We hebben vernomen dat er een wijziging op komst zou zijn m.b.t. de toekenningsvoorwaarden van de inhaalrustdagen in de bouw voor uitzendkrachten voor de hoofdperiode van 2024 (kerstperiode).
De vergoeding voor deze rustdagen is ten laste van Constructiv.
Tot en met 2023 werd de hoofdperiode van de rustdagen toegekend aan de uitzendkrachten die zich op de laatste werkdag voorafgaand aan de hoofdperiode in één van de drie volgende situaties bevonden:
- Effectief aan het werk;
- In tijdelijke werkloosheid wegens weerverlet;
- Afwezig wegens ziekte met afwezigheidsattest.
De nieuwe regeling voor uitzendkrachten voorziet dat de uitzendkrachten op 20 december 2024 effectief bij een werkgever uit de bouwsector tewerkgesteld moeten zijn (onder contract staan) én minstens 3 maanden in 2024 in de bouwsector gewerkt moeten hebben (ongeacht het type contract). Er zal dan recht zijn op 1 rustdag per maand onder contract.
Constructiv heeft verduidelijkt dat de de berekening van het recht op de rustdagen zal gebeuren op basis van de aangegeven prestaties in de DmfA. Deze prestaties zullen voor de 4 kwartalen worden opgeteld en gedeeld door 21 (voor het aantal werkdagen in een maand). Als een uitzendkracht op de laatste werkdag van 2024 (20/12/2024) zal gewerkt hebben en in totaal in 2024 63 dagen werkte, zal hij recht hebben op de eerste 3 dagen van de hoofdperiode. Het recht is uiteraard steeds gelimiteerd tot de 6 rustdagen van de hoofdperiode van december 2024.
De RVA is zeer weigerachtig ten aanzien van de toepassing tijdelijke werkloosheid collectieve sluiting voor uitzendkrachten in de bouwsector. De RVA maakt een principieel voorbehoud voor het afsluiten van arbeidsovereenkomsten die enkel tot doel hebben de werknemer voor de volledige duur van de overeenkomst aanspraak op uitkeringen als tijdelijk werkloze te laten maken.