In de wet tot hervorming van de personenbelasting werd in de titel “Bezoldiging van werknemers en bedrijfsleiders” voorzien in een beperking van de forfaitaire voordelen alle aard tot 20 % van het brutoloon.
20% regel – sanctie
De regering wil de druk op het brutoloon bij werknemers en bedrijfsleiders verminderen door de brutoloonruil naar forfaitaire voordelen van alle aard te beperken tot maximaal 20 % van het jaarlijkse brutoloon. Om dit doel te bereiken worden de bovenmatige toegekende forfaitaire voordelen van alle aard onderworpen aan een afzonderlijke heffing van 7,5 % voor dergelijke bovenmatige voordelen aan werknemers. Voor toekenningen van bovenmatige voordelen aan bedrijfsleiders zal de sanctie het verlies van het verlaagd tarief in de vennootschapsbelasting. Voor de toekenning van bovenmatige voordelen aan bestuurders van verenigingen die belast worden in de rechtspersonenbelasting, geldt hetzelfde afzonderlijk tarief als voor werknemers.
Opgelet: Deze afzonderlijke heffing is aldus niet aftrekbaar van de inkomstenbelastingen en zal dus in de vennootschapsbelasting dienen te worden opgenomen in de verworpen uitgaven.
Er is sprake van een bovenmatig voordeel van alle aard als de forfaitair geraamde voordelen van alle aard toegekend aan hetzij werknemers, hetzij bedrijfsleiders, meer bedragen dan 20 % van de respectievelijk aan hetzij werknemers, hetzij aan bedrijfsleiders totaal tijdens het belastbaar tijdperk toegekende belastbare bezoldigingen.
Berekening
De berekening dient dus te gebeuren apart per categorie, enerzijds de forfaitair vastgestelde voordelen van de werknemers tegenover de totaal belastbare bezoldigingen van de werknemers en anderzijds een aparte berekening voor de categorie van bedrijfsleiders met de forfaitair vastgestelde voordelen van de bedrijfsleiders tegenover de totaal belastbare bezoldigingen van de bedrijfsleiders.
De vrijgestelde sociale voordelen (vb. maaltijdcheques, sport-en cultuurcheques, ecocheques) worden bij de berekening buiten beschouwing gelaten.
Inwerkingtreding
Bovenstaande regeling is op 29/07/2026 in werking getreden en is van toepassing vanaf aanslagjaar 2027.
Bron: Wetsontwerp van 17 december 2025 tot hervorming van de personenbelasting, Parl.St. Kamer 2025 – 2026, nr. 1243; Wet van 15 juli 2026 tot hervorming van de personenbelasting, BS 29 juli 2026.