Ter herinnering
De RSZ heeft specifieke instructies m.b.t. aanvulling van de voordelen toegekend voor de takken van de sociale zekerheid (vb. aanvulling bij kinderbijslagen). Indien aan deze voorwaarden voldaan is, dan wordt de toekenning van de aanvulling niet beschouwd als ‘loon’ en is deze niet onderworpen aan de gewone socialezekerheidsbijdragen.
Uit de aard, de reden van toekenning en de berekeningswijze moet duidelijk blijken dat het om een aanvulling bij het voordeel gaat. Zo moet de werknemer die de aanvulling krijgt, daadwerkelijk van de kinderbijslag genieten.
Volgens het Hof van Cassatie moet de aanvulling ook tot doel hebben een compensatie te zijn voor het verlies van inkomen uit arbeid of de toename van de uitgaven door de totstandkoming van een van de risico’s gedekt door de takken van de sociale zekerheid.
Verduidelijking standpunt RSZ – voorbeeld
Een aanvulling bij de kinderbijslag toegekend als dusdanig, ter compensatie van een loonsverlaging of in het kader van een systeem van loonoptimalisatie, zoals dat kan voorkomen in een cafetariaplan, beantwoordt niet aan deze voorwaarden (cf. administratieve instructies RSZ 2020/1). Er moet immers een compenserend verband kunnen worden vastgesteld tussen de aanvullende vergoeding en een toename van de uitgaven die veroorzaakt worden door het zich voordoen van het risico dat door de tak kinderbijslag wordt gedekt.
Dit kan bijvoorbeeld worden vastgesteld als de werkgever namens zijn werknemers een verzekering heeft afgesloten voor de opvang van zieke kinderen, terwijl er helemaal geen compenserend verband is als de werkgever kosten terugbetaalt die louter te maken hebben met het opvoeden en het onderhouden van kinderen, zoals schoolgeld (uitstappen, taalcursussen, enz.), vakantiekampen, kosten voor kinderopvang of buitenschoolse opvang, zelfs op basis van bewijsstukken.
Bron: Administratieve instructies RSZ – 2025/1