiteiten die voor deze datum hebben plaatsgevonden, mogen retroactief aangegeven worden.

De RSZ zal voorafgaandelijk controleren of de verenigingswerker aan de nodige toepassingsvoorwaarden voldoet.

Elektronisch platform

De wetgeving op het verenigingswerk legt aan de RSZ de verplichting op om elektronische toepassing te ontwikkelen waarop de organisatie als de verenigingswerker een aantal gegevens kunnen raadplegen.

De RSZ heeft een elektronisch platform naar analogie van de website bijklussen.be opgezet, zijnde www.verenigingswerk.be. Vanaf begin februari is deze actief, en kunnen beide partijen de nodige info vergaren zoals de vergoedingen die uitbetaald zijn geweest of nog moeten uitbetaald worden. Ook zal de aangifte via dit platform kunnen gebeuren.

Inwerkingtreding

 De wet is van bepaalde duur en geldt vanaf 1 januari 2021 tot en met 31 december 2021.

 

Bron: Wet van 24 december 2020 betreffende het verenigingswerk, BS 31.12.2020

We blijven bereikbaar!

Uitzonderlijke tijden vragen om uitzonderlijke maatregelen. Onze medewerkers werken momenteel van thuis uit en daarom hebben we onze manier van werken wat aangepast.

Om iedereen zo snel mogelijk verder te helpen, ontvangen we graag alle vragen via e-mail. Stay safe!

Deze website maakt gebruik van cookies om je gebruikservaring te optimaliseren. Door op “Accepteren” te klikken, ga je akkoord met het plaatsen van deze cookies.