Een studentenovereenkomst is mogelijk voor student die:
- ofwel onderwijs met volledig leerplan volgt,
- ofwel deeltijds onderwijs of onderwijs met een beperkt leerplan volgt, in het stelsel van ‘alternerend leren‘, en cumulatief aan de volgende voorwaarden voldoet:
- het gevolgde onderwijssysteem bestaat enerzijds uit een theoretische opleiding in een onderwijsinstelling of opleidingscentrum, ingericht, gesubsidieerd of erkend door de bevoegde overheid, en anderzijds een praktische opleiding op een werkplek (dit betreft zowel de onderworpen als de niet onderworpen leerlingen die een alternerende opleiding volgen);
- de studentenovereenkomst wordt gesloten met een andere werkgever dan deze waarbij hij zijn praktische opleiding volgt op de werkplek; dit voorbehoud geldt niet voor de zomermaanden (juli en augustus, tijdens de periode dat de overeenkomst alternerend leren niet actief is), zodat de jongere ook bij zijn stagegever een vakantiejob kan doen;
- de prestaties als student vinden plaats buiten de uren dat de student verwacht wordt zijn theoretische opleiding te volgen of aanwezig te zijn op de werkplek;
- de student geniet niet van een werkloosheidsuitkering of een inschakelingsuitkering.
De leerling alternerend leren kan dus een studentenjob uitoefenen bij een andere werkgever gedurende de uren dat hij geen theoretische opleiding volgt of aanwezig dient te zijn op de werkplek.
Tijdens de zomermaanden (juli en augustus) geldt echter een uitzondering en mag een student in een stelsel van alternerend leren ook via een studentenovereenkomst werken bij zijn stagegever.
Deze regel geldt voor alle stelsels van alternerend leren en werken van de verschillende gemeenschappen.
Uiteraard moeten de overige voorwaarden ook voldaan zijn.
Bron: KB van 10 juli 2017 tot wijziging van het KB van 14 juli 1995 waarbij sommige categorieën studenten uit het toepassingsgebied van Titel VII van de wet van 3 juli 1978 betreffende de arbeidsovereenkomsten worden gesloten.; Administratieve instructies RSZ.