Skip to main content
Sociaal-Juridisch

Nieuw KB over de oprichting en werking van een gemeenschappelijke interne dienst voor preventie en bescherming op het werk

By 31 mei 2024No Comments

Vanaf 1 juli 2024 treden er nieuwe regels in werking m.b.t. de gemeenschappelijke interne dienst voor preventie en bescherming op het werk. 

Er wordt daarbij een versoepeling beoogt van de regels inzake de oprichting van gemeenschappelijke interne diensten voor preventie en bescherming op het werk. Er wordt daarbij een onderscheid gemaakt tussen een grote en een kleine gemeenschappelijke interne dienst. Het wordt hierdoor mogelijk om een kleine gemeenschappelijke interne dienst op te richten zonder ingewikkelde administratieve procedure. 

  • Grote gemeenschappelijke interne dienst: een gemeenschappelijke interne dienst voor preventie en bescherming op het werk, opgericht door een groep van werkgevers die minstens aan één van de volgende criteria beantwoordt:
    – De groep van werkgevers bestaat uit meer dan tien werkgevers;
    – De groep van werkgevers stelt in totaal meer dan 2000 werknemers tewerk;
    – De groep van werkgevers beschikt over een eigen departement belast met het medisch toezicht.

Voor deze grote gemeenschappelijke interne diensten is altijd een voorafgaande toelating nodig. De verantwoordelijke werkgever kan daartoe een aanvraag tot oprichting van een gemeenschappelijke interne dienst indienen bij de algemene directie Humanisering van de Arbeid (AD HUA) van de FOD Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg door middel van het formulier dat beschikbaar is op de website van de FOD. Nadat de inspectie Toezicht Welzijn op het Werk heeft gecontroleerd of de voorwaarden vervuld zijn, wordt de toelating verleend bij ministerieel besluit.

  • Kleine gemeenschappelijke interne dienst: een gemeenschappelijke interne dienst voor preventie en bescherming op het werk, opgericht door een groep van werkgevers die aan geen van de criteria bedoeld hierboven  beantwoordt.

Dergelijke groepen van werkgevers hoeven niet langer een voorafgaande toelating te vragen voor de oprichting van een gemeenschappelijke interne dienst als ze voldoen aan de voorwaarden die opgelegd worden in de codex. Ze moeten alleen de oprichting van de gemeenschappelijke interne dienst zo snel mogelijk melden aan de algemene directie HUA van de FOD Werkgelegenheid en een actuele lijst van alle betrokken werkgevers overmaken. De algemene directie HUA moet ook op de hoogte gebracht worden van elke wijziging van de werkgevers die gebruik maken van de gemeenschappelijke interne dienst.

Opgelet: Als meerdere juridische entiteiten samen één technische bedrijfseenheid vormen richten zij één interne dienst op (en zijn deze specifieke bepalingen niet van toepassing).

Gemeenschappelijke bepalingen

Een groep van werkgevers mag een gemeenschappelijke interne dienst oprichten als de volgende voorwaarden vervuld zijn:

  • de gemeenschappelijke interne dienst is bevoegd voor alle werknemers die door de betrokken werkgevers worden tewerkgesteld;
  • er bestaat een juridische, economische, geografische of technische band tussen de betrokken werkgevers;
  • er wordt aangetoond dat de gemeenschappelijke interne dienst een duidelijke meerwaarde heeft voor de betrokken werkgevers en een efficiënter preventiebeleid mogelijk maakt ten opzichte van de afzonderlijke interne diensten van deze werkgevers, inzonderheid omdat:
    – er een groter aantal preventieadviseurs aanwezig is;
    – er een groter aantal preventiedisciplines vertegenwoordigd is;
    – de preventieadviseurs beschikken over een hoger niveau van aanvullende vorming;
    – er meer tijd aan preventietaken wordt besteed;
  • er bestaat een akkoord tussen de betrokken werkgevers over de organisatie van de gemeenschappelijke interne dienst, met inbegrip van het aantal preventieadviseurs, hun niveau van vorming en de leiding van de gemeenschappelijke interne dienst. De minimumprestatieduur van de preventieadviseurs van de gemeenschappelijke interne dienst wordt bepaald zodat de aan de interne dienst toegewezen opdrachten en taken bij alle betrokken werkgevers te allen tijde volledig en doeltreffend worden vervuld, en zodat de tijdsbesteding voor preventietaken van de enige of leidinggevende preventieadviseur van de gemeenschappelijke interne dienst minstens de helft van een voltijdse betrekking bedraagt;
  • elke betrokken werkgever duidt een contactpersoon aan die tewerkgesteld is in de onderneming of instelling van die werkgever, en die
    – hetzij een preventieadviseur is die deel uitmaakt van de gemeenschappelijke interne dienst,
    – hetzij een ander personeelslid dat minstens beschikt over een voldoende kennis van de wetgeving inzake het welzijn op het werk zoals bedoeld in artikel II.1-20;
  •  er bestaat een akkoord tussen de betrokken werkgevers als zij een beroep wensen te doen op de deskundigheden ergonomie, arbeidshygiëne of psychosociale aspecten van de arbeid.
  • er bestaat een akkoord van alle betrokken Comités met betrekking tot de oprichting van de gemeenschappelijke interne dienst, de aanstelling van de preventieadviseurs en hun prestatieduur.

Bij gebrek aan een akkoord van alle betrokken Comités vragen de betrokken werkgevers de tussenkomst van de ambtenaar belast met het toezicht. Deze ambtenaar hoort de betrokken partijen en poogt de standpunten met elkaar te verzoenen. Als er geen verzoening wordt bereikt, neemt de ambtenaar een gemotiveerde beslissing over de oprichting van de gemeenschappelijke interne dienst en bezorgt deze aan de betrokken werkgevers, die de betrokken Comités hiervan zo snel mogelijk in kennis stellen.

Overgangsbepalingen

  • Alle koninklijke of ministeriële besluiten die een groep werkgevers toelaten om een gemeenschappelijke interne dienst op te richten en die dateren van vóór de inwerkingtreding van dit besluit, zullen buiten werking treden op 1 juli 2027.
  • Werkgevers die bij koninklijk besluit of ministerieel besluit gemachtigd werden om een gemeenschappelijke interne dienst op te richten vóór 1 juli 2024, en die voldoen aan de voorwaarden om een kleine gemeenschappelijke interne dienst op te richten, kunnen gebruik blijven maken van deze gemeenschappelijke interne dienst op voorwaarde dat ze de voorwaarden vervullen en dat één van de betrokken werkgevers de Algemene Directie HUA hiervan op de hoogte brengt vóór 1 juli 2027.
  • Werkgevers die bij koninklijk besluit of ministerieel besluit gemachtigd werden om gemeenschappelijke interne dienst op te richten vóór 1 juli 2024, en die voldoen aan de voorwaarden om een grote gemeenschappelijke interne dienst op te richten, vragen zo snel mogelijk, en uiterlijk op 1 juli 2026, een nieuwe toelating aan om een gemeenschappelijke interne dienst op te richten volgens de nieuwe procedure.

 

Bron: KB van 26/03/2024 tot wijziging van de codex over het welzijn op het werk, wat de gemeenschappelijke interne dienst voor preventie en bescherming op het werk betreft (1), BS 2 mei 2024; https://werk.belgie.be/nl/nieuws/nieuw-kb-over-de-oprichting-en-werking-van-een-gemeenschappelijke-interne-dienst-voor. 

Deze website maakt gebruik van cookies om je gebruikservaring te optimaliseren. Door op “Accepteren” te klikken, ga je akkoord met het plaatsen van deze cookies.