Sociaal-Juridisch

Btw verlegd medecontractant – bijkomende factuurvermelding vanaf 01/01/2023

By 8 december 2022No Comments

Krachtens artikel 20 van het KB nr. 1, is de medecontractant van de in België gevestigde aannemer die werk in onroerende staat verricht, gehouden om de belasting die ingevolge die handeling verschuldigd is te voldoen, als die medecontractant zelf een belastingplichtige is die in België gevestigd is (of niet in België gevestigd is maar een aansprakelijke vertegenwoordiger heeft laten erkennen) en gehouden is om een periodieke btw-aangifte in te dienen.

Vanaf 01/01/2023 zal het niet langer volstaan om louter de vermelding ‘btw verlegd’ op de nemen op de factuur, maar moet volgende verplichte vermelding opgenomen worden:

“Verlegging van heffing. Bij gebrek aan schriftelijke betwisting binnen een termijn van één maand na de ontvangst van de factuur, wordt de afnemer geacht te erkennen dat hij een belastingplichtige is gehouden tot de indiening van periodieke aangiften. Als die voorwaarde niet vervuld is, is de afnemer ten aanzien van die voorwaarde aansprakelijk voor de betaling van de verschuldigde belasting, interesten en geldboeten.″.

Het doel hiervan is om de afnemer die geen periodieke btw-aangiften indient en die zijn aannemer niet in kennis heeft gesteld van zijn hoedanigheid, te informeren over de gevolgen ten aanzien van zijn persoonlijke aansprakelijkheid voor de betaling van de verschuldigde belasting, interesten en boetes. Het nieuwe artikel 20, § 3, tweede lid van KB nr. 1 bepaalt immers dat, behoudens samenspanning tussen de partijen of klaarblijkelijke miskenning van de betrokken bepaling, de dienstverrichter wordt ontslagen van zijn aansprakelijkheid ten aanzien van de vereiste dat de afnemer gehouden is tot de indiening van periodieke btw-aangiften, wanneer de afnemer de factuur niet heeft betwist.

Er wordt eveneens voorzien in de verplichting voor de afnemer die niet gehouden is tot de indiening van periodieke btw-aangiften om zijn dienstverrichter ervan in kennis te stellen dat hij niet voldoet aan de voorwaarden voor de toepassing van deze verleggingsregeling wanneer hij aan zijn dienstverrichter zijn btw-identificatienummer meedeelt.

 

Bron: KB van 28/10/2022 tot wijziging van de koninklijke besluiten nrs. 1, 2, 3, 4, 10, 19, 22 en 59 met betrekking tot de belasting over de toegevoegde waarde, BS 10 november 2022.

Deze website maakt gebruik van cookies om je gebruikservaring te optimaliseren. Door op “Accepteren” te klikken, ga je akkoord met het plaatsen van deze cookies.