Een student blijft ten laste van zijn ouders indien cumulatief aan drie voorwaarden voldaan is:
- De student maakt deel uit van het gezin 0p 1 januari van het jaar volgend op het inkomstenjaar.
- De ontvangen bezoldigingen van de student mogen geen beroepskosten uitmaken van de ouders, m.a.w. de student mag niet tewerkgesteld worden in het bedrijf van de ouders om ten laste te blijven.
- De nettobestaansmiddelen mogen een bepaalde grens niet overschrijven.
Via de wet houdende diverse bepalingen werd het bedrag aan netto bestaansmiddelen voor alle kinderen verhoogd van niet-geïndexeerd 1.800,00 euro naar niet-geïndexeerd 5.625,00 euro. Het geïndexeerd bedrag voor inkomstenjaar 2025 werd zo 12.000,00 euro netto belastbaar voor alle kinderen, ongeacht de samenlevingsvorm.
Voor inkomstenjaar 2026 is er sprake van een bedrag van 12.300 euro (geïndexeerd bedrag), voor alle kinderen ongeacht de samenlevingsvorm (onder voorbehoud van bevestiging door de fiscus).
De eerste schijf van 7.010 euro (IJ 2026) van de bezoldigingen verkregen door studenten in uitvoering van een studentenovereenkomst worden niet in aanmerking genomen worden om na te gaan of het kind de voormelde grens heeft overschreden.
Vervolgens moeten de werkelijke of forfaitaire kosten (20%) afgetrokken worden (min. 580 euro IJ 2026).
Opgelet: de student die inkomsten geniet, is verplicht een belastingaangifte in te dienen zelfs indien er geen belasting verschuldigd is (cf. belastingvrije som).