In het regeerakkoord van de nieuwe regering De Wever I werd opgenomen dat men het misbruik van de opeenvolgende dagcontracten verder wil aanpakken. De responsabiliseringsbijdrage voor opeenvolgende dagcontracten in de uitzendsector wordt na 2 jaar praktijk geëvalueerd door de sociale partners begin 2025. Er zal dan nagegaan worden of er bijkomende maatregelen genomen moeten worden.
Ter herinnering
Er is sprake van een semestriële bijdrage rechtstreeks ten laste van de klant-gebruiker in geval van overschrijding, bij eenzelfde gebruiker, van bepaalde drempels van ODC’s, per uitzendkracht via hetzelfde uitzendkantoor en per semester (01/01 – 30/06 en 01/07 – 31/12).
| Aantal ODC’s/ semester/ uitzendkracht/ uitzendkantoor/ gebruiker | Bijzondere socialezekerheidsbijdrage, in euro, per semester en per uitzendkracht |
| 0 -39 | 0 |
| 40 – 59 | 10 euro x aantal ODC’s: minimaal 400 euro maximaal 590 euro |
| 60 – 79 | 15 euro x aantal ODC’s: minimaal 900 euro maximaal 1.185 euro |
| 80 – 99 | 30 euro x aantal ODC’s: minimaal 2.400 euro maximaal 2.970 euro |
| 100 en meer | 40 euro x aantal ODC’s: minimaal 4.000 euro |
Voor de berekening van de responsabiliseringsbijdrage wordt onder ‘opeenvolgende dagcontracten’ verstaan: contracten van minder dan 24u die elkaar onmiddellijk opvolgen. Alle dagcontracten die elkaar onmiddellijk, dus van dag op dag, opvolgen, worden als opeenvolgende dagcontracten (ODC’s) beschouwd. Om het aantal ODC’s te bepalen, telt het 1ste contract ook mee. Een dagcontract voor maandag en één voor dinsdag, tellen dus als twee opeenvolgende dagcontracten.
Opgelet: Bovenvermelde definitie geldt specifiek voor de berekening van de responsabiliseringsbijdrage door de RSZ. De definitie van “opeenvolgende dagcontracten” volgens CAO nr. 108 is momenteel nog niet aangepast.
Onder opeenvolgende dagcontracten voor uitzendarbeid in het kader van CAO nr. 108 wordt verstaan de arbeidsovereenkomsten voor uitzendarbeid bij eenzelfde gebruiker, die elk een looptijd van vierentwintig uur niet overschrijden, en die elkaar onmiddellijk opvolgen of hooguit gescheiden worden door een feestdag en/of door de gewone inactiviteitsdagen die binnen de onderneming van de gebruiker gelden voor de categorie van werknemers waartoe de uitzendkracht behoort.
Toepassingsgebied
De maatregel slaat op alle uitzendkrachten die tewerkgesteld worden met opeenvolgende dagcontracten, inclusief studenten aangegeven onder de solidariteitsbijdrage, maar met uitsluiting van de volgende specifieke categorieën:
- Gepensioneerden
- >= 65 jarigen
- < 65- jarigen waarvoor de zone P (gepensioneerd) in de DmfA is ingevuld
- Flexi-jobbers
- Gelegenheidswerkers (gebruikers onder PC nr. 144, PC nr. 145 en PC nr. 302)
Telling?
De bepaling van het aantal ODC’s van eenzelfde uitzendkracht bij dezelfde gebruiker gebeurt door de RSZ op basis van de aangegeven dagcontracten in de DmfA (niet op basis van de dimona gegevens).
De verlenging van een dagcontract moet in de DmfA aangegeven worden op aparte tewerkstellingslijnen. De administratieve of technische redenen die aanleiding geven tot het opmaken van een dagcontract zijn niet relevant. De tewerkstellingslijnen volgen de logica van de contractperioden.
Specifiek voor studenten met solidariteitsbijdrage (studentencontingent) geeft het uitzendkantoor zelf het aantal ODC’s bij eenzelfde gebruiker op in het blok “bijdrage student” in de DmfA. Indien eenzelfde persoon zowel als gewone werknemer en als student bij eenzelfde gebruiker werkt, dan worden beide aantallen ODC’s niet samengeteld.
De NAR had in advies nr. 2.310 gevraagd om de mogelijkheid na te gaan voor het voorzien van een “teller” door de RSZ zodat de uitzendkracht en werkgever/gebruiker in staat zouden zijn het aantal gepresteerde ODC’s op te volgen. Ondertussen is duidelijk geworden dat er geen teller voorzien zal worden.
Terugbetaling wegens uitzonderlijke omstandigheden?
Gebruikers die de bijzondere bijdrage verschuldigd zijn hebben de mogelijkheid om de terugbetaling te vragen van de bijzondere bijdrage voor een semester waarin uitzonderlijke omstandigheden zich hebben voorgedaan. Hiervoor moeten ze bij de Commissie van Goede Diensten (info@cgd-cbo.be) een aanvraag tot onderzoek van terugbetaling indienen na informatie en raadpleging van de ondernemingsraad dan wel de vakbondsafvaardiging, in de ondernemingen waarbinnen deze organen bestaan. Het bewijs van het naleven van de raadplegingsprocedure moet ook worden toegevoegd alsook een uiteenzetting van de uitzonderlijke omstandigheden. De Commissie van Goede Diensten zal een advies uitbrengen en dit overmaken aan de RSZ. De RSZ zal vervolgens de beslissing nemen over het al dan niet toekennen van de terugbetaling.
Bron: Administratieve instructies RSZ – 2025/1.