Het Vlaams opleidingsverlof (VOV) is de tegenhanger van het systeem van betaald educatief verlof in Wallonië en het Brussels Gewest. De bepalingen m.b.t. het loonplafond, de collectieve planning van het verlof en de ontslagbescherming blijven echter ongewijzigd van toepassing.
Werknemers in de privésector tewerkgesteld in een Vlaamse vestiging hebben het recht om afwezig te zijn van het werk met behoud van loon (geplafonneerd) voor het volgen van een arbeidsmarktgerichte of loopbaangerichte opleiding en dit voor maximum 125 uur per jaar*. Het concreet aantal uren VOV is afhankelijk van het tewerkstellingspercentage en het type opleiding/ examen.
*Dit kan verdubbeld worden wanneer er sprake is van het gemeenschappelijk initiatiefrecht (zie infra).
Voor de specifieke hervormingen aan het Vlaams opleidingsverlof voor schooljaar 2026 – 2027 zie ook het artikel “Hervorming Vlaams opleidingsverlof vanaf schooljaar 2026 – 2027″.
Voor welke opleidingen?
Een opleiding zal moeten deel uitmaken van minstens één van de volgende categorieën:
- Opleidingen gericht op basiscompetenties (geletterdheid, rekenvaardigheid, digitale basisvaardigheden, mediawijsheid en Nederlands voor anderstaligen).
- Opleidingen die leiden tot een eerste diploma secundair onderwijs.
- Taalopleidingen Nederlands, Frans, Duits of Engels t.e.m. niveau B1.
- Opleidingen die toegang geven tot een knelpuntberoep opgenomen in de VDAB knelpuntberoepenlijst.
- Opleidingen die gericht zijn op de aanpak van de klimaat- en energietransitie en de digitale transitie.
- STEM-opleidingen.
- Opleidingen die inspelen op een toekomstig competentietekort aangetoond door een competentieprognose.
- Mentoropleidingen i.h.k.v. duaal leren.
- Opleidingen met betrekking tot het sociaal overleg, arbeids- en sociaalrecht zodat men met kennis van zaken kan deelnemen aan sociaal overleg op ondernemingsniveau
- Alle opleidingen die leiden tot het eerste diploma secundair onderwijs. De andere diploma’s zijn enkel mogelijk indien de opleiding behoort tot een toegelaten categorie of als het een loopbaangerichte opleiding is.
De opleiding moet bijkomend ook geregistreerd zijn in de opleidingsdatabank Vlaamse opleidingsincentives.
Uitdrukkelijk uitgesloten van VOV zijn de opleidingen die:
- noodzakelijk zijn voor de werknemer om het werk uit te voeren waarvoor hij in dienst genomen wordt en die daarenboven ten laste zijn van de werkgever bij of krachtens een wettelijke bepaling of een CAO.
- voortvloeien uit een louter interne organisatorische of technologische wijziging bij de werkgever, en die uitsluitend dienen om werknemers aan te passen aan systemen, tools of werkwijzen in de huidige functie. De opleidingen met betrekking tot sociaal overleg vallen hier niet onder.
Uitzondering in het geval de werknemer bij aanwerving nog niet over de noodzakelijke competenties beschikt, er kan dan een opleiding onder het VOV-recht gevolgd worden op voorwaarde dat de opleiding voldoet aan de volledige VOV-regelgeving.
De volgende activiteiten geven geen recht op Vlaams opleidingsverlof:
- onthaaltrajecten;
- begeleiding van een startende collega door een meter of peter;
- een online aanbod van opleidingsvideo’s;
- lunch-and-learnsessies;
- bedrijfstheater;
- lerende netwerken;
- intervisie
De opleiding duurt minstens 32u of betreft minstens 3 studiepunten of 32 lestijden in het volwassenonderwijs (m.u.z. van centrale examencommissie en EVC trajecten).
Aantal uren / schooljaar
De Vlaamse overheid heeft een online simulatie tool ter beschikking gesteld op de website waarmee het aantal uren VOV / schooljaar (persoonlijk maximum en maximum per opleiding) berekend kan worden.
1. Tewerkstellingspercentage (persoonlijk maximum)
Het persoonlijk maximum recht op VOV is afhankelijk van het tewerkstellingspercentage van de werknemer.
Concreet gaat het om het tewerkstellingspercentage in de maand maart voorafgaand aan het schooljaar (~DmfA). Indien er in maart sprake is van een tewerkstellingspercentage van < ½ dan geldt het tewerkstellingspercentage van de maand waarin de eerste opleiding van dat schooljaar start. Indien het tewerkstellingspercentage in die maand ook minder is dan 1/2 dan heeft de werknemer geen recht op opleidingsverlof voor dat schooljaar.
Voor deeltijdse werknemers (min. ½ ) wordt recht op VOV beperkt in verhouding tot hun tewerkstellingspercentage.
Voorbeeld: voltijdse tewerkstelling in maart voorafgaand aan het schooljaar
- Tewerkstellingspercentage in maart 2026: 100%.
- Dat betekent een recht op 125 (100% maal 125) uren opleidingsverlof voor schooljaar 2026-2027.
- Ook als het tewerkstellingspercentage in de loop van het schooljaar zou wijzigen naar bijv. 80%, blijft het recht gedurende het hele schooljaar maximaal 125 uren bedragen.
Voorbeeld: tewerkstellingspercentage van 80% in maart voorafgaand aan het schooljaar
- Tewerkstellingspercentage in maart 2026: 80%.
- Dat betekent een recht op 100 uren opleidingsverlof (0,80 x 125) voor schooljaar 2026-2027.
- Ook als het tewerkstellingspercentage in de loop van het schooljaar zou wijzigen naar bijv. 100%, blijft het recht gedurende het hele schooljaar maximaal 100 uren bedragen.
Voorbeeld: tewerkstelling van minder dan 50% in maart voorafgaand aan het schooljaar –> tewerkstellingspercentage van de maand waarin de eerste opleiding start
- Tewerkstellingspercentage in maart 2026: 40%
- Opleiding start in september 2026.
- Tewerkstellingspercentage in september 2026: 80%.
- Dat betekent een recht op 100 uren opleidingsverlof (0,80 x 125) voor schooljaar 2026-2027.
In het kader van een overgangsmaatregel voor schooljaar 2026 – 2027 is voorzien dat aks de werknemer in het schooljaar 2026-2027 niet meer in aanmerking voor VOV, dat dan de opleiding onder dezelfde voorwaarden van schooljaar 2025-2026 toch verdergezet kan worden met gebruik van VOV, op voorwaarde dat de werknemer voor dezelfde opleiding een goedgekeurde aanvraag had in schooljaar 2025-2026 én dat de werknemer dat schooljaar ook effectief VOV opnam.
Voor deeltijdse werknemers die exact ½ werken met een vast rooster geldt bovendien de bijkomende voorwaarde dat de lesuren/ examens moeten samenvallen met de arbeidsuren. De betrokken werknemer kan enkel VOV opnemen tijdens de samenvallende uren.
Om VOV te kunnen opnemen bij de werkgever waar er weekendwerk wordt gepresteerd, moet er sprake zijn van samenvallende uren. De nacht vóór of na de opleidingsdag wordt hierbij beschouwd als samenvallende tijd.
Volgt de werknemer les op vrijdag of maandag dan kan hij VOV opnemen tijdens de nachtshift op vrijdagnacht/zondagnacht om uitgerust de opleiding te kunnen volgen of om de werkdag aan te vatten.
Een weekendwerker die op dinsdag/woensdag/donderdag een opleiding volgt kan geen VOV opnemen bij de werkgever van zijn weekendwerk.
2. Type opleiding/ examen
Daarnaast is het concreet aantal uren VOV afhankelijk van het type opleiding/ examen dat de werknemer volgt (beperkt tot het persoonlijk maximum van de werknemer.
Daarbij wordt volgend onderscheid gemaakt:
| Type | Uren VOV |
| Opleidingen met vereiste regelmatige aanwezigheid | Aantal uren VOV beperkt tot het aantal uren dat de werknemer aanwezig was tijdens de lesuren. |
| Opleidingen gebaseerd op studiepunten | o 4u VOV/ studiepunt |
| Opleidingen gebaseerd op lestijden: | Aantal uren VOV beperkt tot het voorziene aantal lestijden van de opleiding |
| Examens bij de examencommissie | 16u VOV per examen |
| Examens voor erkenning van verworven competenties | 16u VOV |
Gemeenschappelijk initiatiefrecht
Het gemeenschappelijk initiatiefrecht houdt in dat het persoonlijk maximum aantal uren Vlaams opleidingsverlof van de werknemer verdubbeld wordt wanneer de werknemer op initiatief van de werkgever een of meerdere opleidingen volgt. Dat betekent dat de werknemer recht heeft op max. 125 uur op initiatief van de werknemer zelf en max. 125 uur op initiatief van de werkgever (= max. 250u).
Opgelet: Het recht zal altijd per individu bekeken moeten worden. Indien de werknemer bijvoorbeeld maar recht heeft op 80 uren Vlaams Opleidingsverlof, dan zal de verdubbeling beperkt zijn tot 160 uren (2x 80 uren).
Om recht te hebben op de verdubbeling van het maximum aantal uren Vlaams Opleidingsverlof moet de werknemer minstens twee verschillende opleidingen volgen (opleidingen met een verschillend ODB-nummer), waarvan:
- minstens 1 opleiding op initiatief van de werkgever en
- minstens 1 opleiding op initiatief van de werknemer
Bij de indiening van de terugbetalingsaanvraag in het WSE-loket, moet de werkgever steeds aanduiden wie het initiatief neemt voor de opleiding: de werknemer of de werkgever.
Aanvraag werknemer
De werknemer moet het verlof aanvragen bij de werkgever. De werknemer dient hiertoe tijdig het attest van inschrijving te bezorgen aan de werkgever. Dit moet gebeuren uiterlijk 31 oktober van het lopende schooljaar of ten laatste 15 dagen na inschrijving of na verandering van werkgever.
De opname van de uren VOV wordt in onderling overleg tussen de werkgever en de werknemer vastgesteld. De werknemer kan VOV opnemen vanaf de dag voor de start van de opleiding t.e.m. 2 dagen na de einddatum van de opleiding of na het laatste examen.
Ontslagbescherming
De werknemer die zijn recht op VOV uitoefent, geniet een ontslagbescherming. Hij mag niet worden ontslagen, behalve om een dringende reden of om een reden waarvan de aard en de oorsprong vreemd zijn aan het Vlaams opleidingsverlof. De werkgever die het ontslagverbod overtreedt, moet aan de werknemer een vergoeding betalen van 3 maanden loon, onverminderd de vergoedingen die in geval van verbreking van de arbeidsovereenkomst aan de werknemer verschuldigd zijn.
De beschermingsperiode begint volgens sommige rechtspraak vanaf het ogenblik dat de werkgever het getuigschrift van regelmatige inschrijving ontvangt en volgens andere rechtspraak op het moment waarop de werkgever wordt ingelicht over de wens van de werknemer om gebruik te maken van educatief verlof. De bescherming neemt een einde op de laatste dag van de opleiding.
Nauwgezette aanwezigheid
De werknemer is ertoe gehouden de opleiding nauwgezet te volgen. Concreet betekent dit dat de werknemer niet meer dan 10% van de gegeven lessen ongewettigd afwezig mag zijn als de opleiding aanwezigheden vereist.
Daarnaast is de werknemer verplicht om deel te nemen aan het examen indien dit een onderdeel uitmaakt van de opleiding. Indien de werknemer gewettigd afwezig is op de eindbeoordeling, moet de werknemer deelnemen aan het eerstvolgende examen om de opleiding nauwgezet te volgen.
Het niet nauwgezet volgen van de opleiding zal invloed hebben op het eerstvolgende recht op VOV. Er zal dan 25% afgetrokken worden van het eerstvolgende recht op VOV. Daarnaast kunnen er ook administratieve geldboeten van 50 euro tot 500 euro opgelegd worden.
Aanvraag tot terugbetaling
Ook bij het Vlaams opleidingsverlof zal men als werkgever een aanvraag tot terugbetaling van de lonen en sociale bijdragen die betrekking hebben op de dagen en uren van het Vlaams opleidingsverlof kunnen indienen. Het forfait voor de terugbetaling bedraagt momenteel 24,50 euro/ uur (schooljaar 2026 – 2027).
Er wordt expliciet in de reglementering opgenomen dat een opleiding volgen met Vlaams Opleidingsverlof steeds een akkoord van de werknemer vereist.
De aanvraag tot terugbetaling moet u als werkgever indienen via het WSE-loket en dit binnen de 3 maanden na aanvang van de opleiding van uw werknemer (m.u.z. loopbaangerichte opleiding waarbij de werknemer zelf het attest zal bezorgen).
De aanvraag kan ingediend worden werknemer per werknemer via het WSE-loket.
De uren VOV moeten in de DmfA per kwartaal geregistreerd worden onder code 5. Dit is dezelfde code als voor het betaald educatief verlof.
Opgelet: Het Vlaams opleidingsverlof kan niet gecumuleerd worden met een aanmoedigingspremie in het kader van opleidingskrediet.
Opgelet: Uitzendkantoren kunnen enkel een terugbetaling ontvangen indien de loonkost voor de uren Vlaams opleidingsverlof niet doorgerekend worden aan de klant-gebruiker.
Administratieve vereenvoudigingen
Hierbij gelden de volgende administratieve vereenvoudigingen:
- de attesten van inschrijving en nauwgezetheid zullen rechtstreeks opgevraagd worden bij de opleidingsinstelling en moeten dus niet meer door de werkgever doorgestuurd worden;
- via het digitaal platform Vlaamse opleidingsincentives kunnen de werkgever en de werknemer het recht van de werknemer, de opname van de uren, de attesten van deelname en de eindbeoordeling raadplegen;
- de administratieve procedure voor de opleidingsverstrekkers wordt gedigitaliseerd.
Overzicht
De Vlaamse overheid heeft een overzicht opgesteld met de belangrijkste verplichtingen van de betrokken actoren.
| Werknemer | Controleert of hij voldoet aan de voorwaarden. Kijkt na in de ‘opleidingsdatabank Vlaamse opleidingsincentives’ of de opleiding die hij wil volgen, recht geeft op VOV. |
| Werknemer | Meldt aan de opleidingsverstrekker dat hij gebruik wil maken van Vlaams opleidingsverlof. |
| Opleidingverstrekker | Bezorgt het ‘Attest van inschrijving’ aan de werknemer (cursist) binnen de 8 dagen na inschrijving. Op dit attest (eventueel met bijlagen) staan minstens de volgende gegevens vermeld (MB van 8 juli 2019): Over de werknemer:
Over de opleidingsverstrekker:
Over de opleiding (indien van toepassing):
Over de examens (in geval van examens bij de examencommissie)
|
| Werknemer | Vraagt VOV aan bij zijn werkgever door hem het ‘Attest van inschrijving’ te bezorgen ten laatste op 31 oktober van het lopende schooljaar (opleiding per schooljaar) of binnen 15 dagen na inschrijving voor andere opleidingen of binnen 15 dagen na indienstreding bij verandering van werkgever. |
| Werknemer en werkgever | Berekenen het aantal uren VOV en plannen samen het VOV in. Ze houden rekening met de collectieve planning. |
| Werkgever | Vraagt ten laatste 3 maanden na de start van de opleiding de terugbetaling van VOV aan bij de Vlaamse overheid via het WSE-loket. |
| Werknemer | Volgt de opleiding nauwgezet. Als de opleiding een eindbeoordeling voorziet, is de werknemer verplicht hieraan deel te nemen. |
| Werkgever | Registreert per kwartaal het aantal uren VOV in de multifunctionele aangifte (DmfA, code 5). |
| Opleidingsverstrekker | Laadt de gegevens van de cursist op in het WSE-loket of het daarvoor voorzien alternatief (bv. DHO2 voor Hoger Onderwijs). |
| Vlaamse overheid | Het departement Werk en Sociale Economie behandelt uw dossier: Het recht op VOV wordt vergeleken met de input van de werkgever en de opleidingsverstrekker. Per goedgekeurd uur Vlaams opleidingsverlof ontvangt de werkgever een forfaitair bedrag van 24,50 euro (schooljaar 2026-2027) |
Contactgegevens Departement Werk en Sociale Economie
Departement Werk en Sociale Economie
Vlaams opleidingsverlof
Koning Albert II laan 35 (bus 20), 1030 Schaarbeek, België
E-mail: vlaamsopleidingsverlof@vlaanderen.be; opleidingsdatabank@vlaanderen.be
Tel.: 1700
Bron: Herstelwet van 22 januari 1985 houdende sociale bepalingen, BS 24 januari 1985; Decreet van 12 oktober 2018 houdende het Vlaams opleidingsverlof en houdende diverse bepalingen betreffende het beleidsdomein Werk en Sociale Economie, BS 13 november 2018; Besluit van de Vlaamse regering van 21 december 2018 tot uitvoering van afdeling 6 – toekenning van betaald educatief verlof in het kader van voortdurende vorming van de werknemers – van hoofdstuk IV van de herstelwet van 22 januari 1985 houdende sociale bepalingen en tot wijziging van artikel 4 van het besluit van de Vlaamse Regering van 17 mei 2013 betreffende de loopbaanbegeleiding, BS 4 maart 2019; MB van 13 februari 2019 tot specificatie van competenties en vaststelling van een beoordelingssysteem, vermeld in artikel 2, §1, van het besluit van de Vlaamse Regering van 21 december 2018 tot uitvoering van afdeling 6 – toekenning van betaald educatief verlof in het kader van voortdurende vorming van de werknemers – van hoofdstuk IV van de herstelwet van 22 januari 1985 houdende sociale bepalingen en tot wijziging van artikel 4 van het besluit van de Vlaamse Regering van 17 mei 2013 betreffende de loopbaanbegeleiding, BS 4 maart 2019; www.vlaanderen.be/vlaams-opleidingsverlof-vov .