Met de programmawet van 26 december 2022 werd het ruime toepassingsgebied van de fiscale regeling voor auteursrechten beperkt doordat computerprogramma’s niet meer beschouwd mogen worden als auteursrechtelijk beschermde werken.
De wetgever wou met deze wet de oorspronkelijke doelstellingen van 2008 terug herstellen en enkel nog de inkomsten, die eerder onregelmatig en wisselvallig verkregen zijn in het kader van artistieke activiteiten , in aanmerking laten komen voor de fiscale regeling voor auteursrechtelijk beschermde werken.
Een aantal ondernemingen actief in de informatiesector en ontwikkeling van software waren het niet eens met deze wijziging, en hebben in mei 2023 een beroep tot vernietiging ingesteld bij het Grondwettelijk Hof m.b.t. artikel 100 van de desbetreffende programmawet.
Ze zijn echter van een kale reis teruggekomen. Het Grondwettelijk Hof was van oordeel dat auteurs van literaire en artistieke werken aan meer onzekerheid en risico’s zijn blootgesteld dan ontwerpers van software. Daarom werd de uitsluiting van deze laatsten van het gunstregime gerechtvaardigd geacht.
De kritiek vanuit de sector bleef echter. Enerzijds omdat andere digitale beroepen zoals webdesigners, content creators of bepaalde gameberoepen wel nog steeds in aanmerking kwamen voor het gunstig regime, en er zo’n ongerechtvaardigd verschil gecreëerd wordt. Anderzijds waren er nog geldende fiscale rulings die sommige software-inkomsten nog wel als auteursrechtelijk beschermd werk beschouwden, zodat dit voor rechtsonzekerheid zorgde.
De Arizona regering wenste tegemoet te komen aan bovenvermelde verzuchtingen en heeft via het wetsontwerp van 17 december 2025 tot hervorming van de personenbelasting de computerprogramma’s opnieuw onder het materiële toepassingsgebied van de auteursrechtenregeling geplaatst.
Het gunstige fiscaal regime voor auteursrechten zou dus opnieuw toegankelijk worden voor computerprogramma’s vanaf het inkomstenjaar 2026.
De wetswijziging was tweeledig, enerzijds de uitbreiding van het toepassingsgebied van auteursrechtelijk werk naar computerprogramma’s/software en anderzijds de beperking van de forfaitaire kostenaftrek.
De beperking van de forfaitaire kostenaftrek is op 1 juni in het Belgisch Staatsblad gepubliceerd.
Thans is ook de uitbreiding van het toepassingsgebied naar computerprogramma’s/software een feit. De wet is op 29 juli in het Belgisch Staatsblad verschenen.
Opgelet : de uitbreiding geldt enkel voor het fiscaal luik. De RSZ is niet gevolgd zodat de vrijstelling van sociale zekerheidsbijdragen niet gelden voor auteursrechtenvergoedingen met betrekking tot software.
Voorwaarden
De overige bepalingen betreffende het auteursrecht, blijven ongewijzigd, zodat ook de computerprogramma’s aan de strikte voorwaarden moeten voldoen voor in aanmerking te komen.
Als voorwaarde geldt dat de auteursrechten moeten worden overgedragen “voor mededeling aan het publiek, voor openbare uitvoering of opvoering, of voor reproductie”.
Reproductie houdt in dat het auteursrechtelijk beschermd werk wordt gekopieerd of opnieuw wordt vastgelegd. Dit kan ook digitaal zijn. Voor software zal er in principe snel sprake zijn van reproductie. Dit is bijvoorbeeld het geval wanneer de broncode wordt gekopieerd, maar ook wanneer software wordt gedownload of gedupliceerd op servers.
De minister van Financiën verduidelijkte evenwel dat de voorwaarde van “reproductie” moet samen gelezen worden met de voorwaarde van mededeling aan het publiek (Parl.St. Kamer 2022–2023, nr. 55-3015/014). Dit zou betekenen dat er ook voor reproductie een mededeling moet zijn aan het publiek. Deze interpretatie oogt kritiek omdat het ingaat tegen de wettelijke bepalingen. Ook in de rulingpraktijk wordt dit gevolgd.
Deze voorwaarde kan tot moeilijkheden in de praktijk leiden wanneer er sprake is van software op maat van de klant of enkel voor interne toepassingen. Is er dan sprake van een mededeling aan publiek? Een en ander moet dus nog verduidelijkt worden.
Meer info hierover vind je in ons artikel “Auteursrechten – nieuwe grensbedragen voor 2026 – update”.
In de Kamercommissie Financiën heeft minister Jambon omtrent de voorwaarde “voor mededeling aan het publiek, voor openbare uitvoering of opvoering, of voor reproductie” klaarheid gebracht. De ‘mededeling aan het publiek’ is geen noodzakelijke vereiste voor de uitbetaling in auteursrechten. Ook ‘openbare uitvoering of opvoering’ of ‘reproductie’ zijn mogelijke redenen voor een betaling in auteursrechten. Het betreft “drie mogelijke alternatieven zonder dat deze tezamen zouden moeten worden gelezen als cumulatieve toepassingsvereisten”, klinkt het uit de Kamercommissie.
Ruling?
Een ruling (voorafgaande beslissing) kan worden gedefinieerd als een beslissing waarmee de FOD Financiën bepaalt hoe de belastingwetten zullen worden toegepast op een specifieke situatie of verrichting die op fiscaal vlak nog geen uitwerking heeft gehad.
Het bekomen van een ruling in het kader van het toepassingsgebied van het auteursrechtelijk beschermd werk, en meer in het bijzonder met betrekking tot de computerprogramma’s, is geen must, maar zorgt wel voor rechtszekerheid.
Deze ruling geeft rechtszekerheid aan de aanvrager want ze bindt alle diensten van de FOD Financiën, m. a. w. alle diensten van de FOD Financiën moeten deze ruling in acht nemen (! niet de RSZ).
Een ruling moet echter wel een voorafgaandelijk karakter hebben en kan bijgevolg in principe alleen betrekking hebben op geplande of toekomstige situaties, niet op reeds uitgevoerde regelingen.
Aangezien de wet momenteel ook nog niet gepubliceerd is, stelt zich de vraag ook of de rulings in de praktijk ook zullen kunnen teruggaan tot 1 januari 2026. In het verleden is dat wel het geval geweest.
Hier vind je meer info terug over de aanvraag van een ruling.
Standpunt RSZ ?
Onder het huidige regime kunnen de vergoedingen die worden toegekend in het kader van auteursrechten, vrijgesteld worden van sociale zekerheidsbijdragen op grond van het KB van 7 april 2023. Maar dit KB verwijst nog naar de overdracht van auteursrechten zoals bedoeld in titel XI, boek 5 WER. Opdat de vergoedingen voor softwareontwikkelaars ook vrijgesteld zouden zijn van sociale zekerheidsbijdragen zal dit KB ook nog aangepast moeten worden.
De RSZ (vanuit de minister van Sociale zaken) heeft bevestigd dat het geen plannen heeft om het toepassingsgebied van de RSZ-vrijstelling af te stemmen op de fiscale aanpassing.
De vrijstelling van sociale zekerheidsbijdragen zal dus niet gelden voor auteursrechtenvergoedingen met betrekking tot software.
Een RSZ-vrijstelling geldt evenwel sowieso niet wanneer loon wordt omgezet in auteursrechten.
Kunstwerkattest – forfaitaire kostenaftrek
De forfaitaire kostenaftrek zal voortaan enkel nog mogelijk zijn voor houders van een gewoon kunstwerkattest of een kunstwerkattest “plus”.
Verder kan de aftrek enkel nog toegepast worden als de auteursrechten voortvloeien uit een activiteit die effectief gedekt is door het attest op het moment van betaling van de inkomsten.
Bij inkomsten uit auteursrechten afkomstig van een activiteit die niet door het attest wordt gedekt, zal de forfaitaire kostenaftrek dus niet kunnen worden toegepast.
De aftrek van werkelijke kosten blijft mogelijk.
Verdoken loon ?
Om zich in regel te stellen met de wetgeving van 2022 hebben heel wat softwarebedrijven het verloningsbeleid van hun medewerkers moeten aanpassen aangezien de vergoeding voor de afstand van auteursrechten niet meer van toepassing was. Er werden bijgevolg andere loonvoordelen toegekend zoals bijvoorbeeld de verhoging van het brutoloon, aandelenopties, etc.
Indien dergelijke bedrijven echter opnieuw het gunstregime van de auteursrechten voor hun medewerkers zullen toepassen, op dat stukje dat destijds als een ander loonvoordeel toegekend werd, moeten ze toch enige voorzichtigheid aan de dag leggen. De fiscus kan immers oordelen dat het niet gaat om echte auteursrechten, maar dit beschouwen als verdoken loon.
Het is daarom aangewezen een ruling aan te vragen bij de fiscus zodat de toepassing klaar en duidelijk is.
Inwerkingtreding
De nieuwe regels treden met terugwerkende kracht in werking op 1 januari 2026.
Bron : Wet van 15 juli 2026 tot hervorming van de personenbelasting, BS 29 juli 2026; Programmawet van 30 mei 2026, BS 1 juni 2026; ; Programmawet van 26 december 2022, BS 30 december 2022; Diverse media.