Sociaal-Juridisch

Mobiliteitsbudget – enkele specifieke situaties

By 30 september 2019No Comments

Het mobiliteitsbudget is een budget op jaarbasis dat aan de werknemer toegekend kan worden in ruil voor de bedrijfswagen met privégebruik en besteed kan worden in 3 pijlers:

  • Pijler 1: een milieuvriendelijkere bedrijfswagen kiezen
  • Pijler 2: kiezen voor duurzame vervoermiddelen en-diensten (fietsen, openbaar vervoer, deelsystemen, carpooling,….) en dit voor aankoop, gebruik en onderhoud.
  • Pijler 3: het eventuele restsaldo zal in loon worden uitbetaald

Er wordt hiervoor een mobiliteitsrekening gecreëerd op naam van de werknemer.

Milieuvriendelijke wagen 

Of er sprake is van een milieuvriendelijke wagen wordt beoordeeld op basis van de normen van kracht op datum van de ondertekende bestelbon of het afgesloten leasingscontract.

De wijziging van de normen na deze datum hebben geen invloed op de behandeling van de aangekochte of geleasede wagen in het kader van het mobiliteitsbudget.

Poolwagens en lichte vracht

Wagens die door verschillende personen worden gebruikt (poolwagens) komen niet in aanmerking voor omzetting naar een mobiliteitsbudget. Voor een omzetting in het mobiliteitsbudget is het immers vereist dat de werknemer beschikt over een bedrijfswagen of over een recht op een bedrijfswagen en dat deze autonoom kan beslissen om de bedrijfswagen in te ruilen. Dit is niet het geval bij een poolwagen.

Voertuigen die vallen onder de definitie van een ‘lichte vracht’ waarvoor het voordeel alle aard berekend wordt op basis van de werkelijke waarde van het voordeel voor de werknemer komen ook niet in aanmerking voor omzetting naar een mobiliteitsbudget.

Het mobiliteitsbudget kan enkel aangewend worden voor een bedrijfswagen overeenkomstig art. 65 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 dat de werkgever ter beschikking stelt aan de werknemer voor persoonlijk gebruik en waarvoor in hoofde van de werknemer een forfaitair voordeel van alle aard wordt bepaald.

Het gaat dan om volgende voertuigen:

  • personenwagens;
  • auto’s voor dubbel gebruik;
  • minibussen; en
  • de zogenaamde onechte lichte vracht.

Huisvestingskosten

Binnen de pijler van de duurzame vervoersmiddelen kan de werknemer kiezen om zijn huisvestigingskosten terug te laten betalen via het voorziene budget. Huisvestigingskosten worden namelijk gelijkgesteld met een duurzaam vervoersmiddel.

Het mobiliteitsbudget kan evenwel alleen maar aangewend worden voor de huisvestigingskosten als cumulatief voldaan is aan de volgende voorwaarden:

  • Het betreft enkel de terugbetaling van huurgelden en interesten van hypothecaire leningen.
  • De kosten hebben betrekking op een woning gelegen binnen een straal van 5 km (in vogelvlucht) van de normale plaats van tewerkstelling.

Het maakt hierbij niet uit of de werknemer reeds binnen 5 km van de tewerkstellingsplaats woonde, of speciaal hiervoor verhuisd is om dichterbij bij de tewerkstellingsplaats te gaan wonen. Deze voorwaarden worden per mobiliteitsbudget apart beoordeeld.

Soms kan het zijn dat twee partners beide kunnen opteren voor het mobiliteitsbudget als alternatief voor de bedrijfswagen. Er is geen enkele wettelijke bepalingen die hun tegenhoudt allebei voor de terugbetaling van de huisvestigingskosten te kiezen, ongeacht het wettelijk aandeel van één van de partners in de huurovereenkomst of hypothecaire lening.

Partners kunnen de huurgelden of de interesten van de hypothecaire leningen evenwel niet beiden voor de volle 100% in mindering brengen van hun mobiliteitsbudget. Maar één partner kan wel zijn mobiliteitsbudget aanwenden voor de terugbetaling van 75% van de huurgelden, terwijl de andere partner 25% in mindering brengt.

Ter staving dat het mobiliteitsbudget slechts éénmaal aangewend wordt voor de financiering van de huisvestigingskosten, acht de sociale en fiscale administratie een verklaring op eer van de werknemer voldoende (cf. recht op privacy van de werknemer en administratieve last voor de werkgever). In deze verklaring neemt de werknemer dan op dat de huisvestigingskosten niet eerder gefinancierd zijn met een mobiliteitsbudget.

Duurzame vervoersmiddelen in het buitenland

Binnen het mobiliteitsbudget kan de werknemer ook kiezen voor duurzame vervoersmiddelen in het buitenland op voorwaarde dat de werkgever deze heeft voorzien.

Bijvoorbeeld: de huur van een step of fiets in het kader van een citytrip, de huur van een gezinswagen op vakantie (max. 30 kalenderdagen per jaar) of het gebruik van openbaar vervoer in een lidstaat van de EU, Noorwegen, IJsland en Lichtenstein (EER).

Indien het Verenigd Koninkrijk de EU zou verlaten (Brexit) en geen lid blijft van de EER (Europese Economische ruimte) dan zou dit betekenen dat Eurostar tickets niet meer gefinancierd kunnen worden via het mobiliteitsbudget. De Federale overheid heeft echter een overgangsperiode voorzien waardoor het Verenigd Koninkrijk in bepaalde gevallen beschouwd zal worden als lid van de EU tot eind 2019. De in deze periode aangekochte Eurostar tickets zouden in deze periode nog gefinancierd kunnen worden met het mobiliteitsbudget. Hierbij wordt er gekeken naar de datum van aankoop van het vervoersbewijs.

 

Bron: www.mobiliteitsbudget.be, FAQ nr. 3.6, 5.9, 5.11, 5.17, 5.18 en 5.21.

 

 

 

 

Deze website maakt gebruik van cookies om je gebruikservaring te optimaliseren. Door op “Accepteren” te klikken, ga je akkoord met het plaatsen van deze cookies.