Skip to main content
Sociaal-Juridisch

Provisies inzake vakantiegeld 2025

By 3 april 2025No Comments

Voor het jaar 2025 dient de werkgever geen wijzigingen door te voeren in de balansen voor de percentages van de provisies voor het vakantiegeld. Deze zijn namelijk ongewijzigd t.o.v. 2024.

De bedragen die op 31.12.2024 zijn geboekt op de balans voor de uitbetaling van het vakantiegeld van het personeel in 2025, worden aanvaard als beroepskosten als ze vallen binnen onderstaande grenzen:

  • 18,20 % van de vaste en veranderlijke bezoldigingen die in 2024 zijn toegekend aan bedienden die het voordeel van de wetgeving betreffende de jaarlijkse vakantie van werknemers genieten, verminderd met het in 2024 toegekende aanvullende vakantiegeld (dat aanvullende vakantiegeld mag ook niet worden opgenomen in de berekeningsgrondslag waarop bovenvermeld percentage moet worden toegepast)
  • 10,27 % van 108/100 van de lonen die in 2024 zijn toegekend aan werklieden en leerlingen die het voordeel van diezelfde wetgeving genieten.

De provisie die deze maxima niet overschrijden en die in de op 31 december afgesloten balansen geboekt werden, mogen als beroepskost beschouwd worden.

Opgelet: het in 2024 aan flexijobwerknemers toegekende flexiloon en flexivakantiegeld mag niet in de berekeningsgrondslag van het in 2025 te betalen vakantiegeld worden opgenomen daar de werkgever het vakantiegeld samen met het flexiloon moet uitbetalen.

De fiscus heeft daarbij ook verduidelijkt dat voormelde van toepassing zal blijven op de balansen van toekomstige boekjaren behoudens tegenbericht.

 

Bron: Circulaire 2025/C/15 over de in de balans geboekte bedragen voor de betaling van het vakantiegeld van het personeel, FOD Financiën, 02.04.2025.

Deze website maakt gebruik van cookies om je gebruikservaring te optimaliseren. Door op “Accepteren” te klikken, ga je akkoord met het plaatsen van deze cookies.