De RSZ heeft in de tussentijdse instructies verduidelijkt dat de aard van de activiteit als politieke mandataris niet beantwoordt aan de voorwaarde om mee in rekening te worden genomen voor de minimale prestatievereiste waaraan voldaan moet worden in T-3 i.h.k.v. een flexi-tewerkstelling.
Met ingang van 1 juli 2026 zullen de prestaties als politiek mandataris bijgevolg dan ook niet langer in aanmerking genomen bij de bepaling van de 4/5de tewerkstelling in kwartaal T-3.
Het gaat concreet om de volgende werknemerskengetallen:
- 404: niet-beschermde lokale mandatarissen
- 405: beschermde lokale mandatarissen
- 406: federale of regionale parlementsleden
- 407: federale of regionale regeringsleden
Concreet vloeit dit standpunt voort uit het feit dat politieke mandatarissen hun mandaat niet uitoefenen bij een “werkgever”, zij staan niet onder het gezag van een werkgever en zijn noch werknemer, noch statutair ambtenaar, noch zelfstandige.
Bron: Tussentijdse instructies RSZ – 2026/1.