Er worden nieuwe regels ingevoerd m.b.t. organisatie van onderaanneming in de bouwsector, verhuissector en vleesnijverheid in het kader van de strijd tegen sociale fraude en sociale dumping.
- Bouwsector: ruimer dan enkel PC 124, alle werkzaamheden waarvoor ook de inhoudingsplicht bij sociale (en fiscale) schulden geldt
- Vleessector: alle werkzaamheden waarvoor ook de inhoudingsplicht bij sociale (en fiscale) schulden geldt
- Verhuissector: alle activiteiten die vallen onder het PC 140.05 en alle activiteiten die in dit kader worden uitgevoerd met hef- of huismiddelen of goederenbehandeling van allerlei aard.
Een lange keten van onderaannemers kan aanleiding geven tot sociale fraude en sociale dumping en bemoeilijkt de controle van de met het toezicht belaste inspectiediensten (toezicht op de sociale wetten,
RSZ-inspectie, … ).
Verbod op volledige uitbesteding voor onderaannemers
Er wordt voorzien in een verbod in bovenvermelde sectoren voor een “onderaannemer” om het geheel van de uitvoering van de overeenkomst die hij gesloten heeft met een medecontractant, in onderaanneming te geven aan een andere onderaannemer, of om alleen de coördinatie van een opdracht te behouden en de rest uit te besteden in onderaanneming. Dit verbod geldt enkel voor de onderaannemer(s) en niet voor de hoofdaannemer zelf.
Volgens de memorie van toelichting volstaat het dat de onderaannemer zelf een klein deel van de hem toevertrouwde uitvoering van de overeenkomst uitvoert (bijvoorbeeld 1 % van de overeenkomst dat niet uitsluitend uit coördinatie bestaat) en de rest van de opdracht in onderaanneming geeft.
Op deze manier wil men puur financiële onderaanneming tegengaan.
Voorbeelden:



Zie ook: “Verplichte registratie van helpers en werkende vennoten in de bouw- en de schoonmaaksector“.
Opgelet: indien u met zelfstandigen werkt valt dat ook onder “onderaanneming”!
Drie niveaus van onderaanneming in de verhuissector
Daarnaast wordt specifiek voor de verhuissector voorzien dat indien een onderaannemer de uitvoering van een met een contractant gesloten overeenkomst toch gedeeltelijk uitbesteedt, ook voorzien dat de keten van onderaannemers uit niet meer dan drie niveaus bestaan. Een bijkomend vierde niveau van onderaanneming zal enkel mogelijk zijn in bepaalde specifieke situaties die nog via KB moeten worden vastgelegd. Daarnaast kan bij KB het aantal niveaus ook nog verder beperkt worden (tot minder dan 3 niveaus).
Concreet:
- Niveau 1: rechtstreekse onderaannemer van de hoofdaannemer
- Niveau 2: onderaannemer van de ‘onderaannemer van niveau 1’
- Niveau 3: onderaannemer van de ‘onderaannemer van niveau 2’
Opmerking: uitzendkantoren worden in dit kader niet beschouwd als “onderaannemer”.
Iedere onderaannemer die een deel van zijn werk in onderaanneming geeft, moet zijn onderaannemer(s) schriftelijk op de hoogte brengen van zijn niveau in de keten.
Inwerkingtreding
De hierboven vermelde regels zullen ten laatste vanaf 1 januari 2025 van toepassing zijn. Een KB kan een vroegere inwerkingtredingsdatum voorzien.
Er zijn hieromtrent momenteel geen overgangsmaatregelen bekend.
Er zijn nog een aantal onduidelijkheden waarover de bevoegde instanties hun standpunt moeten meedelen.
Bron: Wet van 15/05/2024 houdende wijziging van het sociaal strafrecht en diverse arbeidsrechtelijke bepalingen, BS 21 juni 2024.