Ter herinnering
In het kader van de arbeidsdeal heeft de overheid in 2023 de inzetbaarheidsbevorderende maatregelen geïntroduceerd om de inzetbaarheid van de ontslagen werknemers op de arbeidsmarkt te verhogen.Het gaat specifiek om werknemers die worden ontslagen met een opzegtermijn of opzegvergoeding van minstens 30 weken. Deze inzetbaarheidsbevorderende maatregelen bleken in de praktijk echter moeilijk toepasbaar en werden daarom opnieuw bijgestuurd.
Opgelet:
- Werknemers die in een transitietraject zitten, hebben geen recht op afwezigheid met loonbehoud. Zij hebben echter wel recht op het budget van 1.800 euro.
- Werknemers die worden ontslagen in het kader van een herstructurering kunnen geen gebruikmaken van de inzetbaarheidsbevorderende maatregelen (cf. tewerkstellingscel).
Zie ook “Inzetbaarheidsbevorderende maatregelen – eenmalig forfaitair budget” en “Inzetbaarheidsbevorderende maatregelen bij ontslag van een werknemer“.
Onder “inzetbaarheidsbevorderende maatregelen” wordt verstaan elke maatregel, inzonderheid de opleiding en de begeleiding waaraan de werknemer deelneemt, die wordt verstrekt door een professionele dienstverlener en die bedoeld is om de werknemer in staat te stellen zelf binnen een zo kort mogelijke termijn een betrekking bij een nieuwe werkgever te vinden of een beroepsbezigheid als zelfstandige te ontplooien.
De reglementering werd aangepast zodat elke werknemer eenmalig een budget van 1.800 euro toegekend krijgt. Voorheen was het budget gekoppeld aan de werkgeversbijdragen op het tweede deel van de opzegtermijn/ opzegvergoeding.
Het bedrag van dit budget zal jaarlijks op 1 januari geïndexeerd worden en kan ook bijgestuurd worden via KB.
Aanvraagprocedure RVA
De begunstigde (werknemer, werkgever of professionele dienstverlener) die zich wenst te beroepen op de terugbetaling van de inzetbaarheidsbevorderende maatregelen kan hiervoor een aanvraag indienen bij de RVA.
Deze terugbetaling hiervan zal beperkt worden tot het voorziene budget van de maatregelen (max.1.800 euro) en dit in functie van de beschikbare fondsen.
Opgelet: een terugbetaling is enkel mogelijk voor intzebaarheidsbevorderende maatregelen die werd gevolgd binnen een specifieke periode, met name tot de laatste dag van het tweede kwartaal dat volgt op het kwartaal waarin de opzeggingstermijn effectief eindigt of waarin de einddatum van de periode gedekt door de opzeggingsvergoeding valt.
Deze aanvraag wordt verricht door middel van een specifiek formulier van de RVA en waaarbij de volgende stukken werden toegevoegd:
- een omstandige beschrijving van de gevolgde inzetbaarheidsbevorderende maatregelen en een verklaring, ondertekend door de begunstigde, dat de gevolgde maatregelen effectieve stappen naar een betrekking bij een nieuwe werkgever of de ontplooiing van een beroepsbezigheid als zelfstandige hebben beoogd;
- het bewijs van het effectief en volledig gevolgd hebben van de inzetbaarheidsbevorderende maatregelen;
- een overzicht van de kosten van de gevolgde inzetbaarheidsbevorderende maatregelen en een bewijs van de effectieve betaling daarvan;
- de financiële rekening waarop deze kosten dienen te worden terugbetaald aan de begunstigde;
- de naam en voornaam van de werknemer, zijn adres en zijn INSZ nummer;
- de naam van de werkgever, zijn adres en zijn ondernemingsnummer;
- de naam van de dienstverlener, zijn adres en zijn ondernemingsnummer;
De aanvraag tot terugbetaling moet bij de Rijksdienst toekomen uiterlijk op de laatste dag van het derde kwartaal dat volgt op het kwartaal waarin ofwel de effectieve einddatum van de opzeggingstermijn, ofwel de einddatum van de periode gedekt door de opzeggingsvergoeding, is gelegen.
Indien de Rijksdienst van oordeel is dat de aanvraag tot terugbetaling onvolledig is, stuurt hij deze binnen de maand na ontvangst terug met vermelding van alle ontbrekende documenten en inlichtingen.Het dossier moet behoorlijk aangevuld bij de Rijksdienst toekomen binnen een termijn van één maand ingaand de dag volgend op deze waarop de Rijksdienst de aanvraag terugzond.
De Rijksdienst kan de aanvraag tot terugbetaling geheel of gedeeltelijk weigeren indien hij vaststelt dat:
- de inzetbaarheidsbevorderende maatregelen niet beantwoorden aan de voorwaarden;
- de aanvraag onvolledig is en niet werd vervolledigd binnen de voorziene termijn;
- de inzetbaarheidsbevorderende maatregelen niet effectief en volledig werden gevolgd door de werknemer;
- de inzetbaarheidsbevorderende maatregel werden gevolgd buiten de voorziene periode;
- de aanvraag tot terugbetaling werd ingediend buiten de voorziene termijn, tenzij de begunstigde aantoont dat hij zich wegens een situatie van overmacht in de onmogelijkheid bevond om tijdig de aanvraag in te dienen.
De beslissing tot weigering wordt bij aangetekend schrijven ter kennis gebracht van de begunstigde en van de werknemer indien hij niet de begunstigde is.
Inwerkingtreding
Deze regels zullen ten laatste 1 april 2025 in werking treden voor ontslagen die zich voordoen vanaf de datum van inwerkingtreding.
De aanvraag tot terugbetaling bij de RVA kan ingediend worden vanaf 1 april 2025.
Bron: Wet van 15 mei 2024 houdende wijziging van het sociaal strafrecht en diverse arbeidsrechtelijke bepalingen; KB van 12 juni 2024 tot uitvoering van artikel 7, §1, derde lid en §1nonies van de Besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders, betreffende de procedure voor de terugbetaling van inzetbaarheidsbevorderende maatregelen; KB van 12 juni 2024 tot uitvoering van artikel 38, §3viciesbis van de Wet van 29 juni 1981 houdende de algemene beginselen van de sociale zekerheid voor werknemers, BS 24 juni 2024.