Skip to main content
Sociaal-Juridisch

Nuttige inzichten uit het jaarverslag van de Dienst Voorafgaande beslissingen in fiscale zaken (rulings)

By 30 juni 2026No Comments

De Dienst Voorafgaande Beslissingen (hierna ‘DVB’ genoemd) heeft haar jaarverslag van 2025 gepubliceerd.

Aan de betreffende Dienst worden rulings aangevraagd.

Een ruling (voorafgaande beslissing) kan worden gedefinieerd als een beslissing waarmee de FOD Financiën bepaalt hoe de belastingwetten zullen worden toegepast op een specifieke situatie of verrichting die op fiscaal vlak nog geen uitwerking heeft gehad.

Het bekomen van een ruling is geen must, maar zorgt wel voor rechtszekerheid.

Zo’n ruling geeft rechtszekerheid aan de aanvrager want ze bindt alle diensten van de FOD Financiën, m. a. w. alle diensten van de FOD Financiën moeten deze ruling in acht nemen (! niet de RSZ).

Een ruling moet echter wel een voorafgaandelijk karakter hebben en kan bijgevolg in principe alleen betrekking hebben op geplande of toekomstige situaties, niet op reeds uitgevoerde regelingen.

In het jaarverslag staan een aantal onderwerpen die mogelijks relevant zijn voor werkgevers.

Cafetariaplannen

Zoals geweten, zijn flexibele verloningsplannen of cafetariaplannen de laatste jaren zeer populair in de bedrijfswereld.

Zo’n cafetariaplan geeft een werknemer de mogelijkheid binnen het door de werkgever vastgelegde kader, een deel van hun actuele looncomponenten om te zetten in een budget dat ze naar eigen keuze kunnen aanwenden voor één of meerdere voordelen uit de door de werkgever aangeboden keuzemogelijkheden.

De DBV deelt mee in haar jaarverslag dat ze vastgesteld heeft dat de cafetariaplannen in de praktijk ook steeds ruimer worden. Naast de keuzemogelijkheden die toenemen, kunnen de werknemers hun budget soms gebruiken voor een terbeschikkingstelling van meerdere voordelen in natura van eenzelfde type. In de praktijk is dit bijvoorbeeld het geval bij de terbeschikkingstelling van ICT-materiaal. Zo bieden meer en meer werkgevers de keuzemogelijkheid aan om te opteren voor meer dan één toestel van hetzelfde type wat neerkomt op meer dan één laptop, smartphone en/of tablet. De werkgever beperken de terbeschikkingstelling wel vaak tot maximaal twee toestellen van hetzelfde type per werknemer.

Het belastbare voordeel wegens het persoonlijk gebruik van een kosteloos ter beschikking gestelde PC, tablet, internetaansluiting, mobiele telefoon of vast of mobiel telefoonabonnement wordt forfaitair vastgesteld op jaarbasis, zijnde

  • 72 euro voor een kosteloos ter beschikking gestelde vaste of mobiele PC;
  • 36 euro voor een kosteloos ter beschikking gestelde tablet of mobiele telefoon;
  • 60 euro voor de kosteloos ter beschikking gestelde internetaansluiting (vast of mobiel);
  • 48 euro per jaar voor een kosteloos ter beschikking gesteld vast of mobiel telefoonabonnement.

Voormelde forfaitaire waardering is lager dan de werkelijke waarde van deze ICT-toestellen. Daarnaast maakt de DVB zich de bedenking dat het ook niet ondenkbaar is dat de tweede laptop, tablet en/of smartphone voornamelijk wordt gebruikt door de partner en/of de kinderen van de werknemer in plaats van door de werknemer zelf.

De huidige wetgeving beperkt de forfaitaire waardering voor de terbeschikkingstelling van meerdere ICT-toestellen van hetzelfde type niet. De forfaitaire bedragen zijn dus van toepassing per ter beschikking gesteld toestel en moeten worden opgeteld in voorkomend geval.

Om eventuele misbruiken te vermijden is volgens de DVB aangewezen dat de berekening van het voordeel van alle aard op forfaitaire basis zou moeten worden beperkt tot het éérste toestel per type dat ter beschikking wordt gesteld. Het voordeel voor de terbeschikkingstelling van bijvoorbeeld een tweede ICT-toestel van hetzelfde type (bv. een 2e laptop) zou dan op basis van de reële waarde bepaald moeten worden.

Het betreft louter een advies van de DVB. De huidige regelgeving blijft dus gelden.

Specifieke voorgelegde casussen

  • Pakketten om privéreizen efficiënter en comfortabeler te maken – geen sociaal voordeel

Een onderneming heeft een ruling aangevraagd om na te gaan of het aanbieden van pakketten met diensten om privéreizen efficiënter en comfortabeler te laten verlopen, door o.a. een toegang tot de Fast Lane en/of toegang tot de business lounge te voorzien, kan aangeboden worden via een keuzemogelijkheid in een flexibel verloningssysteem of cafetariaplan. En zo ja, of deze keuzemogelijkheid desgevallend beschouwd kan worden als een sociaal voordeel.

De DVB is evenwel van mening dat de toekenning van voornoemde toegang tot Fast Lane en toegang tot de business lounge voor privématige verplaatsingen dient te worden beschouwd als een belastbaar voordeel van alle aard in hoofde van de werknemers, en er dus bedrijfsvoorheffing op het voordeel in hoofde van de werknemer verschuldigd is.

  • BV-vrijstelling ploegenarbeid-aannemingsovereenkomst

Een onderneming actief in de beveiligingssector stelt personeel ter beschikking aan haar cliënteel ter versterking van de bestaande bewakingsploegen.

Deze werknemers draaien mee in het ploegenregime (vroege/nacht) van de klant.

De onderneming is geen erkend erkend uitzendkantoor maar behoudens de locatie de voorwaarden betreffende de ploegenarbeid wel vervuld zijn, m.n. het werk wordt verricht in minstens twee ploegen van minstens twee werknemers, die hetzelfde werk doen, zowel qua inhoud als qua omvang en die elkaar in de loop van de dag opvolgen zonder dat er een onderbreking is tussen de opeenvolgende ploegen, zonder dat de overlapping meer bedraagt dan een vierde van hun dagtaak en waarbij alle werknemers die ploegenarbeid verrichten een ploegenpremie ontvangen.

De aanvrager vraagt zich af of de vrijstelling ook kan worden toegepast op deze situatie, ondanks het feit dat de ploegenarbeid niet op de eigen locatie wordt verricht.

De DVB interpreteert de bewoordingen van het toepasselijk artikel van de WIB letterlijk m.n. dat de ploegenarbeid moet worden verricht ‘in’ de onderneming. De specifieke uitzondering voor uitzendkantoren in datzelfde artikel wijst erop dat het werken op locatie bij derden in principe niet onder de gewone regeling valt. Ook eerdere precedenten bevestigen dat werknemers uit verschillende ondernemingen geen ploeg kunnen vormen in de zin van de wet. De situatie werd vergeleken met onder meer onderhoudsbedrijven die personeel detacheren, wat eerder werd uitgesloten van de vrijstelling.

De DVB is dus van oordeel dat de gevraagde vrijstelling niet kan worden toegepast wegens het ontbreken van een eigen ploegenorganisatie op locatie en het feit dat de onderneming geen erkend uitzendkantoor is.

Bron : Dienst Voorafgaande Beslissingen In fiscale zaken – Jaarverslag 2025, https://www.ruling.be/nl/downloads/jaarverslag-2025.

Deze website maakt gebruik van cookies om je gebruikservaring te optimaliseren. Door op “Accepteren” te klikken, ga je akkoord met het plaatsen van deze cookies.