Sociaal-Juridisch

CAO nr. 43 en 50 – index GGMMI – 01/05/2022

By 28 april 2022No Comments

Algemeen

In heel wat paritaire comité’s worden er minimale brutolonen bepaald via sectorale cao’s. Dit zijn de zogenaamde schaallonen of minimumbarema’s. De individuele arbeidsovereenkomst mag een hoger brutoloon toekennen, maar nooit een lager brutoloon.

Op nationaal niveau bepaalt CAO nr. 43 de absolute ondergrens van het loon voor een voltijdse tewerkstelling van een werknemer van 18 jaar of ouder met een arbeidsovereenkomst (m.u.z. studentenovereenkomsten voor werknemers van 18, 19 of 20 jaar). Dit is het zogenaamde ‘gewaarborgd gemiddeld minimum maandinkomen (GGMMI).  CAO nr. 50 bepaalt de absolute ondergrens voor werknemers jonger dan 18 jaar met een arbeidsovereenkomst (incl. studentenovereenkomsten) en  voor werknemers van 18, 19 en 20 jaar met een studentenovereenkomst.

Op sectoraal vlak wordt er meestal een minimum bruto maand- of uurloon bepaald. Het GGMMI is echter ruimer dan een minimum maandloon of uurloon. Het gaat immers over een gemiddeld minimum maandinkomen. Ook onderdelen van het loon die in de loop van het jaar uitbetaald worden, moeten meegeteld worden om de berekening van het gemiddelde maanloon te maken. Artikel 5 van CAO nr. 43 voorziet hierover het volgende: Deze elementen omvatten onder meer het loon in geld of in natura, het vast of veranderlijk loon alsmede de premies en voordelen waarop de werknemer recht heeft ten laste van de werkgever uit hoofde van zijn normale arbeidsprestaties, d.w.z. de prestaties die in de arbeidswet en in de collectieve arbeidsovereenkomsten vermeld zijn en die per onderneming in het arbeidsreglement werden gepreciseerd.” Denk hierbij aan de eindejaarspremie, jaarlijkse premies, ploegenpremies, …

CAO nr. 43 en CAO nr. 50 zijn niet van toepassing op:

  • Jongeren die werken in het kader van alternerend leren op basis van een andere overeenkomst dan een arbeidsovereenkomst.
  • Personen die tewerkgesteld zijn in een familieonderneming waar gewoonlijk alleen bloedverwanten, aanverwanten of pleegkinderen arbeid verrichten onder het uitsluitende gezag van de vader, de moeder of de voogd.
  • werknemers die gewoonlijk zijn tewerkgesteld gedurende periodes die minder dan een kalendermaand bedragen.

Voor de deeltijdse tewerkstellingen zal er een pro rata moeten gebeuren in functie van de arbeidsduur in de onderneming en het GGMMI voor een voltijdse tewerkstelling (cf. CAO nr. 35).

Index – nieuwe bedragen vanaf 01/05/2022

Het bedrag van het GGMMI is onderworpen aan de spilindex. Als de prijzen van producten en diensten stijgen, dan stijgt de index. Als dat cijfer een bepaalde waarde overstijgt – de zogenaamde spilindex – dan stijgen de uitkeringen en sommige lonen zoals het GGMMI automatisch mee.  Alle bedragen opgenomen in de nationale CAO zijn bijgevolg gestegen met 2% vanaf 1 mei 2022.

CAO nr. 43 

Periode18 jaar en ouder
01/04/2022 – 30/04/20221.806,16 €
01/05/2022 – ….1.842,28 €

CAO nr. 50 – werknemers < 18 jaar 

Periode16 jaar en jonger (67%)17 jaar (73%)
01/04/2022 – 30/04/20221.210,13 €1.318,50 €
01/05/2022 – …..1.234,33 €1.344,86 €

CAO nr. 50 – studenten / alternerend leren 18 – 20 jaar 

Periode18 jaar (79%)19 jaar  (85%)20 jaar (90%)
01/04/2022 – 30/04/20221.426,87 €1.535,24 €1.625,54 €
01/05/2022 – …..1.455,40 €1.565,94 €1.658,05 €

 

Bron: CAO nr. 43,  CAO nr. 50 en CAO nr. 35, http://www.cnt-nar.be/Cao-lijst.htm. 

Deze website maakt gebruik van cookies om je gebruikservaring te optimaliseren. Door op “Accepteren” te klikken, ga je akkoord met het plaatsen van deze cookies.