Skip to main content
Sociaal-Juridisch

Hervorming aansprakelijkheidsrecht : impact op werknemers

By 28 oktober 2024oktober 29th, 2024No Comments

Het nieuwe Burgerlijk Wetboek Boek 6 m.b.t. de regels rond aansprakelijkheid van de hulppersonen is ondertussen gepubliceerd.

Deze hervorming heeft ook gevolgen voor de buitencontractuele aansprakelijkheid van de werknemers want werknemers worden ook beschouwd als ‘hulppersonen’.

Een hulppersoon is een “natuurlijke persoon of een rechtspersoon die door de schuldenaar van een contractuele verbintenis belast wordt met de gehele of gedeeltelijke uitvoering van deze verbintenis, ongeacht of hij deze verbintenis uitvoert voor eigen rekening en in eigen naam, dan wel voor rekening en in naam van de schuldenaar”

Op heden kunnen klanten van een onderneming-werkgever enkel de onderneming aanspreken wanneer zij schade zouden hebben geleden door een fout veroorzaakt door één van de werknemers van de onderneming aangezien er een overeenkomst is tussen de klant en de onderneming. Klanten kunnen zich dus niet rechtstreeks tot de werknemer richten voor de vergoeding van de schade (behoudens wanneer er sprake zou zijn van een misdrijf zoals o.a. diefstal etc.). Werknemers zijn immers beschermd tegen een rechtstreekse vordering van de klant.

Het gaat over de zogenaamde quasi-immuniteit van de uitvoeringsagent.

De werkgever kan op zijn beurt de vergoeding van deze schade enkel verhalen bij de werknemer wanneer het zou gaan om bedrog, een zware fout of een vaak voorkomende lichte fout (artikel 18 van de arbeidsovereenkomstenwet).

Wijziging vanaf 1/1/2025

De quasi-immuniteit wordt in het nieuwe aansprakelijkheidsrecht afgeschaft.

Dit houdt in dat de klant kan kiezen ten aanzien van wie hij zijn vordering tot het vergoeden van de schade richt, de werkgever of de werknemer. Indien de klant zich naar de werknemer zou richten, kan deze laatste zich wel beroepen op enerzijds de bescherming uit de arbeidsovereenkomstenwet (bedrog, zware fout of vaak voorkomende lichte fout) en de werkgever in het proces betrekken. Maar anderzijds kan de werknemer ook alle contractuele verweermiddelen die in het contract tussen de klant en de onderneming zijn opgenomen, tegen de klant inroepen.

De werknemer kan ondanks voormelde verweermiddelen toch aangesproken worden wanneer er sprake is van een aantasting van de fysieke of psychische integriteit of opzettelijk veroorzaakte schade.

Gevolgen

In de praktijk zullen klanten zich ook na de wijziging van het aansprakelijkheidsrecht hoogstwaarschijnlijk nog voornamelijk richten tot de werkgevers aangezien deze het meest solvabel zijn. Werknemers kunnen zich t.a.v. de werkgever ook beroepen op artikel 18 arbeidsovereenkomstenwet zodat de werkgever verplicht blijft om de schade uit fouten veroorzaakt door de werknemers bij klanten, ook de lichte fouten, te vergoeden.

Wanneer het een principekwestie is, of indien de werkgever insolvabel of failliet is, kan het echter zijn dat de klant zich rechtstreeks gaat richten naar de werknemer.

Gelet op voorgaande kan het aangewezen zijn om de overeenkomsten met de klanten na te kijken en eventueel aan te passen zodat de rechtstreekse aansprakelijkheid van de werknemers naar de toekomst toe ook buiten toepassing blijft.

Voorbeeld

Een bouwheer doet beroep op een onderaannemer voor de dakwerken. Het dakwerkbedrijf stuurt zijn werknemers naar de werf. Achteraf blijkt dat de werken niet volgens de regels van de kunst werden uitgevoerd en dat er een lek is in het dak. Voorheen kon de bouwheer zich voor deze gebrekkige uitvoering enkel richten tot de dakwerker.

Vanaf 1/1/2025 zal de bouwheer zich ook rechtstreeks kunnen richten tegen de werknemers van de dakwerker in kwestie. Echter zal de bouwheer dan moeten aantonen dat het over een zware fout of herhaaldelijke lichte fout gaat aangezien artikel 18 van de arbeidsovereenkomstenwet nog steeds van toepassing is. 

Moest in de overeenkomst tussen de klant en de dakwerker eveneens uitdrukkelijk opgenomen zijn dat afgezien wordt van de toepassing van artikel 6.3 NBW dan kan de bouwheer zich nog niet richten tegen de werknemer van de dakwerker aangezien de werknemer de middelen uit de overeenkomst kan inroepen tegen de bouwheer.

Inwerkingtreding

De inwerkingtreding van Boek 6 NBW is voorzien op 1 januari 2025. De bepalingen “zijn van toepassing op feiten die tot aansprakelijkheid kunnen leiden en die zich hebben voorgedaan na de inwerkingtreding.” Dat betekent dat deze nieuwe regels ook van toepassing zullen zijn wanneer het contract reeds werd gesloten voor 1 januari 2025 en wanneer de feiten zich voordoen na die datum.

Bron: Wet van 7 februari 2024 houdende boek 6 “Buitencontractuele aansprakelijkheid” van het Burgerlijk Wetboek, BS 1 juli 2024.

Deze website maakt gebruik van cookies om je gebruikservaring te optimaliseren. Door op “Accepteren” te klikken, ga je akkoord met het plaatsen van deze cookies.