Skip to main content
Sociaal-Juridisch

Federaal regeerakkoord 2025-2029

By 13 februari 2025maart 20th, 2025No Comments

Vanuit diverse bronnen werd het federaal regeerakkoord reeds toegelicht.

Hieronder wordt het gros van het akkoord uiteengezet, meer in het bijzonder richten we ons op de maatregelen die een impact hebben op de werkgevers.

Modernisering arbeidsrecht 

  • Afschaffing minimale wekelijkse arbeidsduur

De verplichting dat de minimale wekelijkse arbeidsduur minstens een derde moet zijn van een voltijds rooster wordt geschrapt.

Bijvoorbeeld indien een voltijds rooster 39u per week is, moet het deeltijds rooster momenteel minimum 13 uren zijn. 

Het verbod op arbeidsprestaties van minder dan 3u (behoudens de wettelijke uitzonderingen) en oproepcontracten blijft wel behouden.

  • Studentenarbeid

Het fiscaal en sociaal vriendelijk studentenstatuut wordt permanent verhoogd naar 650 uren. De leeftijdsgrens wordt ook op 15 jaar gebracht (nu geldt als voorwaarde minstens 16 jaar oud zijn of 15 of ouder zijn én de eerste twee studiejaren van het middelbaar onderwijs gevolgd hebben).

Bijkomend wordt ook de fiscale vrijstelling voor inkomsten uit studentenarbeid verdubbeld en verhogen we het maximumbedrag van de nettobestaansmiddelen naar 12.000 euro voor iedereen.

  • Afschaffing verbod op nachtarbeid

De regering wilt het verbod op nachtarbeid afschaffen, alsook de wettelijk verplichte sluitingsdag.

In de distributie en aanverwante sectoren zal nachtarbeid vanaf middernacht starten, en niet vanaf 20u, zonder evenwel in te grijpen op de huidige rechten van de werknemers die momenteel actief zijn tussen 20u-24u.

  • Herinvoering proefperiode

De regering wilt na overleg met de sociale partners uiterlijk 31/12/2025 de proefperiode terug invoeren, zodoende dat zowel de werkgever of werknemer de arbeidsovereenkomst kan beëindigingen met een opzegtermijn van 1 week gedurende de eerste 6 maanden van de arbeidsovereenkomst.

  • Flexijobs

Het maximum jaarinkomen wordt verhoogd van 12.000 naar 18.000 euro. Waar mogelijk zal het uurloon ook verhoogd worden van 17 euro naar 21 euro.

Voor voltijdse werknemers zal het verbod op tewerkstelling bij verbonden ondernemingen opgeheven worden.

Deze aanpassing kadert in de verstrenging dat je in het kwartaal waarin je de flexi-job uitoefent niet voorafgaand, noch bijkomend bij een verbonden onderneming van de werkgever tewerkgesteld mag zijn geweest.

De mogelijkheid voor het uitoefenen van een flexi-job wordt opengezet voor alle sectoren, met de mogelijkheid voor sectoren om via een opt-out flexi-jobs uit te sluiten of te reguleren.

  • Overuren

Er wordt een structurele en uniforme en flexibele algemene regeling van 180u fiscaalvriendelijke overuren ingevoerd met een lastenverlaging voor de werkgever en een belastingvermindering voor de werknemer.

De vrijwillige overuren worden opgetrokken naar 360 overuren zonder inhaalrust of motief, waarop 240 vrijwillige overuren geen overloon, socialezekerheidsbijdragen of bedrijfsvoorheffing verschuldigd is (bruto = netto). Er is nog steeds een schriftelijke overeenkomst vereist. De vrijwillige overuren worden voorbehouden voor werknemers die voltijds werken en daarnaast ook voor deeltijdse werknemers die minstens 3 jaar deeltijds werken op voorwaarde dat er een tijdelijke toename van werk is.

Voor de horeca zullen de huidige 360 vrijwillige overuren opgetrokken worden naar 450 overuren, waarvan 360 zonder verplicht overloon, en zal de huidige regeling vereenvoudigd en flexibeler gemaakt worden.

  • Einde arbeidsovereenkomst

Voor nieuwe aanwervingen zal de opzegvergoeding beperkt worden tot maximaal 52 weken. 

Ook zal de cumul van beschermingsvergoedingen die verkregen kunnen worden in het kader van het einde van de arbeidsovereenkomst beperkt worden.

Administratieve vereenvoudiging werkgeversplichten

De federal learning account wordt afgeschaft. Het individueel opleidingsrecht wordt wel behouden, maar zal ingevuld worden met meer flexibiliteit en gedeeltelijke collectivisering.

Verder wordt de startbaanverplichting afgeschaft.

Het project e-gov 3.0 zal verder uitgerold worden naar andere cases om de aangifte van loon- en arbeidstijdgegevens te moderniseren en faciliteren.

De administratieve verplichtingen (momenteel gelden er bijvoorbeeld een aanwezigheid van schriftelijke overeenkomst, afwijkingsdocument, …) voor de werkgevers voor deeltijdse arbeid worden vereenvoudigd, evenwel zonder te raken aan de bescherming van onvrijwillig deeltijdse werknemers.

Voor de overeenkomsten tussen werkgever en werknemer waar de wet oplegt dat deze zesmaandelijks hernieuwd moeten worden (bijvoorbeeld vierdagenweek of vrijwillige overuren), wordt voorzien dat deze overeenkomsten ook voor onbepaalde duur gesloten kunnen worden met een zesmaandelijks herroepingsrecht.

Tenslotte zullen de jaarlijkse risico-analyses die een onderneming dient op te maken in het kader van de welzijnswet vereenvoudigd worden, en niet jaarlijks herhaald moeten worden indien de werkomstandigheden niet gewijzigd zijn.

Arbeidsongeschiktheid : preventie en re-integratie

De nieuwe regering wilt tijdens zijn ambtstermijn ook sterk inzetten op het terugschroeven van het aantal langdurige zieken en preventief op te treden.

Er wordt daarbij gekeken naar de werkgever, werknemer, geneesheren, ziekenfondsen en regionale diensten voor arbeidsbemiddeling (in Vlaanderen bijvoorbeeld VDAB).

  • Werkgevers worden alleszins aangemoedigd om een actief verzuimbeleid in te voeren waarbij een werkomgeving gecreëerd wordt waarin ziekteverzuim zoveel mogelijk wordt voorkomen en arbeidsongeschikte werknemers regelmatig worden gecontacteerd en opgevolgd.
  • Werkgevers die niet voldoen aan de voorwaarden van een KMO zullen gedurende de eerste 2 maanden van primaire arbeidsongeschiktheid die volgen op de periode van gewaarborgd loon, een bijdrage van 30 % van de ziekte-uitkering ter hunne laste moeten nemen. De huidige sancties (vb. responsabiliseringsbijdrage) zullen voor deze ondernemingen geschrapt worden.
  • De re-integratietrajecten zullen hervormd worden zodat er ook rekening gehouden kan worden met de mogelijkheid tot tewerkstelling bij een andere werkgever.
  • Verder zal de preventieadviseur-arbeidsarts voor elke werknemer die minstens 1 maand afwezig is wegens gezondheidsproblemen (en waarvoor hij dus een medisch attest heeft gekregen) actie moeten ondernemen, zoals het doorsturen van informatie tot het uitnodigen voor een gesprek.
  • Ook worden werkgevers verplicht om na 8 weken arbeidsongeschiktheid een inschatting te laten maken van het arbeidspotentieel van hun werknemer door de externe preventiedienst, en desgevallend een re-integratie-traject te starten. Werkgevers met meer dan 20 werknemers zullen een sanctie krijgen indien niet binnen de 6 maanden vanaf de aanvang van de ziekte een re-integratieproces wordt opgestart voor wie arbeidspotentieel (zijnde nagaan op welke wijze de werknemer nog ingezet kan worden op de werkvloer) heeft.
  • De huidige wachtperiode voor de beëindiging van de arbeidsovereenkomst omwille van medische overmacht wordt ingekort van 9 naar 6 maanden ononderbroken. De bijdrage aan het Terug Naar Werk (TNW)-fonds zal wel steeds verschuldigd bij de beëindiging van de overeenkomst, ongeacht dus de wijze van beëindiging. Thans moet de werkgever enkel een bijdrage betalen indien de arbeidsovereenkomst eenzijdig door de werkgever beëindigd wordt.
  • Als de werknemer instemt, kan de werkgever het formeel of informeel re-integratietraject naar werk al opstarten vanaf de eerste dag ziekte.

Ook op het niveau van de werknemer zullen er een aantal wijzigingen optreden:

  • De vrijstelling om drie keer per jaar een medisch attest voor te leggen bij ziekte van 1 dag wordt ingekort van 3 naar 2 dagen per kalenderjaar.
  • Werknemers met arbeidspotentieel zullen zich verplicht moeten inschrijven bij de regionale dienst voor arbeidsbemiddeling.
  • Werknemers die onvoldoende of niet meewerken aan een re-integratietraject zullen gesanctioneerd worden.
  • Een afwezigheid zonder geldige motivering op een uitnodiging van een arts (arbeidsarts én adviserend arts) in functie van re-integratie, geeft bij de werknemer aanleiding tot een schorsing van het recht op uitkeringen/gewaarborgd loon.
  • Het recht op 30 dagen gewaarborgd loon bij herval is pas van toepassing na 8 weken werkhervatting. Bij progressieve werkhervatting zal de onderneming die de werknemer de kans geeft om het werk progressief te hervatten geen gewaarborgd loon verschuldigd zijn bij herval gedurende deze tewerkstelling.
  • Een toelating van de behandelend arts of arbeidsarts zal voortaan evenwaardig zijn aan de toelating van de adviserend arts om de werknemer aan de slag te laten gaan.

Loonvorming en concurrentiekracht

  • Behoud principe automatische loonindexering, doch wel met de vraag dat de sociale partners een hervorming uitwerken m.b.t. deze automatische indexering.
  • De minimumlonen op nationaal niveau zullen verhoogd worden.

Modern sociaal overlegmodel

Er wordt gevraagd aan de sociale partners om het aantal paritaire comités te verminderen tegen 1 januari 2027.

Relevant voor werkgever is dat voor kandidaten die niet verkozen zijn naar aanleiding van de sociale verkiezingen de ontslagbescherming aangepast wordt naar 6 maanden. 

Sociale fraudebestrijding

De overheid zal sneller optreden tegen oneigenlijk gebruik van detachering.

Er worden stappen ondernomen om gerichter te kunnen nagaan of de 183-dagen regel nageleefd wordt.

De strijd tegen schijnzelfstandigheid en schijnwerknemers wordt verdergezet.

Voor werken op bouwwerven zal er een verplichte registratie ingevoerd worden bij het verlaten van de werf in, zoals ook van toepassing bij de schoonmaak en verhuissector.

De straffen in het sociaal strafwetboek zullen verstrengd worden. De bedragen zullen ook aangepast worden door de opcentiemen te verhogen van 70 naar 90.

Fiscaliteit

Een van de maatregelen is om het nettoloon te verhogen. Dit zal enerzijds gebeuren door de bijzondere bijdrage sociale zekerheid te verlagen en de sociale werkbonus te versterken.

Gepensioneerden die willen bijverdienen na een volledige loopbaan van 45 jaar of na de wettelijke pensioenleeftijd, zal belast worden met een eenvoudige bevrijdende heffing van 33%. Degene die reeds minder betalen dan de 33 % behouden dat voordeel.

Voor de werkgevers worden de bestaande collectieve bonussystemen (cao nr. 90, winstpremie, …) vereenvoudigd.

Wel zal het systeem van flexibel verlonen (cf. cafetariaplan) wettelijk worden omkaderd. De brutoloonruil zal beperkt worden tot maximaal 20% van het jaarlijkse brutoloon.

Verder zullen volgende maatregelen ook nog genomen worden :

  • verlagen van de loonkost voor de lage en middenlonen
  • plafonnering van de sociale werkgeversbijdrage op het niveau van het loon van de premier
  • Maaltijdcheques :
    • De maximale tussenkomst van de werkgevers in de maaltijdcheques wordt 2 keer verhoogd met 2 euro.
    • De aftrekbaarheid voor de werkgever zal overeenkomstig verhoogd worden.
    • De uitbestedingsmogelijkheden worden verruimd.
  • Uitdoven overige cheques (cultuur, sport, eco, …)

Mobiliteit

De regering zal verderzetten op de vergroening van het wagenpark maar zal voor de hybride wagens voorzien in een ruimere overgangsperiode. Het maximale aftrekpercentage voor hybrides zal ook behouden blijven op 75% tot eind 2027. In 2028 daalt het naar 65% en in 2029 naar 57,5%. De regering zal een uitzondering voorzien op deze beperkte aftrekbaarheid voor hybride auto’s met een uitstoot van maximaal 50 gram/km. Indien het percentage volgens de aftrekformule hoger is dan 75%, mag tot eind 2027 het hogere percentage worden toegepast.

Deze aftrekpercentages zijn van toepassing voor de gehele gebruiksduur van het voertuig door dezelfde eigenaar/huurder. De brandstofkosten van hybrides blijven 50% aftrekbaar tot eind 2027. De elektrische verbruikskosten van hybrides krijgen dezelfde aftrekbaarheid als die voor elektrische modellen.

Het bestaande mobiliteitsbudget wordt hervormd tot een mobiliteitsbudget voor iedereen. Hierbij wordt vertrokken vanuit de terbeschikkingstelling door de werkgever van een budget waar de wagen, alsook andere vervoersmodi, bestedingsmogelijkheden zijn op basis van hun werkelijke waarde. Daarenboven vervangt het nieuwe mobiliteitsbudget bestaande regelingen voor tussenkomsten van de werkgever in de woon-werk- en privéverplaatsingen van de werknemer, met het oog op een vereenvoudiging van het bestaande stelsel. Er zal voor dit systeem een fiscaal gunstige behandeling gelden en er zullen overgangsmaatregelen van toepassing zijn.
Verder moet het mobiliteitsbudget door werkgevers systematisch als mogelijkheid aangeboden worden aan werknemers die recht hebben op een bedrijfswagen. Uit de bewoordingen van de tekst is het nog niet geheel duidelijk of het nu al dan niet over een verplichting gaat.

Verder zullen er een aantal belastingverminderingen, uitzonderingen en vrijstellingen verdwijnen zoals o.a. de vrijstelling voor het sociaal passief, het PC privé plan, … De vrijstelling voor woon-werkverkeer wordt eenmalig niet geïndexeerd.

Ten slotte zal er ook een kader komen voor de kosten eigen aan de werkgever.

Uitzendarbeid

Het federaal regeerakkoord voorziet ook een aantal maatregelen die impact hebben op de uitzendsector, m.n. :

  • Opeenvolgende dagcontracten

De regering zal het misbruik van de opeenvolgende dagcontracten verder aanpakken. De responsabiliseringsbijdrage voor opeenvolgende dagcontracten in de uitzendsector wordt na 2 jaar praktijk geëvalueerd door de sociale partners begin 2025. Er zal dan nagegaan worden of er bijkomende maatregelen genomen moeten worden.

  • Arbeidsovereenkomst uitzendarbeid van onbepaalde duur

De wet werkbaar en wendbaar werk heeft in 2017 de mogelijkheid ingevoerd om een arbeidsovereenkomst voor uitzendarbeid van onbepaalde duur te sluiten. Toch
wordt hiervan tot op heden nog geen gebruik gemaakt, want de wet voorziet dat een arbeidsovereenkomst voor uitzendarbeid van onbepaalde duur alleen kan worden toegepast worden indien er een cao wordt gesloten. Thans is er geen cao voorhanden.

De regering vraagt in het huidig federaal akkoord aan de sociale partners om dit opnieuw te bekijken en de uitzendarbeid van onbepaalde duur in de praktijk te brengen.

Verder zal de regering ook op zoek gaan de uitbereiding van de bestaande mogelijkheden om een tijdelijke en/of soepele overgang van personeel naar een andere werkgever mogelijk te maken, met als uitgangspunt het wettelijke kader van de uitzendarbeid.

  • Nieuw-aanwervingsclausule

Er zal een raamwerk gecreëerd worden voor het gebruik van niet-aanwervingsclausules waarin de levensvatbaarheid en eerlijke vergoeding voor uitzendbedrijven gegarandeerd wordt en manifest misbruik aangepakt zal worden.

  • Projectsourcing

In de zorg zal projectsourcing ontmoedigd worden. Hoe en op welke manier dit geuit zal worden, moet nog verduidelijkt worden.

Diversen

Nog een aantal maatregelen die relevant kunnen zijn voor de werkgevers:

  • De plusplannen worden hervormd.
  • De doelgroepvermindering aanwerving 1e werknemer blijft onbeperkt in de tijd en zal 2.000 euro per kwartaal blijven.
  • De doelgroepvermindering aanwerving 2e tot 5e werknemer zal 1.000 euro per kwartaal bedragen en kan gedurende de eerste drie jaar toegepast worden.
  • De witte kassa wordt ingevoerd in de gehele horecasector. De regering belooft in de nodige ondersteuning te voorzien.
  • Het fiscale regime voor auteursrechten zal worden uitgebreid om een einde te maken aan de bestaande discriminatie tussen digitale beroepen (die momenteel niet van het regime kunnen profiteren volgens de fiscus) en andere beroepen. Werken die beschermd zijn onder boek XI, titel 6, van het Wetboek van Economisch Recht zullen in aanmerking komen voor het fiscale regime van auteursrechten.
  • Er worden maatregelen genomen om de administratieve lasten voor grensarbeiders te verminderen.
  • Vrijstelling bedrijfsvoorheffing : De regering belooft gedurende de gehele legislatuur maximaal de rechtszekerheid en stabiliteit te waarborgen voor wat betreft het toepassingsgebied van de bestaande vrijstellingen van doorstorting van bedrijfsvoorheffing. Voor ploegen- en nachtarbeid wordt er na de afloop van de tijdelijke regeling, voorzien in een systeem dat de fundamenten en het voordeel garandeert. De regering bekijkt of er aanpassingen moeten gebeuren in functie van de eventuele wijzigingen aan de bepalingen inzake nachtarbeid.

Inwerkingtreding

Het regeerakkoord is in principe een soort van “intentieverklaring” met betrekking tot wat de nieuwe regering in grote lijnen tijdens de regeerperiode wil verwezenlijken. Het is niet uitgesloten dat bepaalde maatregelen onderweg nog zouden sneuvelen of aangepast worden.

Deze voorgestelde maatregelen zijn bijgevolg nog niet definitief en moeten het volledig wetgevend proces nog doorlopen (hetgeen tijd kost). Qua implementatietermijn en effectieve modaliteiten is het momenteel nog koffiedik kijken.

Pas op het moment dat de gewijzigde wetgeving gepubliceerd wordt in het Belgisch staatsblad zullen deze effectief uitwerking hebben.

 

Bron: Regeringsverklaring-regeerakkoord van 4 februari 2025, Parl. St. 2024-25, 0020/001.

 

Deze website maakt gebruik van cookies om je gebruikservaring te optimaliseren. Door op “Accepteren” te klikken, ga je akkoord met het plaatsen van deze cookies.