Ondernemingen die werken in onroerende staat verrichten op werven kunnen onder bepaalde voorwaarden genieten van een vrijstelling van doorstorting van bedrijfsvoorheffing voor hun werknemers.
Sinds 01/01/2020 is er sprake van een BV-vrijstelling van 18%.
Voorwaarden
Onder werken in onroerende staat in het kader van de BV-vrijstelling werken in onroerende staat wordt verstaan overeenkomstig artikel 275 5 van het WIB :
- het gaat om werken in onroerende staat overeenkomstig de btw-wetgeving;
- het werk wordt verricht in één of meerdere ploegen;
- de ploeg(en) omvatten minstens twee personen zonder rekening te houden met studenten en leerlingen in een alternerende opleiding;
- de ploegen doen hetzelfde of complementair werk zowel qua inhoud als qua omvang;
- de ploegen verrichten het werk op locatie (op een werf);
- per gepresteerd uur in ‘werken in onroerende staat’ moet er een vastgelegd wettelijk minimumloon aan de werknemers toegekend worden (jaarlijks geindexeerd);
- de RSZ-werfmelding of aangifte van werken verricht hebben in de gevallen waarin dit opgelegd wordt.
- voor de toepassing van de vermelde BV-vrijstelling moeten de werknemers, overeenkomstig de arbeidsregeling waarin zij tewerkgesteld zijn, over de betrokken maand tenminste één derde van hun arbeidstijd (berekend op uurbasis) tewerkgesteld worden op werven.
Bedragen en percentages
| 2025 | 2026 | |
| Min. uurloon | 17,27 euro | 17,64 euro |
| BV percentage | 18% | 18% |
Uitzendarbeid
In het kader van uitzendarbeid moet rekening gehouden worden met specifieke regels rond de akkoordverklaring van de klant-gebruiker.