Sinds 2024 is de regeling m.b.t. de toekenning van de inhaalrustdagen in de bouwsector voor uitzendkrachten gewijzigd.
Aangezien het eind van het jaar in zicht komt, brengen we de regels voor de hoofdperiode van 2025 nog een keer in herinnering.
Er dient daarbij een onderscheid gemaakt te worden tussen de verschillende rustdagen:
- de rustdagen van januari 2026
De uitzendkrachten hebben geen recht op de rustdagen van januari.
- de rustdagen van de hoofdperiode (22/12 – 31/12)
De uitzendkrachten moeten tewerkgesteld zijn in de bouwsector op de laatste werkdag voorafgaand aan de hoofdperiode (zijnde 19 december) én minstens 3 maanden (=63 dagen) in 2025 in de bouwsector gewerkt hebben (ongeacht het type contract). Vervolgens zal er dan recht zijn op één rustdag per maand onder contract.
Het recht is uiteraard steeds gelimiteerd tot de 6 rustdagen van de hoofdperiode van december 2025.
Er is bijgevolg geen vereiste dat de uitzendkrachten onder contract liggen op het moment van de rustdagen zelf.
In dat kader is het bovendien van belang dat de RVA zeer weigerachtig is ten aanzien van de toepassing tijdelijke werkloosheid collectieve sluiting voor uitzendkrachten in de bouwsector (bij toepassing van opeenvolgende weekcontracten). De RVA maakt een principieel voorbehoud voor het afsluiten van arbeidsovereenkomsten die enkel tot doel hebben de werknemer voor de volledige duur van de overeenkomst aanspraak op uitkeringen als tijdelijk werkloze te laten maken.
Bron: Constructiv; RVA.