Skip to main content
Sociaal-Juridisch

Fiscale verplichtingen studenten – nettobestaansmiddelen inkomsten 2024

By 29 maart 2024No Comments

Belastingvrije som

De student die inkomsten geniet, is verplicht een belastingaangifte in te dienen zelfs indien er geen belasting verschuldigd is.

Indien de inkomsten onder een bepaalde grens blijven, zijn er geen belastingen verschuldigd.

Dit bedrag wordt jaarlijks aangepast. Voor het aanslagjaar 2025 (inkomsten 2024) bedraagt de belastingvrije som 10.570 euro, hetgeen overeenstemt met een brutobedrag van 15.100 euro (indien inkomsten enkel bezoldigingen werknemers en beroepskosten forfaitair bepaald worden).

Klik hier voor meer informatie m.b.t. de tewerkstelling van studenten.

Nettobestaansmiddelen

Een student blijft ten laste van zijn ouders indien cumulatief aan drie voorwaarden voldaan is:

  1. De student maakt deel uit van het gezin 0p 1 januari van het jaar volgend op het inkomstenjaar.
  2. De ontvangen bezoldigingen van de student mogen geen beroepskosten uitmaken van de ouders, m.a.w. de student mag niet tewerkgesteld worden in het bedrijf van de ouders om ten laste te blijven. De constructie waarbij een student-uitzendkracht via een uitzendbureau tewerkgesteld wordt in het bedrijf van de ouders, wordt ook beschouwd als een tewerkstelling in het bedrijf van de ouders.
  3. De nettobestaansmiddelen mogen een bepaalde grens niet overschrijven. Voor inkomstenjaar 2024 gaat het over een bedrag van 7.290 euro.

Voor studenten wordt 3.310 euro (aanslagjaar 2025, inkomsten 2024) van de bezoldigingen verkregen in uitvoering van een contract voor studentenarbeid niet beschouwd als nettobestaansmiddelen.  Die eerste schijf van het inkomen wordt niet beschouwd als een bestaansmiddel. Vervolgens moeten de werkelijke of forfaitaire kosten (20%, minimum 530 euro) afgetrokken worden.

Berekening:

Belastbaar bedrag
– vrijstelling (indien van toepassing. Inkomsten 2024: 3.310 euro)
– forfaitaire kosten (20% van het brutobedrag (min. 550 euro) of bewezen werkelijke kosten (indien deze hoger zijn)
= nettobedrag

Voorbeeld:

In 2024 heeft het kind een brutoloon van 5.000 euro (na aftrek van de sociale zekerheidsbijdrage of solidariteitsbijdrage) ontvangen in het kader van een overeenkomst voor tewerkstelling van studenten. Enkel het deel dat de 3.310 euro overschrijdt, dus 1.690 euro, wordt in rekening genomen als bestaansmiddel. Na aftrek van de forfaitaire kosten (1.690 euro x 20 % = 338 euro, met een minimum van 550 euro), bedraagt het netto bedrag 1.140 euro.

Deze website maakt gebruik van cookies om je gebruikservaring te optimaliseren. Door op “Accepteren” te klikken, ga je akkoord met het plaatsen van deze cookies.