Het regeerakkoord voorziet dat gepensioneerden die nog willen bijverdienen na een volledige loopbaan van 45 jaar of na de wettelijke pensioenleeftijd bereikt te hebben, in de toekomst minder belastingen zouden moeten betalen dan vandaag (cf. progressieve schalen) door de invoering van een afzonderlijke heffing van 33%.
Deze maatregel past binnen een activeringspolitiek waarbij de regering gepensioneerden wil motiveren om aan de slag te blijven. De bedoeling is om de activeringsgraad te verhogen en de kosten van vergrijzing te ondervangen door de drempel op de arbeidsmarkt te verlagen voor pensioengerechtigden (voor wie deze hoger is dan mensen van jongere leeftijd).
De wet tot hervorming van de personenbelasting voorziet een afzonderlijke heffing van 33 % voor gepensioneerden die willen bijverdienen als werknemer vanaf 01/01/2027.
Het gaat concreet over de personen die gepensioneerd zijn omdat ze de wettelijke pensioenleeftijd of een volledige loopbaan van 45 jaar hebben bereikt volgens de op hen van toepassing zijnde pensioenreglementering.
De afzonderlijke heffing van 33% zal niet van toepassing zijn indien de belasting via de progressieve schalen voordeliger is.
Daarnaast wordt voorzien dat het voordelige fiscale regime voor overuren (belastingvermindering overuren) niet van toepassing is op bijverdienende gepensioneerden. Dat zou hen namelijk een te groot fiscaal voordeel geven ten opzichte van actieve werknemers die overuren presteren.
Bron: Wet van 15 juli 2026 tot hervorming van de personenbelasting, BS 29 juli 2026.