Het Europese parlement en de Raad van de EU hebben de aanvraagprocedure voor de gecombineerde vergunning gewijzigd. Door de invoering van één enkele aanvraagprocedure voor de gecombineerde vergunning in alle lidstaten wenst de Europese regelgever de regels die thans in de lidstaten van toepassing zijn, te vereenvoudigen en te harmoniseren.
Beslissingstermijn aanvraag
De bevoegde overheid moet uiterlijk 90 dagen na de datum van indiening van een volledige aanvraag, een besluit nemen over de aanvraag voor een gecombineerde vergunning.
Gedurende deze termijn moet de overheid ook reeds het arbeidsmarktonderzoek verricht hebben indien een dergelijke toets wordt uitgevoerd bij een individuele aanvraag voor een gecombineerde vergunning.
Als de voorziene termijn niet nageleefd werd, moeten de lidstaten zelf vastleggen welke gevolgen het uitblijven van een besluit heeft.
Plaats van aanvraag
De richtlijn voorziet dat de lidstaten aanvragen voor een gecombineerde vergunning in overweging moeten nemen en onderzoeken hetzij wanneer de derdelander buiten het grondgebied van de lidstaat verblijft, hetzij wanneer de derdelander reeds op het grondgebied van de lidstaat verblijft als houder van een geldige verblijfstitel. Het moet ook mogelijk zijn voor de lidstaten om aanvragen goed te keuren die worden ingediend door andere derdelanders die legaal op hun grondgebied verblijven.
Verandering van werkgever
Normaal is de gecombineerde vergunning werkgever-gebonden.
De nieuwe richtlijn voorziet nu dat wanneer een houder van een gecombineerde vergunning van werkgever verandert, de nieuwe werkgever de bevoegde instanties op de hoogte moet brengen van de details van de tewerkstelling. Een verandering in de arbeidsvoorwaarden, zoals het adres van de werkgever, de plaats waar het werk gewoonlijk wordt verricht, de arbeidsuren en het loon, vormt op zich geen verandering van werkgever
De lidstaten mogen wel een minimumperiode vastleggen gedurende welke de houder van een gecombineerde vergunning voor de eerste werkgever moet werken vooraleer hij van werkgever kan veranderen. Deze minimumperiode mag wel niet langer zijn dan zes maanden.
Intrekking van de gecombineerde vergunning
De gecombineerde vergunning mag niet worden ingetrokken gedurende een periode van ten minste drie maanden in geval van werkloosheid of zes maanden indien de derdelander al langer dan twee jaar houder is van de gecombineerde vergunning.
Inwerkingtreding
Het betreft een richtlijn die nog door de lidstaten in het nationaal recht omgezet moet worden.
De lidstaten krijgen hiervoor 2 jaar de tijd.
Bron : Richtl. van 24 april 2024 betreffende één enkele aanvraagprocedure voor een gecombineerde vergunning voor onderdanen van derde landen om te verblijven en te werken op het grondgebied van een lidstaat, alsmede inzake een gemeenschappelijk pakket rechten voor werknemers uit derde landen die legaal in een lidstaat verblijven, Publicatieblad Europese Unie, 30 april 2024.