Om tegemoet te komen aan de vraag van de sociale partners in het Paritair comité voor het bouwbedrijf besliste de regering het aantal fiscaal voordelige overuren te verhogen naar 280 uren voor de werknemers die tewerkgesteld zijn bij werkgevers die hoofzakelijk wegenwerken (met uitsluiting van het aanleggen van ondergrondse leidingen en kabels) of spoorwegwerken verrichten en aan wie de overheid oplegt om in het weekend, op feestdagen of ’s nachts te werken voor die werkgevers.
Ondertussen heeft de FOD Financiën hieromtrent recent een circulaire gepubliceerd.
Ter herinnering
Het fiscaal gunstig regime voor overuren is normaal gezien beperkt tot 130 overuren per jaar en per werknemer.
In het regeerakkoord De Wever I werd het volgende opgenomen: Er wordt een structurele en uniforme en flexibele algemene regeling van 180u fiscaalvriendelijke overuren ingevoerd met een lastenverlaging voor de werkgever en een belastingvermindering voor de werknemer. Deze maatregel is nog onder voorbehoud van publicatie in het Belgisch Staatsblad.
| Wettelijk overloon van toepassing op de gepresteerde overuren | % vrijstelling doorstorting bedrijfsvoorheffing – werkgever | % vermindering bedrijfsvoorheffing – werknemer |
| 20% (bouw) | 32,19% | 66,81% |
| 50% of 100% | 41,25% | 57,75% |
- In de bouwsector (en aanverwante sectoren) werd de grens van 130 overuren opgetrokken naar 180 uur op voorwaarde dat het gaat om werven waar effectief gebruik wordt gemaakt van een aanwezigheidsregistratiesysteem.
- Daarnaast is voorzien in een verhoging tot 280u voor de werknemers tewerkgesteld bij werkgevers die hoofdzakelijk wegenwerken uitvoeren (met uitsluiting van het aanleggen van ondergrondse leidingen en kabels) of spoorwegwerken en voor wie de overheid oplegt om in het weekend, op feestdagen of ‘s nachts te werken, op voorwaarde dat die werkgevers gebruikmaken van het elektronisch aanwezigheidsregistratiesysteem (EAS) en op voorwaarde en in de mate dat die werknemers daadwerkelijk wegenwerken of spoorwegwerken waarvoor de overheid oplegt om in het weekend, op feestdagen of ‘s nachts te werken hebben uitgevoerd tijdens de overuren die voor die werkgevers worden gepresteerd.
- In de horecasector werd de grens van 130 overuren opgetrokken tot 360 overuren. Deze uitbreiding geldt voor de werkgevers die ressorteren onder het paritair comité
302 of het paritair comité 322, inleners die ressorteren onder het paritair comité 302 bij uitzendarbeid.
Werkgever die hoofdzakelijk wegenwerken of spoorwegwerken uitvoert
De werknemers moeten tewerkgesteld zijn bij een werkgever die hoofdzakelijk wegenwerken (met uitsluiting van het aanleggen van ondergrondse leidingen en kabels), of spoorwegwerken uitvoert. Noch de regelgeving noch de voorbereidende werken verduidelijken hoe het begrip ‘hoofdzakelijk’ in deze voorwaarde moet worden beoordeeld. Bijgevolg is dit een feitenkwestie waarbij de werkgever moet aantonen dat deze voorwaarde vervuld is, bijvoorbeeld aan de hand van het aandeel van de wegen- en spoorwegwerken in de omzet of in het totaal aantal door de werknemers gepresteerde uren.
Met betrekking tot de belastingvermindering voor de werknemer werd verduidelijkt dat het feit dat een werknemer van werkgever of sector verandert tijdens een belastbaar tijdperk mag niet beletten dat hij/zij voor het overwerk dat hij/zij effectief heeft gepresteerd bij de uitvoering van wegenwerken of spoorwegwerken niet langer in aanmerking zou komen voor de verhoging. Werknemers kunnen bijgevolg genieten van de belastingvermindering ook al zijn niet alle overuren verricht aan wegen-of spoorwegwerken.
Weekend, feestdagen, ’s nachts
De verhoging van het plafond naar 280 uren wordt enkel toegestaan in de mate dat er ook overuren werden gepresteerd die recht geven op een wettelijke overwerktoeslag en die daadwerkelijk betrekking hebben op de uitvoering van wegenwerken of spoorwegwerken waarvoor de overheid heeft opgelegd om in het weekend, op feestdagen of ’s nachts te werken.
In de circulaire wordt verduidelijkt dat het niet vereist is dat die overuren ook effectief gepresteerd zijn in het weekend, op feestdagen of ’s nachts. Het volstaat dat de overuren zijn gepresteerd bij de uitvoering van wegenwerken of spoorwegwerken waarvoor de overheid heeft opgelegd om in het weekend, op feestdagen of ’s nachts te werken. De overuren moeten wel effectief zijn gepresteerd bij de uitvoering van wegenwerken of spoorwegwerken. Zo komen bijvoorbeeld overuren gepresteerd tijdens de uitvoering van onderhoudswerkzaamheden of voorbereidende werkzaamheden in het atelier van de werkgever niet in aanmerking.
Onderaannemers?
Wat de onderaannemers betreft, is het in dat verband niet vereist dat de overheid die verplichting rechtstreeks aan hen oplegt. Het volstaat dat in het kader van een aanbestedingsprocedure deze verplichting door de overheid wordt opgelegd aan de hoofdaannemer. Aangezien de hoofdaannemer aansprakelijk is voor al zijn aangestelde onderaannemers werkt deze verplichting dan ook door naar die onderaannemers (onrechtstreekse verplichting). Kortom, om te kunnen voldoen aan deze voorwaarde, moet er op de onderaannemer rechtstreeks of onrechtstreeks een door de overheid opgelegde verplichting rusten om in het weekend, op feestdagen of ’s nachts te werken.
Uitzendarbeid
De verhoging van het aantal overuren naar 280 uren voor wegenwerken en spoorwegwerken is eveneens van toepassing op uitzendarbeid.
28. De specifieke voorwaarden die voor de werkgevers gelden, moeten in dat geval dan niet vervuld zijn in hoofde van het erkende uitzendkantoor maar wel in hoofde van de gebruiker aan wie het erkende uitzendkantoor de uitzendkracht ter beschikking stelt. Concreet betekent dit dat:
– de klant-gebruiker hoofdzakelijk wegenwerken, met uitsluiting van het aanleggen van ondergrondse leidingen of kabels, of spoorwegwerken moet uitvoeren
– de overheid aan de gebruiker de verplichting moet hebben opgelegd om de werken in het weekend, op feestdagen of ’s nachts uit te voeren
– de klant-gebruiker gebruik moet maken van een elektronisch aanwezigheidsregistratiesysteem.
Opgelet: Er wordt expliciet voorzien dat de BV-vrijstelling enkel toegepast kan worden op de minimaal verschuldigde bedrijfsvoorheffing (11,11 % voor uitzendkrachten) en bijgevolg niet toegepast kan worden op het fiscaal voluntariaat.
Praktische toepassing
De werkgever die voldoet aan de voorwaarden en die de BV-vrijstelling voor overwerk wil toepassen, moet elk jaar en per werknemer een keuze moet maken tussen de toepassing van:
– het ‘normale’ plafond van 180 overuren of
– het specifieke plafond van 280 overuren in het kader van de wegenwerken of spoorwegwerken.
Dit heeft tot gevolg dat een volledige benutting van het plafond van 280 uren enkel mogelijk is indien de werknemer ten minste 280 overuren heeft gepresteerd die betrekking hebben op de uitvoering van wegenwerken of spoorwegwerken waarvoor de overheid heeft opgelegd om in het weekend, op feestdagen of ’s nachts te werken.
Voorbeeld:
Een werknemer presteert tijdens de periode van 01.01.2025 tot en met 30.09.2025 voor zijn werkgever 200 overuren in het kader van werken in onroerende staat die recht geven op een wettelijke overwerktoeslag. Vervolgens presteert die werknemer tijdens de periode van 01.10.2025 tot en met 31.12.2025 voor dezelfde werkgever nog 70 overuren die recht geven op een wettelijke overwerktoeslag en die betrekking hebben op de uitvoering van wegenwerken waarvoor de overheid heeft opgelegd om in het weekend, op feestdagen of ’s nachts te werken. De werkgever gebruikt altijd een elektronisch aanwezigheidsregistratiesysteem en voert maandelijks hoofdzakelijk wegenwerken uit waardoor hij ook werken in onroerende staat verricht.
– ofwel vraagt de werkgever voor deze werknemer de toepassing van de vrijstelling van doorstorting van bedrijfsvoorheffing voor in totaal 180 overuren door in de maanden waarin de eerste 130 overuren zijn gepresteerd telkens een tweede aangifte in de bedrijfsvoorheffing in te dienen met als code 44 of 45 en door in de maanden waarin de eerstvolgende 50 overuren in het kader van werken in onroerende staat zijn gepresteerd telkens een tweede aangifte in de bedrijfsvoorheffing in te dienen met als code 51 of 52
– ofwel vraagt de werkgever voor deze werknemer de toepassing van de vrijstelling van doorstorting van bedrijfsvoorheffing voor in totaal 70 overuren in het kader van wegenwerken door in de maanden waarin deze 70 overuren zijn gepresteerd telkens een tweede aangifte in de bedrijfsvoorheffing in te dienen met als code 82 of 83.
274 aangifte
Om aanspraak te maken op de verhoging van het plafond tot 280 uren moet de werkgever voor de maanden of kwartalen waarin deze overuren zijn betaald een tweede aangifte in de bedrijfsvoorheffing indienen met vermelding van de code 82 (voor overuren met een wettelijke overwerktoeslag van 20 %) en/of de code 83 (voor overuren met een wettelijke overwerktoeslag van 50 of 100 %).
Opgelet: de indiening van een aangifte in de bedrijfsvoorheffing met vermelding van de code ’82’ of ’83’ is enkel mogelijk indien de werkgever in hetzelfde jaar voor dezelfde werknemer nog geen toepassing vroeg van de vrijstelling van doorstorting van bedrijfsvoorheffing voor overwerk door indiening van een aangifte in de bedrijfsvoorheffing met vermelding van de code ’44’, ’45’, ’51’, ’52’, ’55’, ’58’ of ’59’.’
Bron: Wet van 12 mei 2024 houdende diverse fiscale bepalingen (1), BS 29 mei 2024; KB van 15 mei 2024 tot wijziging van de bedrijfsvoorheffing, BS 28 mei 2024; Circulaire 2026/C/40 over het aantal fiscaal voordelige overuren met overwerktoeslag voor wegenwerken en spoorwegwerken.