Gelet op de stijgende prijzen naar aanleiding van het conflict in het Midden-Oosten werd er een akkoord bereikt over enkele tijdelijke energiesteunmaatregelen, het zogenaamde “energieakkoord”. Een van deze maatregelen had betrekking op de vergoeding voor woon-werkverkeer, de vergoeding uitgedrukt als een bedrag per kilometer die door een werkgever wordt betaald of toegekend aan een werknemer als terugbetaling of betaling van reiskosten van de woonplaats naar de plaats van tewerkstelling met een voertuig.
De door de overheid aangekondigde regeling rond de “fiscale stimulans” voor werkgevers om op vrijwillige basis de tussenkomst in het woon-werkverkeer van werknemers met hun eigen voertuig tijdelijk te verhogen, is ondertussen definitief goedgekeurd en gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad.
Opgelet: het is ook mogelijk dat er op sectoraal niveau een cao gesloten die deze “tijdelijke verhoging” verplicht voorziet (vb. PC 102.01).
Belastingkrediet
Er wordt voorzien in een belastingkrediet voor de werkgevers voor de verhoging van de vergoeding voor woon-werkverkeer die zij uiterlijk op 31 oktober 2026 betalen of toekennen voor verplaatsingen tussen de woonplaats en de plaats van tewerkstelling van een werknemer gedaan in de periode van 1 mei 2026 tot en met 31 juli 2026.
Het gaat over werknemers die woon-werkverplaatsingen verrichten met hun eigen wagen of een bedrijfswagen waarbij in dat laatste geval de werkgever nog niet tussenkwam in de brandstof-of laadkosten. Werknemers met een tankkaart komen niet in aanmerking daarentegen werknemers met een bedrijfswagen zonder tankkaart komen wel in aanmerking. De vergoedingen die worden toegekend aan werknemers die carpoolen naar het werk, ongeacht of ze bestuurder of passagier zijn, worden ook bedoeld vermits carpoolen een efficiënte manier is om het brandstofverbruik te beperken.
Er moet in dat kader rekening gehouden worden met onderstaande voorwaarden:
- de verhoging van de vergoeding voor woon-werkverkeer moet schriftelijk zijn vastgelegd (cao, arbeidsreglement, individuele arbeidsovereenkomst, addendum, interne communicatie of nog op een loonbrief);
- indien er voorheen nog geen vergoeding woon-werkverkeer werd toegekend, moet er een vergoeding woon-werkverkeer van minstens 0,10 euro per km worden toegekend;
- de verhoging van de vergoeding voor woon-werkverkeer wordt niet door derden vergoed;
- er mag geen sprake zijn van een verhoging van de vergoeding voor woon-werkverkeer ten laste van een buitenlandse inrichting;
Opgelet:
- Indien het een werkgever betreft die onderworpen is aan de belasting van niet-inwoners dan kan het belastingkrediet enkel verleend worden indien de verhoging van de vergoeding voor woon-werkverkeer drukt op de in België behaalde of verkregen inkomsten die aan belastingen zijn onderworpen.
- In het kader van uitzendarbeid wordt verduidelijkt dat indien het uitzendkantoor de verhoging van de vergoeding woon-werkverkeer aanrekent aan de klant-gebruiker dat het uitzendkantoor niet kan genieten van het belastingkrediet, maar de klant-gebruiker wel indien de overige voorwaarden voldaan zijn.
- De verhoging die gedekt is door het belastingkrediet zal niet aftrekbaar zijn als beroepskost.
Bedrag
Het bedrag van het belastingkrediet wordt afgetopt tot het laagste van volgende bedragen:
- 20% van de referentievergoeding (= vergoeding woon-werkverkeer per km in april 2026);
- 0,10 euro per km.
Onder ‘referentievergoeding’ wordt begrepen de vergoeding voor woon-werkverkeer uitgedrukt als een bedrag per kilometer die in beginsel werd betaald of toegekend voor verplaatsingen van de woonplaats naar de plaats van tewerkstelling in april 2026.
Wanneer de vergoeding bestaat uit een tussenkomst van de werkgever in functie van de kostprijs van een treinabonnement voor de afstand tussen de woonplaats en de plaats van tewerkstelling, moet deze tussenkomst worden omgerekend naar een vergoeding per kilometer.
Wanneer de werkgever voor april 2026 geen vergoeding voor woon-werkverkeer toekent, is de referentievergoeding gelijk aan 0,00 euro.
Indien er voorheen nog geen vergoeding woon-werkverkeer werd toegekend (referentievergoeding 0,00 euro), dan is het bedrag van het belastingkrediet gelijk aan het aantal kilometer waarvoor een verhoging van de vergoeding voor woon-werkverkeer wordt toegekend vermenigvuldigd met 20 pct. van de verhoging van de vergoeding voor woon-werkverkeer, beperkt tot 0,10 euro per kilometer.
Het bedrag van het belastingkrediet wordt verrekend met de verschuldigde belasting. Indien dat niet mogelijk is , zal het worden terugbetaald indien het tenminste 2,50 euro bedraagt.
Voorbeeld 1: een werkgever kent momenteel een vergoeding voor woon-werkverkeer met een eigen voertuig toe van 20 cent per kilometer en besluit die te verhogen met 5 cent per kilometer tot 25 cent per kilometer. Er kan dan een belastingkrediet worden verleend van 4 cent per kilometer (bedrag van de verhoging, beperkt tot 20 cent x 20 pct.).
Voorbeeld 2: een werkgever kent momenteel geen vergoeding toe voor woon-werkverkeer met een eigen voertuig en besluit een vergoeding toe te kennen van 10 cent per kilometer. Er kan een belastingkrediet worden toegekend van 2 cent per kilometer (10 cent x 20 pct.).
Voorbeeld 3: een werkgever behoort tot een paritair comité dat een vergoeding voor woon-werkverkeer toekent die gelijk is aan de kostprijs voor een treinabonnement voor de afstand gelijk aan de afstand tussen de woonplaats en de plaats van tewerkstelling van een werknemer. Aan een werknemer die op 50 kilometer van zijn plaats van tewerkstelling woont, kent hij een vergoeding toe van 204 euro per maand. Voor een maand met 20 werkdagen stemt die vergoeding overeen met een bedrag van 204 euro/(50 km x 2 x 20) of 10,2 cent per kilometer. Een verhoging tot maximaal 2,04 cent per kilometer zou volledig door het belastingkrediet kunnen worden gecompenseerd.
Bewijs
De werkgever moet een document opstellen met de volgende gegevens:
- het bedrag per kilometer van de referentievergoeding;
- het bedrag per kilometer van de verhoging van de vergoeding voor woon-verkeer;
- het bedrag per kilometer van de verhoging van de vergoeding voor woon-werkverkeer waarvoor een belastingkrediet kan worden verleend (rekening houdend met de voorziene beperkingen);
- het aantal kilometer aan verplaatsingen tussen de woonplaats en de plaats van tewerkstelling gedaan in de periode van 1 mei 2026 tot en met 31 juli 2026 waarvoor in het betrokken belastbare tijdperk de verhoging van de vergoeding voor woon-werkverkeer werd toegekend;
- het bedrag van het belastingkrediet dat wordt aangevraagd.
Deze gegevens moeten desgevallend per werknemer opgesteld worden indien de bedragen niet hetzelfde zijn over de werknemers heen.
Dit document moet in bijlage toegevoegd worden aan de aangifte.
Het belastingkrediet wordt gevraagd in de aangifte die betrekking heeft op het belastbare tijdperk waarin de bedoelde vergoeding wordt toegekend.
Aangifte VenB, RPB, BNI/ven. of BNI/rpb:
- Voor het aanslagjaar 2026, vraagt de belastingplichtige die onderworpen is aan de VenB of de BNI/ven. de toepassing van het belastingkrediet door middel van de code 1859 (“Andere terugbetaalbare bestanddelen” van het vak “Verrekenbare voorheffingen en overige verrekenbare bestanddelen”) en neemt hij de erop betrekking hebbende verworpen uitgave op in de code 1239 (“Andere verworpen uitgaven en overige bestanddelen van het resultaat” van het vak “Verworpen uitgaven en overige bestanddelen van het resultaat”).
- Voor het aanslagjaar 2026, vraagt de belastingplichtige die onderworpen is aan de VenB of de BNI/ven. de toepassing van het belastingkrediet door middel van de code 1859 (“Andere terugbetaalbare bestanddelen” van het vak “Verrekenbare voorheffingen en overige verrekenbare bestanddelen”) en neemt hij de erop betrekking hebbende verworpen uitgave op in de code 1239 (“Andere verworpen uitgaven en overige bestanddelen van het resultaat” van het vak “Verworpen uitgaven en overige bestanddelen van het resultaat”). De belastingplichtige die onderworpen is aan de RPB of BNI/rpb., waarvoor een aanslagjaar 2026 speciaal van toepassing is, vraagt de toepassing van het belastingkrediet door middel van de code die voorzien is voor het belastingkrediet voor de verhoging van de fietskilometervergoeding in toepassing van cao nr. 164, namelijk de code 1854.
- Voor het aanslagjaar 2027, zullen in de aangiften in de VenB, RPB en overeenkomstige belastingen van niet-inwoners specifieke codes worden voorzien om de toepassing van het belastingkrediet te vragen en, in voorkomend geval, de verworpen uitgave op te nemen.
Aangifte PB of BNI/nat.pers.
- Voor de in 2026 toegekende vergoedingen die verband houden met aanslagjaar 2027 zullen voor dit belastingkrediet specifieke codes worden toegekend.
- Voor het aanslagjaar 2027, zullen in de aangiften in de VenB, RPB en overeenkomstige belastingen van niet-inwoners specifieke codes worden voorzien om de toepassing van het belastingkrediet te vragen en, in voorkomend geval, de verworpen uitgave op te nemen.
Vrijstelling inkomstenbelasting in hoofde van de werknemer
De verhoogde tijdelijke tussenkomst in het woon-werkverkeer waarvoor het voormeld belastingkrediet wordt verleend, is in hoofde van de werknemer vrijgesteld van inkomstenbelasting (bij toepassing van forfaitaire beroepskosten).
Er wordt met deze vrijstelling ook rekening gehouden bij het bepalen van de inhouding van de bedrijfsvoorheffing.
Inwerkingtreding
Bovenvermelde regeling is op 8 juni 2026 in werking getreden.
Bron: Wet van 30/05/2026 houdende invoering van diverse energiemaatregelen (1), BS 8 juni 2026; Circulaire 2026/C/77 over de tijdelijke verhoging van de tussenkomst van de werkgever in de kosten voor woon-werkverkeer.