Skip to main content
Sociaal-Juridisch

BV-vrijstelling onderzoek & ontwikkeling: realistische einddatum is vereist

By 27 mei 2026No Comments

Werkgevers kunnen een vrijstelling krijgen op de doorstorting van de bedrijfsvoorheffing voor onderzoekers die zij tewerk stellen.

De bezoldigingen van de onderzoekers met de vereiste diploma’s komen slechts pro rata de tijd die ze effectief besteed hebben aan onderzoek en/of ontwikkeling binnen een onderzoeks- of ontwikkelingsproject of -programma, in aanmerking voor deze steunmaatregel.

Voor onderzoekers met een masterdiploma geldt er een vrijstelling van 80 % van op bovenvermelde bezoldigingen ingehouden bedrijfsvoorheffing. Het totale bedrag van de van doorstorting vrijgestelde bedrijfsvoorheffing moet bij onderzoekers met een bachelorsdiploma evenwel beperkt worden tot 25 % van het totale bedrag van de vrijstelling van doorstorting van de bedrijfsvoorheffing ingehouden op de in aanmerking te nemen bezoldigingen van de onderzoekers die houder zijn van een master- of doctordiploma in een specifiek studiegebied. Voor kleine vennootschappen wordt dit percentage verdubbeld.

Voorwaarden

De werkgever moet de onderzoeks- of ontwikkelingsprojecten en -programma’s aanmelden bij de Programmatorische Overheidsdienst Wetenschapsbeleid (BELSPO).

De aanmelding van een onderzoeks- of ontwikkelingsproject of ‑programma bij BELSPO is een wezenlijke voorwaarde die vervuld moet zijn op het ogenblik dat de vrijstelling van doorstorting van de bedrijfsvoorheffing voor onderzoek en ontwikkeling wordt toegepast.

De aanmelding van een onderzoeks- of ontwikkelingsproject of -programma bij BELSPO moet gebeuren vóór de aanvangsdatum van het project of programma.

De aanmelding van een onderzoeks- of ontwikkelingsproject- of programma wordt als geldig beschouwd indien de onderstaande gegevens worden verstrekt:

  • de identificatie van de schuldenaar van de bedrijfsvoorheffing
  • de beschrijving van het project of programma waarbij wordt aangetoond dat het fundamenteel onderzoek, industrieel onderzoek of experimentele ontwikkeling tot doel heeft
  • de verwachte aanvangsdatum en de vooropgestelde einddatum van het project of programma.

Het is over deze verwachte einddatum dat het Hof van Cassatie zich in een recent arrest heeft uitgesproken.

Arrest Hof van Cassatie

De betrokken onderneming had als vooropgestelde einddatum 1 januari 2099 opgegeven.

Doordat dit geen realistische einddatum was, aanvaardde de fiscus de vrijstelling niet, waardoor de onderneming bijgevolg naar de rechter trok.

De appelrechters waren van oordeel dat de aanmelding zoals gedaan op 13 april 2016 niet voldoet aan de voorwaarden van artikel 275³ § 3 WIB 92 aangezien een datum van 1 januari 2099 als einddatum niet als ernstig kan beschouwd worden, vooral nu bij de personen, gelinkt aan het project evenmin wordt vermeld vanaf wanneer en tot wanneer zij zich met dit project hebben
beziggehouden/zullen bezighouden.

Voorgaande werd bevestigd door het Hof van Cassatie.

“In het licht van deze doelstelling van de wetgever kan enkel een realistische vooropgestelde einddatum in aanmerking worden genomen voor de toekenning van de vrijstelling van de doorstorting van de bedrijfsvoorheffing. Een aanmelding die geen einddatum vermeldt of die geen realistische einddatum vermeldt, voldoet bijgevolg niet aan de wettelijke voorwaarde van artikel 275³, § 3, vierde lid, WIB92, zodat de schuldenaar van de bedrijfsvoorheffing in voorkomend geval geen rechtmatige aanspraak kan maken op de vrijstelling van de doorstortingsverplichting.”

Conclusie

Een werkgever die toepassing wenst te maken van de vrijstelling op de bedrijfsvoorheffing in het kader van onderzoek en ontwikkeling zal diens project moeten aanmelden met een einddatum, die realistisch is.

Tevens wordt er best over gewaakt dat de personen (onderzoekers) die zich met het project bezig houden in concreto geïnformeerd zijn over welke periode zij zich met dit project bezig zullen zijn.

Ook de instructies die in 2025 opgesteld werden door BELSPO en de FOD Financiën zijn in lijn met de beoordeling van het Hof van Cassatie.

Zo kan de vooropgestelde einddatum van het eerder aangemelde project of programma aangepast worden. Hierbij mag de vooropgestelde einddatum van een project of programma niet oneindig worden opgeschoven. Het is noodzakelijk dat de vooropgestelde einddatum aangepast wordt op basis van een duidelijke argumentatie die in lijn ligt van de ontwikkelingen op het terrein.

Voor een correcte inschatting van de looptijd van een project of programma moet de onderneming zich baseren op de gangbare praktijken voor het uitvoeren van O&O binnen de sector waarin de onderneming actief is. Onredelijk lange termijnen worden niet aanvaard.

Bron : Cass., 2 april 2026, rolnummer F.24.0080.N, “https://juportal.be/JUPORTAwork/ECLI:BE:CASS:2026:ARR.20260402.1N.5_NL.pdf“.

 

Deze website maakt gebruik van cookies om je gebruikservaring te optimaliseren. Door op “Accepteren” te klikken, ga je akkoord met het plaatsen van deze cookies.