Skip to main content
Sociaal-Juridisch

Fiscus verduidelijkt vrijstelling fietsvergoeding en voordeel alle aard voor de terbeschikkingstelling van een bedrijfsfiets

By 30 april 2024No Comments

Ter herinnering

In het kader van het begrotingsakkoord heeft de federale regering beslist om vanaf 1 januari 2024 het maximum sociaal en fiscaal vrijgesteld bedrag van de fietsvergoeding* te verhogen tot 0,35 euro per kilometer. Voor 2023 bedroeg het maximum vrijgesteld bedrag van de fietsvergoeding 0,27 euro per effectief gefietste kilometer.

In geval van overschrijding van voormeld maximum bedrag van de fietsvergoeding zal het overschrijdende gedeelte een belastbaar beroepsinkomen uitmaken.

*In dit kader wordt de definitie van “fiets” ruim toegepast waardoor elk rijwiel, elektrisch aangedreven gemotoriseerd rijwiel of elektrisch aangedreven speed pedelec hieronder valt.

Tegelijk werd een jaarlijks plafond voor de (para)fiscale vrijstelling van de fietsvergoeding ingevoerd van 3.500 euro per jaar. Het bedrag dat het plafond zou overschrijden, zal worden onderworpen aan sociale zekerheidsbijdragen en bedrijfsvoorheffing. Het gaat om een maximumbedrag dat wordt berekend per belastingplichtige en per belastbaar tijdperk. Dit betekent dat wanneer een belastingplichtige tijdens hetzelfde belastbaar tijdperk bij meerdere werkgevers een dergelijke vergoeding verkrijgt, het maximumbedrag van toepassing is op het totale bedrag van de ontvangen vergoedingen voor de berekening van de belasting. Dit jaarlijks plafondbedrag is niet van toepassing op de fietsvergoeding voor professionele verplaatsingen met de fiets (= kost eigen aan de werkgever).

Forfaitaire beroepskosten

Om het fietsgebruik, dat een efficiënte en snelle manier is om zich te verplaatsen tussen de woonplaats en de plaats van tewerkstelling, aan te moedigen, heeft de regering beslist om de vrijgestelde kilometervergoeding voor het gebruik van de fiets (fietsvergoeding) aantrekkelijker te maken door het bedrag per kilometer te verhogen, maar met toepassing van een jaarlijks plafondbedrag.

De vrijstelling van de fietsvergoeding en de vrijstelling van het voordeel dat voortvloeit uit de kosteloze terbeschikkingstelling van een bedrijfsfiets (die daadwerkelijk wordt gebruikt voor de verplaatsingen tussen de woonplaats en de plaats van tewerkstelling) wordt voortaan gekoppeld aan de voorwaarde dat de beroepskosten van de belastingplichtige forfaitair worden vastgesteld.

Dit geldt zowel voor werknemers (private of publieke sector) als voor bedrijfsleiders (met arbeidsovereenkomst of zelfstandig).

Er wordt daarbij voorzien dat de fietsvergoeding en het voordeel van de bedrijfsfiets niet in aanmerking genomen voor de grondslag waarop de bedrijfsvoorheffing wordt berekend. De werkgever moet bovendien niet langer over een verklaring van de verkrijger van de inkomsten beschikken i.v.m. de toepassing van forfaitaire beroepskosten. De controle over de voorwaarde dat de vrijstelling slechts kan gelden wanneer de verkrijger opteert voor de forfaitaire beroepskosten zal voortaan immers gebeuren op het niveau van de aangifte in de inkomstenbelasting en de vestiging van de belasting.

Werkelijke beroepskosten

Werknemers en bedrijfsleiders die kiezen voor de aftrek van de werkelijke kosten, en dus uitgesloten zijn van de vrijstellingsregeling, mogen een kostenforfait per afgelegde kilometer toepassen voor het gebruik van de fiets in het kader van verplaatsingen tussen de woonplaats en de plaats van tewerkstelling. Voor aanslagjaar 2025 (inkomsten 2024) bedraagt het geïndexeerde bedrag van dit kostenforfait 0,35 euro per afgelegde kilometer.

De werkelijk gemaakte kosten voor het gebruik van de fiets in het kader van de verplaatsingen tussen de woonplaats en de plaats van tewerkstelling zijn, indien bewijs voorhanden is, in principe volledig aftrekbaar van de belastbare grondslag van de belastingplichtige.

Voorbeeld:

Mevrouw C. legt tijdens het belastbaar tijdperk 2024 (aanslagjaar 2025) woon-werkverkeer af met de fiets voor een totale afstand van 8.000 km. Haar werkgever betaalt haar hiervoor een fietsvergoeding van 3.200 euro (namelijk 0,40 euro x 8.000 km). Mevrouw C. kiest ervoor om haar werkelijke kosten aan te geven (aanslagjaar 2025), maar is niet in staat om het bewijs te leveren van de werkelijk gemaakte kosten voor haar woon-werkverkeer met de fiets:

–       3.200 euro (0,40 euro x 8.000 km) – beroepsinkomen (belastbaar)

–       2.800 euro (0,35 euro x 8.000 km) – forfaitaire kostenaftrek.

Overschrijding jaarlijk plafond

Wanneer het bedrag van de fietsvergoeding het voormelde jaarlijkse plafondbedrag (3.500 euro) overschrijdt, kan de vrijstelling voor verplaatsingen tussen de woonplaats en de plaats van tewerkstelling met een ander vervoermiddel worden toegepast op het overschrijdende gedeelte, voor zover uiteraard de werknemer de forfaitaire beroepskosten toepast. Deze vrijstelling bedraagt maximum 490 euro voor aanslagjaar 2025.

Opgelet: dit geldt niet voor een overschrijding van het maximumbedrag van de fietsvergoeding per kilometer (zijnde 0,35 euro/km).

Fiches 281.10 /281.20

De bedragen van de fietsvergoeding of van het voordeel van de bedrijfsfiets zullen voortaan in hun totaliteit moeten worden vermeld op de fiscale fiches.

Het is immers bij de vestiging van de belasting (aangifte personenbelasting) dat er door de fiscus zal kunnen worden vastgesteld of de belastingplichtige al dan niet aanspraak heeft gemaakt op de werkelijke of forfaitaire beroepskosten, en dat bijgevolg de fietsvergoeding of het voordeel van de bedrijfsfiets al dan niet volledig belastbaar zijn.

Het voordeel alle aard van de bedrijfsfiets moet worden vastgesteld volgens de werkelijke waarde bij de verkrijger.

Om het bedrag van het voordeel van alle aard te kunnen vaststellen, moeten de volgende elementen in aanmerking worden genomen.

  • Aard van het aanbod

De vaststelling van het voordeel bij de verkrijger hangt af van de goederen en diensten die hem kosteloos ter beschikking worden gesteld: fiets, elektrische fiets, toebehoren, herstellingen, onderhoud, verzekering, enz. Het voordeel van alle aard zal uiteraard verschillen naargelang de verkrijger enkel over de fiets beschikt of dat hij daarbovenop ook nog voormelde diensten geniet.

  • Grootte van het aanbod

Het voordeel van alle aard zal verschillen naargelang de verkrijger permanent over de fiets beschikt of indien hij er slechts op een beperkte wijze over beschikt.

Indien de beschikking permanent is, moet het voordeel in voorkomend geval worden vastgesteld op jaarbasis. Wanneer daarentegen de beschikking beperkt is, moet het voordeel worden vastgesteld rekening houdende met de frequentie en de duur van het gebruik, in voorkomend geval per dag, per week of per maand.

Wanneer de fiets niet wordt toegewezen aan een specifieke werknemer, maar dat die werknemer er gebruik mag van maken telkens wanneer hij dat wil, moet dit worden beschouwd als een permanente beschikking.

Het voordeel berekend op jaarbasis wordt pro rata verminderd wanneer de permanente terbeschikkingstelling geen volledig jaar bestrijkt, omdat de terbeschikkingstelling in de loop van het jaar plaatsvindt of eindigt.

  • Waarde van het aanbod 

Het voordeel van alle aard zal uiteraard verschillen naargelang de waarde van de fiets en van de toebehoren, alsook van de kost van de aangeboden diensten. In elk geval is dit steeds inclusief btw.

  • Vaststelling van het voordeel 

Het is aan de werkgever of de vennootschap om, voor elk geval afzonderlijk op basis van de feitelijke omstandigheden, het voordeel vast te stellen op zijn werkelijke waarde voor de verkrijger, zodat het overeenstemt met de door hem gerealiseerde besparing.

Voorbeelden

Voorbeeld 1

Een werkgever leaset een fiets en stelt deze permanent ter beschikking aan zijn werknemer. De werknemer beschikt het hele jaar door over de fiets bij hem thuis.

Er kan worden aanvaard dat het voordeel wordt vastgesteld op basis van de door de werkgever gedragen kosten. Het gaat in principe om de huur betaald door de werkgever voor het volledige jaar.

Voorbeeld 2

Een werkgever leaset een fiets. De fiets maakt deel uit van een pool zonder te zijn toegewezen aan een specifieke werknemer. De werknemer kan het volledige jaar, telkens wanneer hij dat wil, beschikken over de fiets.

Er kan worden aanvaard dat het voordeel wordt vastgesteld op basis van de door de werkgever gedragen kosten. Het gaat in principe om de huur betaald door de werkgever voor het volledige jaar.

Voorbeeld 3

Een werkgever leaset een fiets en stelt deze van tijd tot tijd ter beschikking aan zijn werknemer. De fiets maakt deel uit van een pool zonder te zijn toegewezen aan een specifieke werknemer. De werknemer moet de fiets delen met andere werknemers, zodat hij er niet over kan beschikken telkens wanneer hij dat wil, maar wel bijvoorbeeld 2 dagen per week en 1 weekend per maand.

Er kan worden aanvaard dat het voordeel wordt vastgesteld op basis van de door de werkgever gedragen kosten. Het gaat in principe om de huur betaald door de werkgever waarop een pro rata kan worden toegepast in functie van het aantal dagen van daadwerkelijk gebruik door de werknemer.

VAA = huur x ((2 dagen x 52 weken) + (2 dagen x 12 maanden)) / 365 dagen (of 366 dagen voor een schrikkeljaar).

Voorbeeld 4

Een werkgever koopt een elektrische fiets en stelt deze permanent ter beschikking aan zijn werknemer (waarde: 3.000 euro), evenals de toebehoren (waarde: 500 euro). De werkgever neemt de herstellings- en onderhoudskosten (overeenkomst van 80 euro per jaar) ten laste. De werknemer beschikt het hele jaar door over de fiets bij hem thuis.

Er kan worden aanvaard dat het voordeel wordt vastgesteld op basis van de aankoopprijs van de fiets en de toebehoren gespreid over 5 jaar, zijnde de economische levensduur van de fiets, waaraan de kosten van de herstellings- en onderhoudsovereenkomst worden toegevoegd.

VAA = (3.000 euro + 500 euro = 3.500 euro) / 5 = 700 euro per jaar.

Onderhouds- en reparatiecontract (80 euro per jaar). Totaal = 780 euro.

Wanneer de fiets ter beschikking wordt gesteld vanaf 01.07.2024, zal het bedrag van het voordeel als volgt worden toegewezen:

Aanslagjaar 2025 (inkomsten 2024): 780 X 184/366 = 392,13 euro.

Aanslagjaar 2026 (inkomsten 2025) en nadien: 780 euro.

Voorbeeld 5

Een werkgever koopt een elektrische fiets en stelt deze permanent ter beschikking aan zijn werknemer (waarde: 3.000 euro), evenals de toebehoren (waarde: 500 euro). De werkgever neemt de herstellings-, onderhouds- en verzekeringskosten ten laste zodat de werknemer geen enkele kost moet dragen. De werknemer beschikt het hele jaar door over de fiets bij hem thuis.

Er kan worden aanvaard dat het voordeel overeenstemt met de huur die de werkgever had moeten dragen indien hij een leaseovereenkomst had gesloten die een vergelijkbare dienst aanbood.

 

Bron: Circulaire 2024/C/22 van 29 maart 2024 over de vrijstelling van de fietsvergoeding en het voordeel dat voortvloeit uit de terbeschikkingstelling van een bedrijfsfiets, alsook over de beroepskosten verbonden aan het gebruik van de fiets voor woon-werkverkeer.

Deze website maakt gebruik van cookies om je gebruikservaring te optimaliseren. Door op “Accepteren” te klikken, ga je akkoord met het plaatsen van deze cookies.