Skip to main content
Sociaal-Juridisch

Binnenkort cijfers i.v.m. de vaccinatiegraad op niveau van de onderneming?

By 29 september 2021No Comments

Er werd vanuit de overheid een systeem ontwikkeld om de vaccinatiegraad per onderneming te bepalen. Het is daarbij de bedoeling om op basis van de bestaande structuren (de werkgever, de preventiedienst en de sociale partners) in deze ondernemingen waar de vaccinatiegraad van werknemers laag is, na te gaan hoe werknemers extra kunnen worden aangemoedigd om zich te laten vaccineren. Daarnaast is het in het kader van de risicoanalyse in de onderneming ook zinvol om te weten hoeveel procent van de werknemers al gevaccineerd is.

Als werkgever mag je niet zomaar vragen naar de vaccinatiestatus van de individuele werknemer. Het opvragen en registreren van de vaccinatiestatus is immers een verwerking van gezondheidsgegevens waarop de AVG van toepassing is. Bovenstaande heeft echter betrekking op collectieve anonieme gegevens.

In het kader hiervan werd het advies van de sociale partners van de Hoge Raad voor Preventie en Bescherming op het Werk gevraagd. De sociale partners hebben een standpunt uitgewerkt i.v.m. de voorwaarden waaraan moet worden voldaan opdat deze informatie ter beschikking kan worden gesteld.

Standpunt HRPBW

  1. Het betreffen geaggregeerde geanonimiseerde gegevens over de vaccinatiegraad per onderneming die vanuit de overheid via een specifieke module ter beschikking worden gesteld aan de arbeidsarts van – al naargelang het geval- de interne of externe preventiedienst van de onderneming.
  2. Voor de ondernemingen waarvan het aantal gevaccineerden ligt tussen de 20% en de 90% worden de precieze percentages bezorgd aan de arbeidsartsen. Voor de ondernemingen waarbij het aantal gevaccineerden daarboven of daaronder ligt, wordt enkel deze informatie verstrekt (en dus niet het precieze percentage).
  3. De percentages worden enkel meegedeeld voor ondernemingen met minstens 50 werknemers en dit om te vermijden dat onrechtstreeks informatie zou kunnen worden afgeleid over het al dan niet gevaccineerd zijn van individuele werknemers. Samen omvat dit ongeveer de helft van alle werknemers. Door in deze fase enkel te werken met deze ondernemingen, kan het sociaal overleg (het comité voor preventie en bescherming op het werk, of bij afwezigheid van een Comité, de vakbondsafvaardiging) hefboom en partner zijn om tot een hogere vaccinatiegraad te komen.
  4. Het doel van het communiceren van de vaccinatiegraad aan de arbeidsartsen bestaat uit het sensibiliseren binnen deze ondernemingen waar de vaccinatiegraad laag is in een poging om daardoor de niet-gevaccineerden te kunnen overtuigen zich alsnog te laten vaccineren. Het communiceren aan de arbeidsartsen van de cijfers over de vaccinatiegraad van de ondernemingen die deze arts onder zijn/haar hoede heeft, laat meer in het bijzonder toe dat de arbeidsarts prioriteit kan geven aan het sensibiliseren in de ondernemingen met de laagste vaccinatiegraden.

    De arbeidsarts brengt de betrokken ondernemingen met lage vaccinatiegraad hiervan op de hoogte en legt de lage vaccinatiecijfers voor aan het comité PBW of bij afwezigheid daarvan, aan de vakbondsafvaardiging. Op die manier kan met alle betrokken actoren worden nagegaan welke collectieve acties inzake sensibilisering nuttig en haalbaar zijn. Wat absoluut vermeden moet worden, is dat individuele werknemers of groepen van werknemers met de vinger worden gewezen omwille van hun (vermeende) vaccinatiestatus.

    Daarnaast kan de arbeidsarts individuele sensibiliseringsacties ondernemen door bijvoorbeeld de vaccinatiestatus na te gaan van de werknemer die zich bij de arbeidsarts aanbiedt voor een periodieke gezondheidsbeoordeling of een spontane raadpleging en tijdens deze consultatie te luisteren naar de werknemer, hem of haar informatie te verschaffen en hem of haar op deze wijze trachten te overtuigen om zich te laten vaccineren.

    Tijdens sensibiliseringsacties moet de privacy van alle werknemers gewaarborgd worden.

  5. Op vraag van de werkgever deelt de arbeidsarts deze werkgever de vaccinatiegraad in de onderneming mee, alsook aan het Comité PBW, of bij afwezigheid van een Comité PBW aan de vakbondsafvaardiging Een hoge vaccinatiegraad in de onderneming kan op geen enkele manier inhouden dat de preventiemaatregelen inzake COVID-19 niet langer moeten worden toegepast. De arbeidsarts deelt dit mee bij overmaking van de vaccinatiegraad. Een hoge vaccinatiegraad betekent immers niet noodzakelijk dat alle risico’s op de werkvloer zijn verdwenen. Men kan momenteel immers nog steeds ziek worden en besmettelijk zijn, ook al is men gevaccineerd.

 

De sociale partners van de Hoge Raad voor Preventie en Bescherming op het Werk zijn daarnaast vragende partij voor het verkrijgen van geaggregeerde cijfers over de sectoren, de regio’s, de provincies of gemeenten waarin de vaccinatiegraad van werknemers ondermaats is. Dit moet toelaten na te gaan waar de voornaamste inspanningen van de arbeidsartsen zich wellicht zullen situeren. Deze cijfers zullen ook de preventiediensten toelaten om de prioritaire acties zorgvuldig te plannen, op een zodanige manier dat ook de gebruikelijke taken van de arbeidsarts niet in het gedrang komen.

De sociale partners willen daarnaast samen met de arbeidsartsen op korte termijn good practices inzake sensibiliseringsacties samenbrengen om zo de efficiëntie van de sensibilisering op te drijven.

De sociale partners zijn er ook waakzaam voor dat de scope van deze sensibiliseringsacties er niet toe leidt dat de dienstverlening ten aanzien van de kleinere werkgevers van minder dan 50 werknemers hieronder lijdt.

 

Bron: https://werk.belgie.be/nl/nieuws/standpunt-van-de-sociale-partners-van-de-hoge-raad-voor-preventie-en-bescherming-op-het-1. 

 

Deze website maakt gebruik van cookies om je gebruikservaring te optimaliseren. Door op “Accepteren” te klikken, ga je akkoord met het plaatsen van deze cookies.