Een gepensioneerde kan onder bepaalde voorwaarden zijn/ haar pensioen combineren met een inkomen uit beroepsactiviteit. Of deze dan onbeperkt mag bijverdienen of niet wordt bepaald door de leeftijd, de loopbaanjaren en het type pensioen. In bepaalde gevallen moet de betrokken persoon deze beroepsactiviteit wel melden of aangeven (meldingsformulier).
1. Wettelijke pensioenleeftijd of een loopbaan van 45 jaar (rustpensioen)
De inkomsten uit een beroepsactiviteit zijn onbeperkt:
- vanaf 1 januari van het kalenderjaar waarin de gepensioneerde de wettelijke pensioenleeftijd bereikt;
De wettelijke pensioenleeftijd hangt af van de geboortedatum:
| Geboortedatum | Wettelijke pensioenleeftijd |
| Geboren vóór 01.01.1960 | 65 jaar |
| Geboren tussen 01.01.1960 en 31.12.1963 | 66 jaar |
| Geboren vanaf 01.01.1964 | 67 jaar |
of
- als de betrokken persoon vanaf het ogenblik dat het Belgisch pensioen inging een loopbaan had van 45 kalenderjaren (als werknemer, zelfstandige, ambtenaar,…). Elk van die 45 loopbaanjaren moet ook een gewoonlijke en hoofdzakelijke tewerkstelling hebben.
‘Gewoonlijke of hoofdzakelijke’ tewerkstelling houdt in:
- werknemer of ambtenaar: een tewerkstelling met een intensiteit van 1/3de van een voltijdse activiteit (104 VTE)
- zelfstandige: een minimumverzekering van 2 kwartalen met volledige bijdragebetaling.
2. Andere gepensioneerden
Gepensioneerden die niet aan één van beide voorwaarden voldoen (wettelijke pensioenleeftijd of 45 jaar loopbaan) mogen ook nog bijverdienen, maar hun toegelaten bruto beroepsinkomen is wel onderworpen aan een maximaal grensbedrag.
De grensbedragen worden jaarlijks geïndexeerd.
Als de gepensioneerde deze inkomstengrens overschrijdt, wordt zijn/ haar pensioen verminderd of geschorst.
Hieronder een overzicht van de grensbedragen voor 2026 :
| Voorwaarden | Kinderlast | Niet te overschrijden jaarbedrag | ||
Werknemer, ambt of mandaat | Zelfstandige of gemengd (werknemer en zelfstandige) | |||
| A |
| / | Onbegrensd | Onbegrensd |
| B |
| / | Onbegrensd | Onbegrensd |
| C |
| Neen | 10.432,00 EUR | 8.346,00 EUR |
Ja | 15.648,00 EUR | 12.519,00 EUR | ||
| D |
| Neen | 24.289,00 EUR | 19.431,00 EUR |
Ja | 36.434,00 EUR (+6.072 EUR bruto/jaar per kind ten laste) | 29.147,00 EUR (+ 4.858 EUR bruto/jaar per kind ten laste) | ||
| E |
| Neen | 30.132,00 EUR | 24.105,00 EUR |
Ja | 36.652,00 EUR | 29.321,00 EUR | ||
Pensioen en flexijob
Vanaf 01/01/2025 is er ook een bijkomende grensbedrag voor flexijobs ingevoerd.
Het grensbedrag is van toepassing wanneer de gepensioneerde :
- minder dan 45 loopbaanjaren heeft bij de start van het eerste Belgische rustpensioen (eventueel in combinatie met één of meerdere overlevingspensioenen) én
- de wettelijke pensioenleeftijd nog niet heeft bereikt.
Moet dus geen rekening houden met voormeld grensbedrag, de gepensioneerde die
- de wettelijke pensioenleeftijd al bereikt heeft en een eigen rustpensioen ontvangt.
- 45 jaar loopbaan heeft bij de start van het eerste Belgische rustpensioen.
- de huwelijkspartner is van iemand die een gezinspensioen ontvangt;
- enkel één of meerdere overlevingspensioenen ontvangt en geen rustpensioen;
- enkel ambtshalve gepensioneerd bent (bv. militairen of pensioen wegens lichamelijke ongeschiktheid);
- enkel een rustpensioen in een speciaal stelsel (vliegend personeel – zeevarende – mijnwerker) ontvangt en de loopbaan aan bepaalde voorwaarden voldoet.
Meer info en voorbeelden vind je hier.
Het bedrag van toepassing voor 2026 bedraagt 8.121 EUR.
Bron: Bericht van 17 december 2024 betreffende de indexering, vanaf 1 januari 2026, van de jaarbedragen bedoeld in artikel 64, §§ 2 en 3, van het koninklijk besluit van 21 december 1967 tot vaststelling van het algemeen reglement betreffende het rust- en overlevingspensioen voor werknemers, BS 26 november 2025.