Skip to main content
Sociaal-Juridisch

Aanpassingen regels flexi-jobs specifiek voor de horecasector op komst? – update

By 28 februari 2025No Comments

Ter herinnering

Vanaf 01/01/2024 werd er naar aanleiding van het begrotingsakkoord voorzien in een extra uitbreiding van de flexi-jobs naar andere sectoren. Daarnaast werden er echter ook nieuwe beperkingen ingevoerd die eveneens van toepassing zijn voor de sectoren waar voorheen een tewerkstelling in het kader van een flexi-job reeds mogelijk was.

Bij de oorspronkelijke invoering van het systeem van de flexi-jobs was dit enkel mogelijk voor de werknemers en werkgevers die ressorteren onder PC 302 (Horecasector) of onder PC 322 (Uitzendsector) indien de
gebruiker ressorteert onder PC 302. De invoering van flexi-jobs in de horecasector hing samen met de invoering van de “witte” kassa (geregistreerd kassasysteem).

Er wordt in dit kader geargumenteerd dat er in de horecasector (een arbeidsintensieve sector) een hoge nood blijft aan soepel inzetbare arbeidskrachten. Het systeem van de flexi-jobs is in dat kader een manier waarop extra handen ter beschikking zijn voor de werkgevers in deze sector. De flexi-jobs samen met de netto-overuren vormen ook twee belangrijke systemen van flexibele tewerkstelling naast het reeds bestaande systeem van de gelegenheidswerknemers in de horeca.

Enkele nieuwe beperkingen sinds 01/01/2024

  • Maximumbedrag: er geldt sinds 01/01/2024 voor alle sectoren (bijgevolg ook de horecasector) een maximumbedrag voor het flexiloon. Het flexiloon (met inbegrip van de vergoedingen, premies en voordelen) mag niet hoger zijn dan 150% van het basisminimumloon, behalve indien een CAO een ander maximumbedrag heeft vastgesteld.
  • Fiscaal loonplafond: Er wordt een jaarlijks fiscaal plafond ingesteld van 12.000 euro op inkomsten uit flexi-jobs, met een uitzondering voor gepensioneerden. Voor het gedeelte boven dit bedrag is er geen fiscale vrijstelling meer en zal men bijgevolg belast worden.

Wetsvoorstel

Op 27/02/2024 werd er een wetsvoorstel ingediend om de recente invoering van het maximum plafond van 12.000 euro en de beperking van het flexiloon tot 150% van het basisloon specifiek voor de horecasector (PC 302) op te heffen. 

Deze beperkingen zouden volgens de indieners van het voorstel de flexibiliteit van de horecasector om op moeilijk uren geschikt personeel te vinden beperken.

Het is op dit moment nog niet duidelijk of er voldoende politieke wil is om deze beperkingen effectief af te schaffen voor de horecasector. Het wetsvoorstel werd nog maar net ingediend en moet het volledig wetgevend proces nog doorlopen.

Interessant is wel dat tijdens het voorzittersdebat Kaarten op Tafel Horeca Vlaanderen de vraag heeft voorgelegd om terug te keren naar het oude systeem voor flexi-jobs. Zes van de zeven Vlaamse partijvoorzitters waren het toen eens dat de nieuwe wetgeving inderdaad grote kopzorgen veroorzaakt voor de ganse horecasector. 

Op 18 februari 2025 heeft de Raad van State een advies uitgebracht over bovenvermeld wetsvoorstel. Er wordt daarbij verwezen naar het recent arrest van het Grondwettelijk Hof (zie hieronder). Er wordt aangeraden om de voorgestelde regeling vanuit het oogpunt van het gelijkheidsbeginsel opnieuw te onderzoeken. Voor elk van de voorgestelde maatregelen dient een deugdelijke verantwoording voorhanden te zijn. Het is bijgevolg raadzaam om de motivering voor de afschaffing van beide beperkingen voor enkel de horecasector te verstevigen. 

Er wordt ook aangeraden om niet te voorzien in een retroactieve inwerkingtreding (inkomstenjaar 2024, aanslagjaar 2025) maar de wetswijziging in de toekomst in werking te laten treden. De wetgever dient bij de afschaffing van het loonplafond bovendien rekening te houden dat werkgevers en werknemers over een redelijke overgangsperiode beschikken, zodat zij zich hierop op redelijke wijze kunnen voorbereiden.

Grondwettelijk Hof

Ondertussen hebben Horeca Vlaanderen, Horeca Brussel en Horeca Wallonië aangekondigd dat ze naar het Grondwettelijk Hof stappen tegen drie beperkende maatregelen in de nieuwe flexi-wetgeving vanaf 01/01/2024, met name het maximumbedrag van het flexiloon (150% van het minimale basisloon), het fiscaal plafond van 12.000 euro voor niet-gepensioneerden en het verbod om aan de slag te gaan bij een gelieerde onderneming. 

Horeca Vlaanderen had naar eigen zeggen na de plotse beslissing van de regering, om het systeem van flexi-jobs uit te breiden naar andere sectoren alsook te wijzigen, al meteen opgeroepen om de huidige voorwaarden te behouden voor de horeca en enkel in te voeren bij de nieuwe sectoren. Er werd hieraan geen gevolg gegeven. De verscheidene beperkingen werden ingevoerd op 1 januari 2024, zonder overgangsmaatregelen. Een evaluatie van de nieuwe regelgeving is pas voorzien voor eind 2024.

Op 30 januari 2025 heeft het Grondwettelijk Hof zich in arrest nr. 8/2025 uitgesproken over de door de programmawet van 22 december 2023 ingevoerde beperkingen, waaronder de beperking van de fiscale vrijstelling tot een bezoldiging van 12.000 euro per belastbaar tijdperk en de beperking van het flexi-loon tot maximaal 150 procent van het minimale basisloon, die gelden voor alle sectoren die gebruik kunnen maken van de flexi-jobregeling. In dit recente arrest acht het Grondwettelijk Hof de ingevoerde beperkingen redelijk verantwoord, zonder onevenredige gevolgen voor de betrokken werknemers en werkgevers. 

Volgens het Grondwettelijk Hof is het redelijk verantwoord om “uitsluitend voor niet-gepensioneerden in een begrenzing te voorzien van de belastingvrijstelling voor de bezoldigingen ontvangen ter uitvoering van een flexijobovereenkomst. Gepensioneerden zijn immers niet ertoe verplicht een tewerkstelling te hebben bij een andere werkgever, opdat zij een flexi-job mogen uitoefenen.

De begrenzing van de belastingvrijstelling ten belope van 12 000 euro laat de flexi-jobwerknemer nog steeds toe om jaarlijks een bedrag onbelast bij te verdienen. Het verhindert hem bovendien niet om als flexi-jobwerknemer jaarlijks meer dan 12 000 euro aan bezoldigingen te verdienen. Het verhindert hem slechts om voor het gedeelte van de bezoldigingen dat dat bedrag te boven gaat, een fiscale vrijstelling te genieten.

Het Grondwettelijk Hof acht het redelijk verantwoord om te voorzien in een loonplafond voor een “tewerkstelling in het kader van een flexi-job, maar niet voor een reguliere tewerkstelling in dezelfde sector”, in het licht van de doelstelling om buitensporige lonen te vermijden. Deze doelstelling sluit volgens het Hof aan bij de ruimere doelstelling van de wetgever om misbruik en oneigenlijk gebruik van de regeling inzake flexi-jobs tegen te gaan.Mede gelet op die doelstellingen rijst de vraag hoe kan worden verantwoord dat een tewerkstelling in het kader van een flexi-jobovereenkomst binnen de horecasector niet langer aan de beperking van het loonplafond onderworpen zal zijn, terwijl dergelijke tewerkstelling binnen alle andere sectoren die gebruik kunnen maken van de flexi-jobregeling wél aan de beperking van het loonplafond onderworpen blijven.

Het Grondwettelijk Hof is wel van oordeel dat er een schending is van artikelen 10 en 11 van de Grondwet, in samenhang gelezen met het vertrouwens- en het rechtszekerheidsbeginsel  (voor flexi-jobarbeidsovereenkomsten gesloten vóór de bekendmaking van die wet in het Belgisch Staatsblad). Met name de inwerkingtreding vanaf 1 januari 2024 zonder redelijke overgangsmaatregelen van het verbod om een flexi-job uit te oefenen bij een onderneming die verbonden is met de onderneming waar de werknemer een reguliere tewerkstelling heeft, en het maximumbedrag voor het flexiloon. Die bepalingen zijn in werking getreden op 1 januari 2024, te weten drie dagen na de bekendmaking ervan in het Belgisch Staatsblad, op 29 december 2023. De betrokken werkgevers en werknemers konden redelijkerwijze niet worden geacht tussen 29 december 2023 en 1 januari 2024 de voorwaarden van een lopende flexi-jobarbeidsovereenkomst te herzien, voorwaarden die overigens deels zijn vastgelegd in de voormelde raamovereenkomst, of die flexi-jobarbeidsovereenkomst te beëindigen, teneinde een herkwalificatie in een reguliere tewerkstelling te voorkomen.

 

Bovenstaande bespreking is gebaseerd op ontwerpteksten en onder voorbhoud van publicatie in het Belgisch Staatsblad. 

Bron: Wetsvoorstel tot wijziging van de wet van 26 november 2015 houdende diverse bepalingen inzake sociale zaken en het Wetboek van inkomstenbelastingen 1992 wat de flexi-jobs in de horecasector betreft, Parl.St. Kamer 2023 – 2024, 3863; https://www.horecavlaanderen.be/nieuws/horecafederaties-naar-het-grondwettelijke-hof-nieuwe-flexi-wetgeving; Advies van de Raad van State Nr. 77.278/3 van 18 februari 2025; GwH 30 januari 2025, nr. 8/2025. 

Deze website maakt gebruik van cookies om je gebruikservaring te optimaliseren. Door op “Accepteren” te klikken, ga je akkoord met het plaatsen van deze cookies.