In 2021 werd de fiscale en sociale vergroening van de mobiliteit ingevoerd. Deze wet zorgde voor de geleidelijke afschaffing van de belastingvoordelen voor wagens met een verbrandingsmotor, en wou meer inzetten op elektrische wagens.
Er werden verschillende overgangsregimes voorzien in functie van het moment van aanschaffen van de wagen, waarbij het begrip ‘aangeschaft’ als volgt toegelicht werd:
- de op het moment van het in werking treden van de overgangsregelingen reeds bestelde, maar nog niet geleverde bedrijfswagens;
- voor de bedrijfswagens die operationeel geleased of gehuurd worden en waarvan de economische eigendom dus niet overgedragen wordt, zal gekeken worden naar de datum waarop het lease- of huurcontract wordt afgesloten.
Een recente circulaire van de fiscus wilt nu duidelijkheid brengen hoe het moment van aanschaffen geïnterpreteerd moet worden bij een een wijziging van het leasing- of huurcontract.
Elke wijziging van de voorwaarden van het leasing- of huurcontract die aanleiding geeft tot een verlenging van de oorspronkelijke looptijd heeft een nieuwe contractdatum tot gevolg, en dus ook een nieuwe datum van het aanschaffen van het voertuig.
Bij een wijziging kan enkel de initiële contractdatum behouden blijven indien de mogelijkheid tot wijziging van bij de aanvang in het contract was opgenomen en alle concrete uitvoeringsmodaliteiten van die wijziging reeds bij het afsluiten van het leasing- of huurcontract in dat contract voorzien zijn. Met als gevolg dat er bij een wijziging geen bijkomende overeenkomst tussen de leasinggever of verhuurder en de leasingnemer of huurder meer moet worden gesloten, maar dat de leasingnemer of huurder de modaliteiten van de wijziging, die reeds bij het afsluiten van het contract waren voorzien, eenzijdig kan activeren.
Als een leasing- of huurcontract bij aanvang niet in een verlenging voorziet of slechts voorziet in de mogelijkheid tot verlenging van het contract zonder dat alle modaliteiten reeds zijn bepaald (met inbegrip van de duur van de verlenging, de nieuwe voorwaarden van het contract, de nieuwe optieprijs, enz.), wordt de eventuele verlenging gelijkgesteld met een nieuw contract.
Hetzelfde geldt in het geval van het lichten van een aankoopoptie.
Als een onderneming een bedrijfswagen en het bijhorende leasingcontract overdraagt aan een andere onderneming, in voorkomend geval van dezelfde groep, en er een addendum aan het contract wordt opgemaakt om de nieuwe contractant aan te duiden, dan is het de datum van dat addendum die bepaalt welke regels op de wagen van toepassing is.
Wanneer een werknemer zelf een wagen bestelt, maar daarna een financiering zoekt en voor een leasingformule opteert, waardoor hij het voertuig dus niet zelf aankoopt, is het de datum van afsluiting van het leasingcontract die in aanmerking wordt genomen.
Het aanbrengen van een accessoire (zoals een trekhaak of een kofferbak) aan de wagen of het wijzigen van een bijkomstigheid (zoals de garagehouder die verantwoordelijk is voor het onderhoud) met betrekking tot de wagen, waardoor de leasingovereenkomst gewijzigd wordt of een addendum wordt toegevoegd, geeft geen aanleiding tot het ontstaan van een nieuw contract met een nieuwe contractdatum.
Bron : Circulaire 2024/C/50 van 22 juli 2024 met FAQ over de fiscale vergroening van de mobiliteit op het vlak van de autofiscaliteit