Skip to main content
Sociaal-Juridisch

Pensioenhervorming 2025-2029

By 30 juni 2026No Comments

De Pensioenwet werd op 28 mei 2026 gestemd en goedgekeurd en op 1 juni 2026 gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad.

Deze hervorming brengt een aantal verregaande wijzigingen met zich mee voor de manier waarop de pensioendatum en het pensioenbedrag berekend worden.

Pensioenwijzigingen die voor iedereen van toepassing zijn

De maatregelen hieronder gelden voor alle pensioenstelsels in België. Dit betekent dat ze van toepassing zijn op werknemers, ambtenaren én zelfstandigen.

Bepaling van de pensioendatum

De hervorming maakt de regels om vroeger te stoppen met werken strenger. De wettelijke pensioenenleeftijd zelf verandert echter niet en blijft afhankelijk van het jaar waarin een persoon geboren wordt:

  • Geboren vóór 1 januari 1960: wettelijke pensioenleeftijd is 65 jaar.

  • Geboren tussen 1 januari 1960 en 31 december 1963: wettelijke pensioenleeftijd is 66 jaar.

  • Geboren vanaf 1 januari 1964: wettelijke pensioenleeftijd is 67 jaar.

Ook de combinaties van de leeftijd en het aantal loopbaanjaren dat nodig is om met vervroegd pensioen te mogen gaan, veranderen niet (zoals 60 jaar worden met 44 loopbaanjaren, of 63 jaar met 42 loopbaanjaren). Wel is er vanaf 2027 een nieuwe mogelijkheid om vanaf 60 jaar met pensioen te gaan na een zeer lange loopbaan met veel effectief gewerkte dagen.

Wat verandert er wél vanaf 1 januari 2027? Om een loopbaanjaar te laten meetellen voor het vervroegd pensioen, moeten er in dat jaar voortaan minimaal 156 gewerkte of gelijkgestelde dagen aanwezig zijn. Hierdoor kan het gebeuren dat iemand pas later met pensioen kan gaan dan oorspronkelijk gedacht.

Hieromtrent zijn wel automatische beschermings- en overgangsmaatregelen ingevoerd:

  • De 5 reservedagen: Iedereen krijgt eenmalig een potje van maximaal 5 reservedagen. Jaren waarin iemand net een paar dagen tekortkomt om aan de 156 dagen te geraken (bijvoorbeeld een jaar met 154 dagen), worden hiermee automatisch aangevuld. Er kan maximaal 5 jaar aangevuld worden met 1 dag of 1 jaar met 5 dagen.

  • Balansdagen voor deeltijdse werkers: Indien iemand halftijds werkt met schommelende uurroosters (tussen 150 en 162 dagen), dan kunnen dagen die deze persoon in een “vol” jaar extra heeft gewerkt, automatisch worden overgedragen naar een jaar waarin er net te weinig dagen zijn.

    De pensioendienst beschouwt een jaar als halftijds gewerkt als er tussen 150 en 162 dagen gewerkt werd.

    Per aaneensluitende periode dat iemand halftijds werkte, wordt er gekeken of er effectief gewerkte dagen van een jaar waarin er meer dan 156 dagen gewerkt werd, kunnen overgezet worden naar de jaren waarin er net geen 156 dagen gewerkt werd. Deze dagen noemen we ‘balansdagen’.

    Met deze balansdagen worden jaren van net meer dan 156 dagen en jaren van net minder dan 156 dagen in eenzelfde periode van halftijdse tewerkstelling in balans gebracht.

  • Uitzonderings- en overgangsmaatregelen:

    • Eerste loopbaanjaar: Het allereerste jaar waarin iemand als starter minstens 104 dagen (maar minder dan 156 dagen) gewerkt heeft, telt toch mee voor de pensioendatum.

    • Verschuivingslimiet :

      • Vóór 2027 al voldaan aan de voorwaarden voor vervroegd pensioen, maar pensioen uitgesteld? Dan heeft deze wijziging geen invloed op de pensioendatum.
        Opgelet: het pensioenbedrag kan wel wijzigen door andere, nieuwe pensioenregels vanaf 2027, zoals de beperking van de gelijkgestelde perioden van werkloosheid en eindeloopbaan.
      • Op 1 januari 2027 voldaan aan de voorwaarden om vervroegd met pensioen te gaan? Dan heeft deze wijziging geen invloed op de pensioendatum.
        Opgelet: het pensioenbedrag kan wel wijzigen door andere, nieuwe pensioenregels vanaf 2027, zoals de beperking van de gelijkgestelde perioden van werkloosheid en eindeloopbaan.
      • Geboren vóór 1966? Dan kan de pensioendatum door deze nieuwe regels met maximaal 1 jaar verschuiven.

      • Geboren in 1966? Dan is de verschuiving beperkt tot maximaal 2 jaar.

Berekening van het pensioenbedrag

De overheid wil mensen stimuleren om langer te werken en voert daarom zowel een beloning (bonus) als een correctie (malus) in:

  • De pensioenmalus (vanaf 2027): Als een persoon vervroegd met pensioen gaat en niet voldoet aan de nieuwe voorwaarden, wordt het bruto pensioenbedrag verminderd (malus). Deze kan vermeden worden als een loopbaan van 35 jaar met telkens 156 gewerkte dagen én in totaal minstens 7.020 gewerkte dagen over de hele loopbaan bewezen kan worden.

  • De nieuwe pensioenbonus (vanaf 2026): Vanaf 1 januari 2026 start een nieuw bonussysteem. Als iemand diens pensioen uitstelt tot na de vroegst mogelijke pensioendatum én er voldaan is aan de loopbaanvoorwaarde van 35 jaar (met 156 dagen per jaar en 7.020 dagen in totaal), wordt er een bijkomend financieel voordeel opgebouwd. Dit geldt voor pensioenen die ingaan vanaf 2027.

  • Gewaarborgd minimumpensioen: De toegang tot het minimumpensioen wordt strenger gekoppeld aan effectief werk. Burgers die geboren zijn vanaf 1970 moeten minstens 5.000 effectief gewerkte of gelijkgestelde dagen kunnen bewijzen. Voor oudere generaties gelden overgangsmaatregelen.

    De huidige regering is overeengekomen dat vanaf 2026:

    • afwezigheidsperioden voor medische redenen:
      • volledig worden gelijkgesteld met gewerkte dagen;
      • en dus volledig meetellen voor de werkvoorwaarde van 5 000 gewerkte dagen.
    • volgende perioden ook gelijkgesteld worden voor de werkvoorwaarde van het gewaarborgd minimumpensioen:
      • Militaire dienst
      • Dagen van lock-out
      • Dagen van uitoefening van een functie van rechter in sociale zaken of commissie toepassing sociale wetgeving
      • Perioden van syndicale opdracht
      • Dagen van voorlopige hechtenis zonder veroordeling

Pensioenen die al betaald worden

Voor iemand die reeds met pensioen is, heeft de hervorming vooral invloed op de manier waarop het pensioen meestijgt met de levensduurte (indexering):

  • Vertraagde indexering: Sinds 1 juli 2025 wordt een verhoging van het pensioen wegens inflatie pas 3 maanden na de overschrijding van de spilindex toegepast.

  • Beperkte indexering voor hogere pensioenen:

  • De centenindex: Voor pensioenen boven de € 2.000 bruto wordt de totale verhoging bij twee opeenvolgende indexaanpassingen beperkt tot maximaal € 40 bruto per maand.

  • Absoluut maximum: Het absolute maximumbedrag voor overheidspensioenen wordt niet langer geïndexeerd. Sinds juli 2025 tellen bovendien ook buitenlandse en internationale pensioenen mee om te controleren of dit maximumbedrag overschreden wordt.

Pensioenwijzigingen specifiek voor werknemers

De maatregelen in dit hoofdstuk gelden uitsluitend voor werknemers uit de privésector (loontrekkenden).

Bepaling van de pensioendatum

Voor werknemers in de privésector gelden er op het vlak van de pensioendatum geen aparte afwijkende regels of specifieke kalenders. Hun vroegst mogelijke pensioendatum volgt volledig de algemene regels die hierboven zijn uitgelegd. Dat betekent dat ook voor hen de nieuwe grens van 156 gewerkte of gelijkgestelde dagen per jaar vanaf 2027 bepalend wordt.

Berekening van het pensioenbedrag

Binnen het werknemersstelsel wijzigt de pensioenopbouw tijdens perioden waarin iemand niet effectief gewerkt heeft. Voor alle gelijkgestelde perioden die meetellen voor de berekening van het pensioenbedrag, wordt er en fictief loon berekend.

Het doel van de wijziging aangaande de niet gewerkte gelijkgestelde periodes, is om de pensioenopbouw tijdens inactiviteit in te perken:

  • Beperking fictief loon bij werkloosheid en SWT: Voor perioden van werkloosheid en het Stelsel van Werkloosheid met Bedrijfstoeslag (SWT, het vroegere brugpensioen) vanaf 1 februari 2025, wordt het fictieve loon voor de pensioenopbouw beperkt tot het minimum loonplafond. Voor pensioenen die ingaan in 2027 of later zullen deze perioden daardoor een lager pensioenbedrag opleveren.
    De betrokken gelijkgestelde periodes mogen maximaal 40% van de loopbaan uitmaken voor de pensioenberekening.
    Dat percentage wordt geleidelijk verlaagd tot 20%, afhankelijk van het geboortejaar van de werknemer voor een rustpensioen of van de overleden huwelijkspartner bij een overlevingspensioen of overgangsuitkering.
    Wanneer de grens overschreden wordt, zullen de periodes die het minst bijdragen aan de pensioenopbouw als eerste worden geschrapt.

  • Gegarandeerde uitzonderingen met behoud van het normale fictieve loon:

    • Tijdelijke werkloosheid: Bijvoorbeeld technische werkloosheid of werkloosheid wegens overmacht waarbij de werknemer verbonden blijft door een arbeidsovereenkomst.

    • Occasionele werkloosheid voor havenarbeiders, vissorteerders, vislossers, zeevissers en kunstwerkers.

    • Landingsbanen: Dit blijft ongewijzigd, op voorwaarde dat het pensioen pas opgenomen wordt op de wettelijke pensioenleeftijd of later.

  • Verworven rechten: Voor landingsbanen of SWT die ingegaan zijn of een aanvraag deden vóór 1 februari 2025 verandert er niets

  • Progressieve werkhervatting: Als een werknemer na een tijdelijke arbeidsongeschiktheid door een arbeidsongeval of beroepsziekte het werk progressief hervat, wordt er een bijkomende bescherming voorzien om negatieve gevolgen op de bepaling van het finale pensioenbedrag te vermijden. Deze beschermingsmaatregel wordt enkel toegepast als de werknemer met toestemming van de raadsgeneesheer van de verzekeringsonderneming of de arts van Fedris terug aan het werk gaat.

    Deze maatregel zal ervoor zorgen dat progressief terug starten met werken, loont voor het latere pensioen.

Gevolgen voor pensioenen die al betaald worden

Voor werknemers die al een rust- of overlevingspensioen ontvangen, zijn er binnen deze hervorming geen sectorspecifieke maatregelen getroffen. Zij vallen uitsluitend onder de algemene indexeringsregels en inflatiemaatregelen die gelden voor alle Belgische gepensioneerden (zoals de vertraagde indexering en de centenindex voor bedragen boven de € 2.000 bruto), zoals hierboven beschreven.

Mypension

De Federale Pensioendienst past de berekeningsmotoren op mypension.be momenteel volledig aan om deze nieuwe wetgeving te integreren. Vanaf medio juni 2026 kan iedereen op de persoonlijke pagina via de rubriek ‘Wat betekent de hervorming voor mij?’ direct zien wat de persoonlijke impact is op diens dossier.

Meer info vind je hier ook terug.

Bron : Wet van 30 mei 2026 houdende de pensioenhervorming, BS 1 juni 2026, KB van 18 januari 2026 tot wijziging van de artikelen 26 en 34 van het KB van 21 december 1967 tot vaststelling van het algemeen reglement betreffende het rust- en overlevingspensioen voor werknemers, met betrekking tot slachtoffers van een arbeidsongeval of een beroepsziekte, BS 29 januari 2026, KB van 18 januari 2026 tot wijziging van de artikelen 24bis en 34 van het KB van 21 december 1967 tot vaststelling van het algemeen reglement betreffende het rust- en overlevingspensioen voor werknemers, BS 29 januari 2026, diverse media; 

Deze website maakt gebruik van cookies om je gebruikservaring te optimaliseren. Door op “Accepteren” te klikken, ga je akkoord met het plaatsen van deze cookies.