Skip to main content
Sociaal-Juridisch

Duurzaamheidsrapportering (ESG) – update

By 3 oktober 2025No Comments

Europa streeft naar een klimaatneutraal Europa en heeft in het licht hiervan de Europese Green Deal met de lidstaten gesloten. De Europese richtlijn (Corporate Sustainability Reporting) werd in december 2024 in België omgezet en verplicht een aantal ondernemingen jaarlijks een duurzaamheidsverslag op te stellen en openbaar te maken.

De rapportering bestaat uit 10 thematische standaarden (denk aan klimaatverandering, circulaire economie en biodiversiteit, maar ook sociale thema’s zoals eigen personeel en medewerkers in de waardeketen).

Deze ESG-thema’s en de concrete voorschriften over het verzamelen, analyseren en rapporteren ervan zijn uitgewerkt in Europese standaarden, de zogenaamde ESRS (European Sustainability Reporting Standards).

Omwille van de vele kritieken en zogenaamde administratieve rondslomp, is Europa met voorstellen gekomen die de duurzaamheidsrapportage vereenvoudigen, m.n. via de Omnibuspakketten. Meer info vind je hier.

Toepassingsgebied

Er geldt een gefaseerde uitrol over 4 jaar.

  1. 2025 : Beursgenoteerde bedrijven en financiële instellingen met meer dan 500 werknemers;
  2. 2026 : Grote ondernemingen die niet onder de NFRD (Non-Financial Reporting Directive)-verplichtingen vielen;
  3. 2027 : Beursgenoteerde KMO’s, kleine niet-complexe kredietinstellingen en (her)verzekeringscaptives;
  4. 2029 : Bepaalde bijkantoren en dochtervennootschappen van niet-Europese ondernemingen.

Een niet beursgenoteerde KMO is dus vrijgesteld.

Een KMO is een onderneming die niet voldoet aan de criteria van een ‘grote’ onderneming, m.n. een onderneming die op balansdatum van het laatst afgesloten boekjaar meer dan twee van de volgende criteria overschrijdt:

  • jaargemiddelde van het personeelsbestand : max. 250
  • jaaromzet (exclusief BTW) : max. 50.000.000 euro
  • balanstotaal : max. 25.000.000 euro

Uitzendkrachten?

Wat met uitzendkrachten, moeten zij bij de klant-gebruiker of bij het uitzendkantoor meegeteld worden voor de berekening van het jaargemiddelde?  In de Europese wetgeving rond de ESG-rapportering is alleszins niet expliciet bepaald of de uitzendkrachten meetellen bij de gebruiker of bij het uitzendkantoor.

In de (Belgische) wet van 2 december 2024 betreffende de openbaarmaking van duurzaamheidsinformatie door bepaalde vennootschappen en groepen en de assurance van duurzaamheidsinformatie en houdende diverse bepalingen vermeldt artikel 13 dat “Het aantal werknemers uitgedrukt in voltijdse equivalenten gelijk is aan het arbeidsvolume uitgedrukt in voltijds tewerkgestelde equivalenten, te berekenen voor de deeltijdse werknemers op basis van het contractueel aantal te presteren uren, gerelateerd ten opzichte van de normale arbeidsduur van een vergelijkbare voltijdse werknemer.”

Voor de berekening van het jaargemiddelde wordt in voormeld artikel vervolgens verwezen naar artikel 1:24, § 5, eerste lid wetboek vennootschappen en verenigingen.

Het wetboek vennootschappen en verenigingen voorziet in een uitdrukkelijke verwijzing naar alle werknemers voor wie de werkgever een Dimona uitvoert.

Uit voorgaande kunnen we dan concluderen dat de uitzendkrachten meetellen bij het uitzendkantoor. 

Verplichte rapportering

De onderneming die onder het toepassingsgebied van de wet valt, moet de duurzaamheidsinformatie in het jaarverslag opnemen overeenkomstig de Europese duurzaamheidsstandaarden ESRS (‘European Sustainability Reporting Standards’).

Er zal een dubbele materialiteitsanalyse uitgevoerd moeten worden om te bepalen welke informatie relevant is om openbaar te maken.

Dit betekent dat de opmaak en openbaarmaking van de duurzaamheidsinformatie gebeurt vanuit een dubbel perspectief.

  1.  Enerzijds wat is het risico en de impact van ESG-factoren op de onderneming. De onderneming rapporteert informatie die nodig is om te begrijpen hoe duurzaamheidskwesties van invloed zijn op de ontwikkeling, de prestaties en de positie van de onderneming.
  2.  Anderzijds welke impact heeft de onderneming op vlak van ESG. De onderneming rapporteert informatie die nodig is om inzicht te krijgen in de effecten van de onderneming op duurzaamheidskwesties.

De duurzaamheidsinformatie van een onderneming bevat ook informatie over haar waardeketen. Dat zijn niet enkel de producten en diensten van het bedrijf, maar ook haar zakenrelaties, toeleveringsketen, transport, klanten …

Doordat ondernemingen moeten rapporteren over hun waardeketen, kan dit ook een impact hebben op een KMO die in principe vrijgesteld is van de rapporteringsverplichting. Een onderneming onderworpen aan de ESG-verplichting kan immers informatie opvragen bij een KMO indien deze laatste een leverancier of klant is.

Om eventuele overbevraging van KMO’s tegen te gaan, heeft de overheid maatregelen getroffen:

  • (Moeder)vennootschappen die rapportageplichtig zijn, moeten hun informatievragen aan niet plichtige KMO’s binnen hun waardeketen beperken tot wat is vastgesteld in de VSME.
  • Grotere ondernemingen mogen niet eisen dat de informatie die KMO’s aanleveren, onderworpen wordt aan een bijkomende audit/assurance.

Ten slotte moet een onafhankelijke externe audit de duurzaamheidsinformatie die de onderneming opgesteld heeft, controleren. Vervolgens wordt de informatie voorgelegd aan de ondernemingsraad voor advies.

Vrijwillige duurzaamheidsrapportering

KMO’s die niet onderworpen zijn aan de rapporteringsverplichting, kunnen dit wel vrijwillig doen. Zij kunnen hiervoor gebruik maken van zogenaamde VSME (Voluntary reporting standard for SMEs’). Het gaat dan over een vereenvoudigde, afgeslankte versie van de verplichte standaarden voor grote ondernemingen, op maat van de KMO.

De Europese Commissie heeft recent een tijdelijke aanbeveling goedgekeurd over de vrijwillige duurzaamheidsrapportering . De aanbeveling bevat een vrijwillige standaard voor kmo’s die niet onder de verplichte duurzaamheidsrapportage (ESG) vallen.

Het betreft een voorlopige standaard totdat er een structurele oplossing voorhanden is. 

Meer informatie kan je hier terugvinden.

Sancties

Er gelden enkel sancties wanneer niet aan de rapporteringsverplichting voldaan is. Aldus zijn er geen sancties voorhanden als blijkt dat een onderneming niet duurzaam is.

Overtredingen op de rapporteringsverplichting worden op dezelfde wijze bestraft als inbreuken met betrekking tot de jaarrekening en de wettelijke controle op de jaarrekening.

Een derde (onafhankelijke externe audit) moet eveneens opnemen in zijn verslag indien de rapportering niet volledig is opgesteld volgens de voorgeschreven procedures en standaarden zoals voorzien in deze wet en Europese verordening.

Overgangsperioden

Voor ondernemingen uit fase 1 en 2 geldt een overgangsperiode gedurende de eerste drie boekjaren:

Wanneer ondernemingen niet over alle informatie over de waardeketen beschikken, moeten zij in het jaarverslag opnemen:

  •  welke inspanningen er geleverd zijn om deze informatie te verkrijgen;
  •  waarom niet alle informatie kon worden verkregen; en
  •  welke maatregelen er genomen zullen worden om in de toekomst toch de nodige informatie te verkrijgen.

Voor de beursgenoteerde KMO’s geldt dat voor de boekjaren die aanvangen vóór 1 januari 2028, het bestuursorgaan kan beslissen om de beperkte duurzaamheidsinformatie niet in het jaarverslag op te nemen. Het bestuursorgaan zal deze beslissing voldoende moeten motiveren en neemt bovendien de redenen op in het jaarverslag van de vennootschap.

Bron : Wet van 2 december 2024 betreffende de openbaarmaking van duurzaamheidsinformatie door bepaalde vennootschappen en groepen en de assurance van duurzaamheidsinformatie en houdende diverse bepalingen, BS 20 december 2024; Aanbeveling (EU) 2025/1710 van de commissie van 30 juli 2025 betreffende een duurzaamheidsrapporteringsstandaard voor kleine en middelgrote ondernemingen, EU publicatieblad 5 augustus 2025.

Deze website maakt gebruik van cookies om je gebruikservaring te optimaliseren. Door op “Accepteren” te klikken, ga je akkoord met het plaatsen van deze cookies.