Ter herinnering
Om het zelfstandig ondernemerschap bij jongeren te stimuleren werd in 2017 het statuut ‘student-zelfstandige’ geïntroduceerd. Dit statuut beoogt jongeren beter te ondersteunen in de combinatie van hun studies met een zelfstandige activiteit, door te voorzien in een meer aangepast sociaalrechtelijk en fiscaal kader. Onder bepaalde inkomstendrempels genieten deze studenten een gunstige bijdrageregeling
Om het statuut te kunnen genieten, moet de zelfstandige aantonen dat hij:
- in hoofdzaak is ingeschreven in een erkende onderwijsinstelling, hetgeen impliceert dat hij voor minstens 27 studiepunten (of 17 lesuren indien de studies niet worden uitgedrukt in studiepunten) is ingeschreven.
- regelmatig de lessen heeft gevolgd tijdens het school- of academiejaar. Voorheen kon dit op drie wijzen worden aangetoond:
- Door een attest van de onderwijsinstelling waarin deze laatste erkent dat de student aanwezig was tijdens de lessen (voor minstens 27 studiepunten of 17 lesuren).
- Door een bewijs dat betrokkene heeft deelgenomen aan de examens voor minstens 27 studiepunten (of 17 lesuren), dit gebeurt in praktijk aan de hand van het zogenaamde ‘puntenbriefje’.
- Door een verklaring van de onderwijsinstelling dat betrokkene door hen begeleid wordt in een ondernemingsproject.
Versoepeling
Vanaf 1 oktober 2026 (vanaf schooljaar 2026 – 2027) worden verschillende voorwaarden van het statuut van student-zelfstandige versoepeld en worden de administratieve verplichtingen beperkt om zo knelpunten uit de praktijk weg te werken.
Er wordt voortaan verduidelijkt in de wetgeving dat in de situatie waarin betrokkene niet voor minstens 27 studiepunten (of 17 lesuren) is ingeschreven, maar wel een eindverhandeling voorbereidt, wordt hij geacht aan deze voorwaarde te voldoen, en dit voor maximaal één jaar.
Het besluit voorziet op het vlak van het bewijs omtrent “regelmatig lessen volgen” twee versoepelingen:
- Het schrappen van de voorafgaande verklaring van het volgen van de lessen in het begin van het school- of academiejaar. Aangezien de aanwezigheid in de lessen of deelname aan de examens a posteriori (met name op het einde van het school- of academiejaar) wordt gecontroleerd, heeft de voorafgaande verklaring geen meerwaarde.
- Het schrappen van de mogelijkheid om het bewijs van deze voorwaarde te leveren aan de hand van een begeleiding in een ondernemingsproject. In praktijk wordt dit als problematisch ervaren door de onderwijsinstellingen. Bovendien houdt de schrapping van dit specifieke bewijs geen risico in dat bepaalde studenten worden uitgesloten van het statuut van student-zelfstandige, aangezien zij het bewijs nog op een andere manier kunnen leveren (aanwezigheid lessen / deelname examens).
Afstuderen op een ander moment dan juni of september?
Voortaan kunnen studenten het statuut van student-zelfstandige behouden in het kwartaal waarin ze hun diploma behalen, ook al voldoet betrokkene niet gedurende het volledige kwartaal aan de voorwaarde inzake studies.
Einde van de onderwerping als student-zelfstandige?
Men kan voortaan het statuut van student-zelfstandige blijven behouden vanaf het vierde kwartaal van het kalenderjaar waarin men de leeftijd van 25 jaar bereikt, en dit zolang men alle voorwaarden ononderbroken blijft vervullen. Dit geeft de student de mogelijkheid om zijn studies af te ronden, ook al overschrijdt hij de leeftijd van 25 jaar.
Het Rijksinstituut voor de Sociale Verzekeringen der Zelfstandigen (RSVZ) zal deze versoepeling van de leeftijdsvoorwaarde jaarlijks monitoren om de evolutie van het aantal student-zelfstandigen ouder dan 25 jaar te kunnen evalueren.
Bron: https://www.vlaio.be/nl/nieuws/statuut-student-zelfstandige-vanaf-1-oktober-flexibeler; KB van 5 juni 2026 wijzigt artikel 5bis van het koninklijk besluit van 19 december 1967 houdende algemeen reglement ter uitvoering van het koninklijk besluit nr. 38 van 27 juli 1967 houdende inrichting van het sociaal statuut der zelfstandigen, BS 26 juni 2026.