Ter herinnering
Voor zover er in de onderneming een verplichting bestaat om een ziektebriefje voor te leggen (op basis van een CAO of het arbeidsreglement) is de werknemer drie keer per kalenderjaar vrijgesteld van deze verplichting voor de eerste dag van een arbeidsongeschiktheid (zowel bij een arbeidsongeschiktheid van één dag als voor de eerste dag van een langere periode van arbeidsongeschiktheid). De werknemer die gebruik maakt van deze vrijstelling moet ook geen ziektebriefje voorleggen op vraag van de werkgever.
De vrijstelling heeft enkel betrekking op het bezorgen van een ziektebriefje waardoor de werknemer nog steeds verplicht is de afwezigheid onmiddellijk te melden. Daarbij moet de werknemer de werkgever ook onmiddellijk meedelen op welk adres hij zal verblijven tijdens deze eerste dag van arbeidsongeschiktheid indien dit adres niet overeenstemt met zijn gewoonlijke verblijfplaats die bij de werkgever gekend is.
Afwijkingsmogelijkheid voor ondernemingen met minder dan 50 werknemers
Er werd daarbij voorzien in een afwijkingsmogelijkheid via CAO of arbeidsreglement voor kleine ondernemingen die minder dan 50 werknemers tewerkstellen op 1 januari van het desbetreffende kalenderjaar.
Aangezien de begrippen werkgever, onderneming en werknemer niet nader gedefinieerd zijn moet de gebruikelijke betekenis van het woord toegepast worden.
- Een werkgever/onderneming moet daarom worden begrepen in de zin van de “juridische entiteit“.
- Een werknemer is de natuurlijke persoon die door een arbeidsovereenkomst is verboden met zijn werkgever.
- In het kader van uitzendarbeid zijn de uitzendkrachten verbonden met een arbeidsovereenkomst voor uitzendarbeid met het uitzendkantoor en dienen bijgevolg dus als werknemer van het uitzendkantoor beschouwd te worden. Uitzendkrachten tellen bijgevolg niet mee voor de drempelberekening bij de gebruiker.
Voor de berekening van het aantal werknemers wordt in ‘hoofden’ geteld en niet in voltijdse equivalenten (VTE).
Voor ondernemingen die gebruik wensen te maken van de afwijkingsmogelijkheid, met name dat de werknemers toch steeds een ziektebriefje moeten bezorgen, moet er elk kalenderjaar opnieuw een telling gebeuren.
Praktisch
Het is bijgevolg mogelijk dat een onderneming op 01/01/2024 geen 50 werknemers telde en de afwijkingsmogelijkheid voorzien heeft in het arbeidsreglement, maar op 01/01/2025 minstens 50 werknemers telt. Er kan dan in 2025 geen gebruik gemaakt worden van de afwijkingsmogelijkheid zodat de werknemers in 2025 3 keer per kalenderjaar geen ziektebriefje moeten bezorgen voor de eerste dag van een arbeidsongeschiktheid.
Omgekeerd kan het ook zijn dat de onderneming op 01/01/2024 minstens 50 werknemers telde en op 01/01/2025 minder dan 50 werknemers telt. De onderneming kan dan beslissen om de afwijkingsmogelijkheid in te voeren via cao of het arbeidsreglement.
Bron: Wet van 30 oktober 2022 houdende diverse bepalingen betreffende arbeidsongeschiktheid, BS 18 november 2022.