Skip to main content
Sociaal-Juridisch

Nieuwe invulling voor artikel 39ter arbeidsovereenkomstenwet?

By 30 november 2021No Comments

Artikel 39ter van de wet inzake arbeidsovereenkomsten voorziet dat de sectoren vijf jaar de tijd kregen om in bepaalde situaties van beëindiging van de arbeidsovereenkomst in een alternatieve invulling te voorzien van de opzeggingstermijn of -vergoeding ten belope van 1/3de ervan. Het artikel laat meer bepaald toe (voorlopig enkel theoretisch) om een deel van de opzegtermijn of -vergoeding in te vullen met maatregelen die de inzetbaarheid van de werknemer na ontslag verhogen: vorming, outplacement, begeleiding, … .

Evenwel is het artikel jarenlang een bron geweest van onenigheid tussen de sociale partners en werd het niet geïmplementeerd.

Aangezien de huidige regering en meer in het bijzonder de Minister van Werk sterk wil inzetten op versterking van de mobiliteit van de werknemer, opleidingen en omscholingen, maakt de hervorming van huidig artikel ook voorwerp uit van diens beleidsnota.

Huidig artikel 39ter

Het huidig artikel 39ter Arbeidsovereenkomstenwet bepaalt dat elke sector tegen uiterlijk 1 januari 2019 een cao moest sluiten waarvan in het geval van een opzeggingstermijn of opzeggingsvergoeding van werknemers die in geval van ontslag recht hebben op een opzeggingstermijn of -vergoeding van minstens 30 weken;

  • voor 1/3de omgezet moest worden in maatregelen die hun inzetbaarheid verhogen;
  • zonder dat de regeling tot gevolg mag hebben dat de opzeggingstermijn of de opzeggingsvergoeding lager zouden zijn dan 26 weken.

De outplacementbegeleiding kan, wanneer van toepassing, een onderdeel vormen van de één derde inzetbaarheidsverhogende maatregelen.

Er zou een bijzondere sociale bijdrage verschuldigd zijn wanneer een werknemer toch de volledige opzeggingstermijn presteert of de volledige opzeggingsvergoeding ontvangt terwijl deze eigenlijk in aanmerking komt voor een ontslagpakket.

De bijdrage zou enkel verschuldigd zijn op het deel van de opzeggingstermijn of de opzeggingsvergoeding dat aan de inzetbaarheidsverhogende maatregelen had moeten worden besteed. Die bijdrage zou gelijk zijn aan 3% ten laste van de werkgever en 1% ten laste van de werknemer.

De RSZ heeft hieromtrent in het verleden steeds het standpunt ingenomen dat deze bijzondere sociale bijdrage niet geïnd zal worden omdat de sectoren in gebreke blijven een regeling uit te werken.

Potentiële nieuwe invulling van artikel 39ter?

Gelet op de maatregelen die de Minister van Werk voor ogen heeft, wordt in de beleidsnota Werk ook een aanpassing van het betreffende artikel voorzien, zodat de werkelijke implementatie nu doorgang kan vinden.

Het toepassingsgebied blijft behouden. Het betreft m.a.w. werknemers waarvan de arbeidsovereenkomst wordt beëindigd, en die recht hebben op een opzeggingstermijn of -vergoeding van minstens 30 weken.

Ook hier wilt de Minister de opzeggingstermijn/vergoeding in 2 opsplitsen:

  • en deel ‘A’ dat overeenstemt met 2/3 van de totale opzeggingstermijn met een minimum van 26 weken;
  • deel ‘B’ dat het resterend gedeelte betreft.

Voor deel A blijven de gewone regels van toepassing zoals voorzien in de arbeidsovereenkomstenwet bij de beëindiging van de arbeidsovereenkomst.

Het resterend gedeelte zal uit worden betaald in de vorm van een opzeggingsvergoeding. De werkgeversbijdragen die op dit gedeelte worden betaald, zullen evenwel doorgestort worden naar specifieke dienstverleners (bijvoorbeeld outplacementbureaus of opleidingscentra). Er wordt hier verwezen naar de diensten zoals opgenomen in de wet van 5 september 2001 tot de verbetering van de werkgelegenheidsgraad van de werknemers.

Bijkomend zal de werknemer zich tijdens de periode die overeenstemt met het resterend gedeelte, ook beschikbaar moeten stellen en inzetbaarheidsmaatregelen moeten volgen die door de dienstverlener worden aangeboden.

Er worden bepaalde kwaliteitscriteria voorzien waaraan de inzetbaarheidsmaatregelen moeten voldoen.

De hervorming van artikel 39ter arbeidsovereenkomstenwet heeft in het verleden nog wel voorwerp uitgemaakt van de beleidsnota’s van de Ministers van Werk. Het is dus afwachten of de officiële hervorming er nu wel komt.

Bron: Beleidsnota Minister van Werk van 29 oktober 2021.

 

 

Deze website maakt gebruik van cookies om je gebruikservaring te optimaliseren. Door op “Accepteren” te klikken, ga je akkoord met het plaatsen van deze cookies.