Skip to main content
Sociaal-Juridisch

Einde van de intentieverklaring ihkv uitzendarbeid in zicht?

By 13 februari 2026mei 5th, 2026No Comments

Ter herinnering

In de uitzendarbeidwet wordt voorzien dat er verplicht een “intentieverklaring” schriftelijk vastgesteld moet worden voor iedere uitzendkracht afzonderlijk uiterlijk op het tijdstip waarop de uitzendkracht voor de eerste maal in dienst treedt. De intentieverklaring legt de bedoeling vast om een arbeidsovereenkomst voor uitzendarbeid te sluiten.

Indien de intentieverklaring ontbreekt of niet tijdig is vastgesteld, wordt geacht dat er tussen het uitzendkantoor en de uitzendkracht een overeenkomst werd afgesloten voor onbepaalde duur.  Concreet heeft dit tot gevolg dat het uitzendkantoor de tewerkstelling van de uitzendkracht met inachtneming van de wettelijke opzeggingstermijn zal moeten stopzetten, dan wel dat er een verbrekingsvergoeding verschuldigd zal zijn.  In een dergelijk geval kan de uitzendkracht, van zijn kant, binnen zeven dagen na zijn indiensttreding en zonder opzegging noch vergoeding een einde maken aan de overeenkomst.

Ook in het kader van “e-sign” bij het ontbreken van een getekend uitzendcontract speelt de intentieverklaring een belangrijke rol. De sanctie van het ontstaan van een contract van onbepaalde duur geldt niet indien de volgende voorwaarden cumulatief vervuld zijn:

  • er is een door beide partijen ondertekende intentieverklaring;
  • het uitzendkantoor heeft voorafgaand aan de indiensttreding een ontwerp van elektronische arbeidsovereenkomst ter ondertekening toegezonden aan de uitzendkracht, doch de uitzendkracht heeft dat ontwerp van elektronische arbeidsovereenkomst niet ondertekend uiterlijk op het tijdstip waarop hij in dienst treedt;
  • de uitzendkracht heeft zijn arbeidsprestaties bij de klant-gebruiker aangevat op het tijdstip zoals bepaald in het ontwerp van arbeidsovereenkomst;
  • het uitzendkantoor heeft de tewerkstelling van de uitzendkracht aangegeven via Dimona.

Wetsontwerp houdende diverse arbeidsbepalingen

In het wetsontwerp houdende diverse arbeidsbepalingen wordt voorzien in uitvoering van het advies nr. 2.432 van de NAR. In dit advies hadden de sociale partners unaniem gevraagd om de voorafgaande intentieverklaring om
een arbeidsovereenkomst voor uitzendarbeid te sluiten af te schaffen.

In de memorie van toelichting staat dat de intentieverklaring overbodig is geworden doordat met de wet van 30 augustus 2016 de regel werd ingevoerd dat elke arbeidsovereenkomst voor uitzendarbeid schriftelijk moet worden vastgesteld uiterlijk op het tijdstip waarop de uitzendkracht in dienst treedt. Daarmee werd de zgn. 48-urenregel afgeschaft, die het toeliet om arbeidsovereenkomsten voor uitzendarbeid schriftelijk vast te stellen binnen de twee werkdagen te rekenen vanaf het tijdstip waarop de werknemer in dienst trad.

In het wetsontwerp wordt naast de afschaffing van de intentieverklaring zelf uiteraard ook voorzien in de afschaffing van de sanctie bij het niet-sluiten van de intentieverklaring.

Er wordt daarbij voorzien in een retroactieve inwerkingtreding op 1 maart 2026.

 

Bovenstaande bespreking is gebaseerd op ontwerpteksten en onder voorbehoud van publicatie in het Belgisch Staatsblad. 

 

Bron: Wetsontwerp houdende diverse arbeidsbepalingen, Parl.St. Kamer 2025- 2026, nr. 1324/001.

 

Deze website maakt gebruik van cookies om je gebruikservaring te optimaliseren. Door op “Accepteren” te klikken, ga je akkoord met het plaatsen van deze cookies.