De federale regering heeft aanpassingen gedaan aan het statuut van de student-zelfstandige met als doel bepaalde interpretatiekwesties te verduidelijken en enkele administratieve versoepelingen in te voeren om het statuut toegankelijker te maken.
Zo wordt allereerst voorzien in de de afschaffing van de verplichting tot het indienen van een verklaring op eer betreffende het volgen van lessen bij het begin van het school- of academiejaar.
Daarnaast zal de mogelijkheid om een alternatief bewijs voor te leggen in het kader van de voorwaarde van het regelmatig volgen van de lessen in geval van begeleiding bij een ondernemingsproject niet meer mogelijk zijn vanaf de inwerkingtreding van de wijzigingen.
Studenten zullen het statuut van student-zelfstandige kunnen behouden tijdens het kwartaal van het behalen van het diploma, zelfs als zij niet aan de studievoorwaarde voldoen voor het volledige kwartaal.
Er wordt een stukje toegevoegd m.n. dat de student-zelfstandige die niet voor minstens 27 studiepunten (of 17 lesuren) is ingeschreven, maar wel een eindverhandeling heeft voorbereid, voor maximaal één jaar het statuut van student-zelfstandige verder kan blijven genieten.
Ten slotte wordt de leeftijdsgrens van 25 jaar afgeschaft in het kader van het behoud van het statuut van student-zelfstandige na het afronden van de studies zolang ze ononderbroken aan alle voorwaarden blijven voldoen.
Alle hierboven vermelde versoepelingen treden in werking op 1 oktober 2026.
Bron: KB van 5 juni 2026 wijzigt artikel 5bis van het koninklijk besluit van 19 december 1967 houdende algemeen reglement ter uitvoering van het koninklijk besluit nr. 38 van 27 juli 1967 houdende inrichting van het sociaal statuut der zelfstandigen, BS 26 juni 2026.