Ter herinnering
De mobiliteitsvergoeding is een forfaitair stelsel van terugbetaling van verplaatsingskosten dat toegekend wordt aan werknemers in paritaire comités waar de plaats van tewerkstelling niet vast is. De betrokken werknemers worden tewerkgesteld op werven die verschillen van opdracht tot opdracht. Om de tijd van de verplaatsing naar de werf die geen arbeidstijd is, te vergoeden werd de “mobiliteitsvergoeding” gecreëerd. Ook uitzendkrachten die tewerkgesteld worden in de betrokken sectoren en op mobiele werkplaatsen hebben recht op een mobiliteitsvergoeding.
Mobiliteitsvergoeding vanaf 01/02/2026
De mobiliteitsvergoeding wordt toegekend aan arbeiders in die zich van hun woonplaats naar een werf begeven of van de zetel van de onderneming of de ophaalplaats naar een werf gevoerd worden voor zover deze werf niet de aanwervingplaats van de arbeiders is.
Indien de zetel van de onderneming niet enkel fungeert als ophaalplaats, maar dat er tevens arbeid wordt geleverd dan dient de arbeidstijd verloond te worden. Voor het vervoer naar de werf geldt enkel de mobiliteitsvergoeding.
De vergoeding is pas verschuldigd vanaf een minimumafstand van 5 kilometer. Bij combinatie van meerdere voertuigen wordt de vergoeding per voertuig vastgesteld en toegekend.
| Vergoeding | Bedrag vanaf 01/02/2026 |
| Openbaar vervoer | Volledige terugbetaling |
| Eigen voertuig | 0,3450 EUR per kilometer |
| Voertuig werkgever (passagier) | 0,1732 EUR per kilometer |
| Chauffeur met passagiers | 0,1929 EUR per kilometer |
| Chauffeur zonder passagiers | 0,1817 EUR per kilometer |
Opgelet: Sinds 1 januari 2024 moet de werkgever maandelijks bij de loonfiche een detail toevoegen van het aantal per dag afgelegde kilometers die in aanmerking komen voor de uitbetaling van de mobiliteitsvergoeding.
Bron: CAO van 30/03/2022 inzake vervoerskosten, 174.155/CO/149.01; KB van 26 maart 2020 tot wijziging van artikel 19, § 2, 4°, tweede lid, c), van het koninklijk besluit van 28 november 1969 tot uitvoering van de wet van 27 juni 1969 tot herziening van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders, BS 06/04/2020; CAO betreffende het nationaal akkoord 2019 – 2020, 152842/co/149.01; CAO van 16/10/2023 betreffende het nationaal akkoord 2023-2024, 183590/co/149.01.