Skip to main content
Sociaal-Juridisch

RSZ – verduidelijking ivm toepassing multiplicatorfactor bedrijfswagens

By 17 maart 2025No Comments

Ter herinnering

De werkgever moet maandelijks een CO²-bijdrage betalen als deze aan zijn werknemers een bedrijfswagen toekent die zij ook voor niet beroepsdoeleinden mogen gebruiken (vb. woon-werk verplaatsingen, ander privégebruik,..).

Deze CO²-bijdrage is gebaseerd op het CO²-uitstootgehalte van de bedrijfswagen en het brandstoftype van de wagen in kwestie.

Voor wagens die een werkgever aanschaft  (gekocht, geleased of gehuurd) vanaf 1 juli 2023 is er sprake van een verhoging van de CO2- solidariteitsbijdrage. Het resultaat van de berekening moet dan nog vermenigvuldigd worden met een mulitplicatorfactor:

  • 2,75 vanaf 1 januari 2025;
  • 4,00 vanaf 1 januari 2026;
  • 5,50 vanaf 1 januari 2027.

Het is de datum waarop de werkgever bij aankoop van een bedrijfswagen de bestelbon heeft ondertekend of de datum waarop de lease- of huurovereenkomst werd afgesloten, die bepalend is.

Voor bedrijfsvoertuigen die vóór 1 juli 2023 werden aangekocht, gehuurd of geleased blijft de berekening zonder multiplicatiefactor van toepassing.

Specifieke situaties

  • Wanneer een aankoopoptie voor de werkgever voorzien is in de lease- of huurovereenkomst, en wanneer de overeenkomst werd afgesloten voor 1 juli 2023, moet de multiplicatiefactor niet worden toegepast nadat het bedrijfsvoertuig door de werkgever wordt aangekocht en blijft het minimumbedrag van 20,83 EUR gelden.
  • Ook wanneer in de oorspronkelijke overeenkomst aangegaan vóór 1 juli 2023 een verlenging werd voorzien, moet de multiplicatiefactor of de verhoging van het minimumbedrag niet worden toegepast na verlenging van de overeenkomst. Dit geldt enkel maar als alle concrete uitvoeringsmodaliteiten van die verlenging (waaronder de duur van de verlenging, de nieuwe leasingtermijnen, de nieuwe optieprijs, enz.) in de optie tot verlenging werden voorzien.
  • Verlengingen van een lease- of huurovereenkomst en aankoopopties die niet in de oorspronkelijke overeenkomst werden voorzien, worden beschouwd als nieuwe overeenkomsten waarvoor de multiplicatiefactor en het verhoogde minimumbedrag moeten worden gebruikt.
  • Een overdracht van een leaseovereenkomst van werkgever A naar werkgever B leidt tot een nieuwe leaseovereenkomst en dus ook tot een hogere solidariteitsbijdrage, en dat ongeacht of het gaat om een individuele overdracht (1 leaseovereenkomst) dan wel om een collectieve overdracht (meerdere leaseovereenkomsten) en ongeacht of werkgever A en werkgever B wel of niet tot dezelfde economische ondernemingsgroep behoren.
    • Een uitzondering hierop vormen de voortzettingen van overeenkomsten bij van rechtswege volledige overgang van het vermogen van een ontbonden vennootschap op een verkrijgende vennootschap. Alle activa en passiva van de ontbonden vennootschap, met inbegrip van haar rechten en verplichtingen, zijn dan overgegaan naar de verkrijgende vennootschap. Die redenering is van toepassing bij een juridische herstructureringsoperatie beoogd in artikelen 12:2 tot en met 12:10 (fusie, splitsing, inbreng) van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen.
    • Wanneer werkgever B en werkgever A anderzijds niet juridisch herstructureren maar werkgever A wel een deel van zijn personeel overdraagt aan werkgever B met toepassing van CAO nr. 32bis, is werkgever B verplicht om het personeel en de bijbehorende arbeidsovereenkomsten over te nemen met de verplichting om de verworven rechten van de werknemers te respecteren. Bij een eventuele overname van de leaseovereenkomsten kan dat inhouden dat een verhoogde solidariteitsbijdrage van toepassing is. Werkgever B komt niet in aanmerking voor de beschreven uitzondering.

 

Bron: RSZ – Instructies 2025/1. 

 

Deze website maakt gebruik van cookies om je gebruikservaring te optimaliseren. Door op “Accepteren” te klikken, ga je akkoord met het plaatsen van deze cookies.