Skip to main content
Sociaal-Juridisch

Nieuwe regels in het kader van de strijd tegen sociale fraude in de verhuissector

By 31 juli 2024No Comments

Op vraag van de verhuissector worden er nieuwe regels ingevoerd specifiek voor verhuisactiviteiten. Deze nieuwe regels kaderen in de strijd tegen sociale dumping en het verzekeren van arbeidsveiligheid.

Zoals reeds voorzien in de bouwsector en de schoonmaaksector zal er voorzien worden in een “aangifte van werken“, een aanwezigheidsregistratie en een hoofdelijke aansprakelijkheid voor loon en sociale schulden.

Aangifte van werken

De aannemer op wie een opdrachtgever een beroep doet voor ‘verhuisactiviteiten’ zal uiterlijk vanaf 1 januari 2027 een “aangifte van werken” moeten doen via de website van de RSZ voorafgaand aan de aanvang van de activiteiten en dit ongeacht het bedrag van de werkzaamheden.

Onderaannemers die op hun beurt onderaannemers inschakelen, moeten de aannemer daar vooraf schriftelijk over informeren en moeten ook de noodzakelijke inlichtingen verschaffen die de aannemer nodig heeft
voor de ‘aangifte van werken’.

Aanwezigheidsregistratie

Vanaf uiterlijk 1 januari 2027 zal voor elke arbeidsplaats waar verhuisactiviteiten worden verricht het begin en einde van de aanwezigheid van elke natuurlijke persoon geregistreerd moeten worden. De rustpauzes moeten niet geregistreerd worden.

De registratieplicht geldt bovendien enkel bij verhuisactiviteiten waarvoor de aannemer een ‘aangifte van werken’ moet doen.

Hoofdelijke aansprakelijkheid loonschulden

Er wordt een nieuwe bijzondere regeling ingevoerd uiterlijk op 1 juli 2025 die uitsluitend betrekking heeft op de hoofdelijke aansprakelijkheid voor activiteiten in de verhuissector. Er wordt in dat kader voorzien in een (nog op te richten) databank voor de controle op loonschulden. 
Voor de verhuissector wordt een inhoudings- en doorstortingsplicht ingevoerd wanneer een aannemer of onderaannemer in deze databank staat vóór het begin van de werkzaamheden of van zodra de inspectie hen ter kennis brengen dat hun aannemer of onderaannemer na aanvang van de werken werd opgenomen in de databank. Dit geldt ook voor de (intermediaire) aannemer die een beroep doet op een onderaannemer met
loonschulden.
Er zal dan sprake zijn van een hoofdelijke aansprakelijkheid ‘loonschulden’ bij de opdrachtgever die (on)rechtstreeks beroep doet op dergelijke werkgever/(onder)aannemer. Deze hoofdelijke aansprakelijkheid loonschulden heeft betrekking op het loon dat verschuldigd is aan de werknemer, maar dat nog niet werd betaald, noch door zijn werkgever, noch door diegene die is gehouden om het te betalen voor rekening van deze werkgever. Het gaat specifiek over het loon voor de arbeidsprestaties die de betrokken werknemers uitvoerden ten voordele van de hoofdelijk aansprakelijke persoon.
In dit kader is er een inhoudingsplicht op de facturen die de hoofdelijk aansprakelijke opdrachtgever of aannemer ontvangt:
  • inhouding van 65 % van het factuurbedrag als er ten aanzien van de aannemer geen verplichting tot inhouding bestaat voor sociale schulden;
  • inhouding van 50 % van het factuurbedrag als er ten aanzien van de aannemer wel een verplichting tot inhouding bestaat voor sociale schulden.

De regeling inzake hoofdelijke aansprakelijkheid heeft betrekking op de loonschulden ten aanzien van de werknemers uit de sector waarop die regeling van toepassing is. Onder verschuldigd loon verstaat men daarbij het loon dat verschuldigd is aan de werknemer, maar dat nog niet werd betaald, noch door zijn werkgever, noch door diegene die is gehouden om het te betalen voor rekening van deze werkgever. De hoofdelijke aansprakelijkheid slaat evenwel niet op de eventuele vergoedingen waarop een werknemer recht heeft ingevolge de beëindiging van zijn arbeidsovereenkomst.

De opdrachtgever moet de ingehouden bedragen doorstorten aan het Fonds tot vergoeding van de in geval van sluiting van ondernemingen ontslagen werknemers.

Hoofdelijke aansprakelijkheid sociale schulden

De opdrachtgever  en de aannemer die voor verhuisactiviteiten een beroep doet op een (onder)aannemer die sociale schulden heeft op het ogenblik van het afsluiten van de overeenkomst, is hoofdelijk aansprakelijk voor de betaling van de sociale schulden van zijn medecontractant. Daarnaast is de hoofdelijke aansprakelijkheid eveneens van toepassing op de sociale schulden van de aannemer of de onderaannemer die ontstaan in de loop van de uitvoering van de overeenkomst.

Deze hoofdelijke aansprakelijkheid geldt ook voor de sociale schulden van de vennoten van een tijdelijke maatschap, een stille maatschap of een maatschap die optreedt als aannemer of onderaannemer.

De hoofdelijke aansprakelijkheid is beperkt tot de totale prijs van de activiteiten toevertrouwd aan de aannemer of onderaannemer exclusief belasting over de toegevoegde waarde.

De opdrachtgever/ aannemer die voor verhuisactiviteiten een deel of het geheel van de prijs betaalt aan een (onder)aannemer die op het ogenblik van de betaling sociale schulden heeft, is verplicht bij die betaling 35% van het door hem verschuldigde bedrag, exclusief de belasting over de toegevoegde waarde, in te houden en te storten aan de RSZ.

 

Bron: Wet van 15/05/2024 houdende wijziging van het sociaal strafrecht en diverse arbeidsrechtelijke bepalingen, BS 21 juni 2024. 

Deze website maakt gebruik van cookies om je gebruikservaring te optimaliseren. Door op “Accepteren” te klikken, ga je akkoord met het plaatsen van deze cookies.