Sinds eind 2022 moet er gelet op de arbeidsdeal op niveau van de onderneming een kader moet uitgewerkt worden die het “recht op deconnectie” waarborgt.
Deze verplichting geldt voor werkgevers die twintig of meer werknemers tewerkstellen. Ze moeten de modaliteiten van het recht op deconnectie in hoofde van de werknemer en de uitvoering door de onderneming van mechanismen voor de regulering van het gebruik van digitale hulpmiddelen, met het oog op de eerbiediging van de rusttijden en het evenwicht tussen privé en beroepsleven opnemen in een CAO op ondernemingsniveau dan wel in het arbeidsreglement.
De telling van het aantal werknemers wordt gemaakt op niveau van de onderneming (juridische entiteit) waarbij elke werknemer als één eenheid telt.
De modaliteiten en toepassing dienen minstens te bepalen:
- de praktische modaliteiten voor de toepassing door de werknemer van diens recht om niet bereikbaar te zijn buiten zijn uurroosters;
- de richtlijnen voor een dusdanig gebruik van de digitale hulpmiddelen dat de rusttijden, verlof, privéleven en familieleven van de werknemer gewaarborgd blijven;
- vorming- en sensibiliseringsacties voor werknemers en leidinggevenden met betrekking tot het verstandig gebruik van digitale hulpmiddelen en de risico’s die verbonden zijn aan overmatige connectie.
Er zal overleg gepleegd moeten worden met de bevoegde overlegorganen.
Indien er een sectorale cao wordt gesloten in de sector waartoe de werkgever behoort of in de NAR en deze cao de voornoemde bepalingen bevat, dan vervalt de verplichting om op ondernemingsniveau hieromtrent een cao af te sluiten of bepalingen hieromtrent op te nemen in het arbeidsreglement.
Bron: Wet van 3 oktober 2022 met diverse arbeidsbepalingen, BS 10 november 2022.