Om de budgettaire houdbaarheid van de vrijstellingsstelsels te vrijwaren zonder het stelsel uit te hollen, stelt de regering voor om een algemene matiging van de verschillende vrijstellingsstelsels door te voeren onder de vorm van een correctiefactor die de totale fiscale kostprijs van deze vrijstellingsstelsels matigt.
Voor werkgevers betekent dit concreet dat in principe de berekeningsregels van de vrijstellingen op zich niet wijzigen. Gedurende de periode waarin bezoldigingen worden betaald of toegekend die in aanmerking komen voor de vrijstelling kan het huidige vrijstellingspercentage blijvend worden toegepast.
Correctiefactor
Naar aanleiding van de aangifte in de bedrijfsvoorheffing wordt een correctiefactor toegepast op de niet doorgestorte bedrijfsvoorheffing als gevolg van de toepassing van de vrijstelling. De correctiefactor op het niet doorgestorte gedeelte, bepaalt uiteindelijk welk bedrag dient te worden doorgestort aan de fiscus.
De correctiefactor is zonder onderscheid van toepassing op alle werkgevers die een vrijstelling doorstorting bv toepassen en op alle vrijstellingen. De correctiefactor bedraagt voor vrijstellingen m.b.t. bezoldigingen die worden betaald of toegekend:
- 97 % voor de bezoldigingen die worden betaald of toegekend tussen 1 januari 2027 en 31 december 2027;
- 93,35 % voor de bezoldigingen die worden betaald of toegekend tussen 1 januari 2028 en 31 december 2028;
- 95,9 % voor de bezoldigingen die worden betaald of toegekend vanaf 1 januari 2029.
In functie van de evolutie van de inflatie kan via ministerieel besluit ten laatste op 31 december van het jaar dat voorafgaat aan het jaar waar de correctiefactor betrekking op heeft en dat ten laatste op 31 december 2028, een wijziging in min of in plus doorvoeren van voormelde percentages.
Voorbeeld wetgever
Een werkgever kan in de loop van het jaar 2026 aanspraak maken op een maandelijkse vrijstelling van doorstorting van bedrijfsvoorheffing van 97.000 euro voor de onderzoekers die tewerkgesteld zijn op onderzoeksprogramma’s
Veronderstel vervolgens dat de loonkost van deze onderzoekers in 2027, constant blijft, maar dat de verwachte inflatie zich daadwerkelijk manifesteert waardoor ingevolge de indexering van de bezoldigingen, een hogere ingehouden bedrijfsvoorheffing wordt ingehouden, wat tot gevolg heeft dat de vrijstelling van doorstorting in de maand januari 2027, zonder toepassing van de correctiefactor, zou stijgen tot 100.000 euro.
Ingevolge de toepassing van de correctiefactor zal de vrijstelling van doorstorting van bedrijfsvoorheffing evenwel geen 100.000 euro bedragen, maar slechts 97.000 euro (= 100.000 euro x 97 % -percentage voor inkomstenjaar 2027).
De werkgever geeft bijgevolg in de aangifte in de bedrijfsvoorheffing zowel het bedrag waarop de correctiefactor werd toegepast (100.000 euro) aan, als het bedrag waarmee de vrijstelling werd verminderd als gevolg van de toepassing van de correctiefactor (3000 euro) in een aparte code.
In een alternatief scenario, waarbij de totale loonkost van de tewerkgestelde onderzoekers – naast een stijging als gevolg van de inflatie en de daaraan gekoppelde loonindexaties – stijgt als gevolg van nieuwe aanwervingen en daardoor de maandelijkse vrijstelling van doorstorting van bedrijfsvoorheffing uitkomt op 120.000 euro, wordt de correctiefactor toegepast op dit bedrag. Het bedrag van de vrijstelling wordt verlaagd tot 116.400 euro (120.000 x 97 pct.).
Ook in het geval van een daling van de loonkost als gevolg van een vermindering van het aantal tewerkgestelde onderzoekers zal de correctiefactor worden toegepast op de maandelijkse vrijstelling van doorstorting van bedrijfsvoorheffing van de betrokken maand. Zo zal indien de maandelijkse vrijstelling van doorstorting van bedrijfsvoorheffing terugvalt van 97.000 euro tot 85.000 euro de correctiefactor worden toegepast op dat laatste bedrag.
Gedeeltelijke doorstortings- of bestedingsplicht
Sommige vrijstellingsregimes zoals de vrijstelling van doorstorting van bedrijfsvoorheffing voor sportbeoefenaars of voor de social profit (sociale maribel) voorzien in een al dan niet gedeeltelijke doorstortingsplicht of in een bestedingsplicht.
De doorstortings- of bestedingsplicht wordt eveneens aan de correctiefactor onderworpen.
Specifiek m.b.t. de vrijstelling van doorstorting van bedrijfsvoorheffing voor ploegen of nachtarbeid
In geval van de vrijstelling van doorstorting van bedrijfsvoorheffing voor ploegen of nachtarbeid wordt het vrijstellingsbedrag uitgedrukt als een percentage van het bruto (uur)loon. In dat geval is het mogelijk dat het bedrag van de vrijstelling hoger is dan de bedrijfsvoorheffing die daadwerkelijk op die bezoldigingen wordt ingehouden, waardoor de daadwerkelijke toegepaste vrijstelling lager is dan het maximale bedrag dat bij wet is bepaald (maar wel nog steeds resulteert in een 100 % vrijstelling). Zie voorbeeld hieronder.
In dit geval mag het bedrag dat aan de correctiefactor onderworpen wordt in geen geval hoger kan zijn dan de bedrijfsvoorheffing die wordt ingehouden op de bezoldigingen van de werknemers in ploegen of nachtarbeid.
Voorbeeld fiscus
Veronderstel dat een werkgever in januari 2029 21.000 euro aan bedrijfsvoorheffing heeft ingehouden op 100.000 euro aan bezoldigingen van werknemers die in aanmerking komen voor de hierna vernoemde vrijstellingen.
De werkgever wordt aangemerkt als een nieuwe micro-onderneming en maakt hierdoor aanspraak op een vrijstelling van doorstorting van bedrijfsvoorheffing van in totaal 4200 euro (20 % op de ingehouden bedrijfsvoorheffing).
De werknemers van deze werkgever werken in onroerende staat op locatie in ploegverband uitvoeren, waardoor de werkgever in principe aanspraak maakt op een vrijstelling van doorstorting van bedrijfsvoorheffing van in totaal 16.800 euro (18 % van het bedrag van de bezoldigingen, beperkt tot de ingehouden bedrijfsvoorheffing van 21.000 euro verminderd met 4200 euro van de reeds toegepaste vrijstelling).
Het totaalbedrag aan vrijstelling van doorstorting van bedrijfsvoorheffing (vóór toepassing van de correctiefactor) bedraagt 21.000 euro (4200 euro + 16.800 euro).
Voor deze bezoldigingen die worden toegekend in de maand januari 2029 (correctiefactor van 95,5 %) zal na de toepassing van de correctiefactor de werkgever vrijgesteld zijn voor een bedrag van 20.055 euro (=21.000 euro x 95,5 %) van doorstorting van ingehouden bedrijfsvoorheffing.
De werkgever geeft bijgevolg in de aangifte in de bedrijfsvoorheffing zowel het bedrag waarop de correctiefactor werd toegepast (21.000 euro) aan, als het bedrag dat alsnog verschuldigd is aan de fiscus (945 euro) in een aparte code.
Specifiek m.b.t. Ploegenarbeid-bis stelsel
Dit stelsel is van beperkte duur, aangezien het van toepassing op bezoldigingen die tot 31 december 2026 worden betaald of toegekend.
De federale overheid meent dat het hierdoor op dit ogenblik geen zin heeft om de correctiefactor ook op deze stelsels toe te passen.
Moest evenwel later de toepassingsduur van deze twee bis-stelsels verlengd worden, zal op dat ogenblik de toepassing van de correctiefactor op deze twee stelsels geregeld moeten worden.
Inwerkingtreding
Er wordt voorzien in een inwerkingtreding vanaf 1 januari 2027.
De programmawet werd op 1 juni 2026 in het Belgisch Staatsblad gepubliceerd.
Bron : Ontwerp van programmawet, Parl. St Kamer 2025 – 2026, 1378/001; Programmawet van 30 mei 2026, BS 1 juni 2026.