Skip to main content
Sociaal-Juridisch

Hervorming aansprakelijkheidsrecht : impact op werknemers

By 28 maart 2024No Comments

Er ligt momenteel een wettekst op tafel dat het aansprakelijkheidsrecht hervormt. Deze hervorming heeft ook gevolgen voor de buitencontractuele aansprakelijkheid van de werknemers. Op heden kunnen klanten van een onderneming-werkgever enkel deze onderneming aanspreken wanneer zij schade zouden hebben geleden door een fout veroorzaakt door één van de werknemers van deze onderneming. Klanten kunnen zich dus niet rechtstreeks tot de werknemer richten voor de vergoeding van de schade (behoudens wanneer er sprake zou zijn van een misdrijf zoals o.a. diefstal etc.). Werknemers zijn immers beschermd tegen een rechtstreekse vordering van de klant. Het gaat over de zogenaamde quasi-immuniteit van de uitvoeringsagent.

De werkgever kan op zijn beurt de vergoeding van deze schade enkel verhalen bij de werknemer wanneer het zou gaan om bedrog, een zware fout of een vaak voorkomende lichte fout (artikel 18 van de arbeidsovereenkomstenwet).

Wijziging

De quasi-immuniteit wordt in het nieuwe aansprakelijkheidsrecht afgeschaft. De klant kan m.a.w. kiezen ten aanzien van wie hij zijn vordering tot het vergoeden van de schade richt, de werkgever of de werknemer. Indien de klant zich naar de werknemer zou richten, kan deze laatste zich wel beroepen op de bescherming uit de arbeidsovereenkomstenwet (bedrog, zware fout of vaak voorkomende lichte fout) en de werkgever in het proces betrekken.

De werknemer kan wel alle contractuele verweermiddelen tegen de klant inroepen, behoudens wanneer er sprake is van een aantasting van de fysieke of psychische integriteit of opzettelijk veroorzaakte schade.

Gevolgen

In de praktijk zullen klanten zich ook na de wijziging van het aansprakelijkheidsrecht hoogstwaarschijnlijk nog voornamelijk richten tot de werkgevers aangezien deze het meest solvabel zijn. Werknemers kunnen zich t.a.v. de werkgever ook beroepen op artikel 18 arbeidsovereenkomstenwet zodat de werkgever verplicht blijft om de schade uit fouten veroorzaakt door de werknemers bij klanten, ook de lichte fouten, te vergoeden.

Wanneer het een principekwestie is, of indien de werkgever insolvabel of failliet is, kan het echter zijn dat de klant zich rechtstreeks gaat richten naar de werknemer.

Gelet op voorgaande kan het aangewezen zijn om de overeenkomsten met de klanten na te kijken en eventueel aan te passen zodat de rechtstreekse aansprakelijkheid van de werknemers naar de toekomst toe ook buiten toepassing blijft.

Voorbeeld

Een bouwheer doet beroep op een onderaannemer voor de dakwerken. Het dakwerkbedrijf stuurt zijn werknemers naar de werf. Achteraf blijkt dat de werken niet volgens de regels van de kunst werden uitgevoerd en dat er een lek is in het dak. Voorheen kon de bouwheer zich voor deze gebrekkige uitvoering enkel richten tot de dakwerker.

Vanaf de inwerkingtreding van de nieuwe wet zal de bouwheer zich ook rechtstreeks kunnen richten tegen de werknemers van de dakwerker in kwestie. Wanneer blijkt dat er geen sprake is van bedrog, een zware fout of een vaak voorkomende lichte fout zal de dakwerker zijn werknemers wel moeten vrijwaren. 

Inwerkingtreding

De nieuwe wettekst is nog niet gepubliceerd. Dit zal hoogstwaarschijnlijk gebeuren in juni 2024. De inwerkingtreding is voorzien in januari 2025 (6 maanden na publicatie).

Bron: Wetsontwerp van 8 maart 2023 houdende boek 6 “Buitencontractuele aansprakelijkheid” van het Burgerlijk Wetboek, Parl. St. 2022-23, Doc 3213/012

Deze website maakt gebruik van cookies om je gebruikservaring te optimaliseren. Door op “Accepteren” te klikken, ga je akkoord met het plaatsen van deze cookies.