In 2018 werd de minimumleeftijd voor professionele voetballers verlaagd van 16 jaar tot het einde van de voltijdse leerplicht, dus tot 15 jaar indien de eerste twee leerjaren van het secundair onderwijs werden doorlopen.
Hierdoor is echter een fiscale anomalie ontstaan waarbij de bepaling in het wetboek inkomstenbelastingen van 1992 niet aangepast werd, zijnde dat de bezoldigingen (tot een maximumbedrag van 16.300 euro (bedrag AJ 2027)) betaald of toegekend aan sportbeoefenaars voorzover zij de leeftijd van 16 jaar hebben bereikt doch jonger zijn dan 23 onderworpen zijn aan een vast bedrijfsvoorheffingspercentage van 16,5 %.
In het kader van de hervorming van de personenbelasting heeft de regering voorgesteld om ook de minimumleeftijd voor de toepassing van het tarief van 16,5 % te verlagen van 16 jaar tot 15 jaar en dit voor de bezoldigingen die worden betaald of toegekend vanaf 1 januari 2026.
De inwerkingtreding is dus voorzien voor 1 januari 2026.
Ook bijlage III van koninklijk besluit tot uitvoering van het Wetboek van de Inkomstenbelastingen van 1992 met betrekking tot de regels die van toepassing zijn om de bedrijfsvoorheffing vast te stellen bij de bron, werd aangepast in functie van voorgaande.
Deze wijziging mbt de bedrijfsvoorheffingsregels treden in werking op 1 augustus 2026.
Bron: Wet van 15 juli 2026 tot hervorming van de personenbelasting, BS 29 juli 2026; KB van 24 juli 2026 tot wijziging van de toepassingsregels voor de bedrijfsvoorheffing, BS 30 juli 2026.