Skip to main content
Sociaal-Juridisch

Scholingsbeding – strikte voorwaarden

By 24 december 2024No Comments

Een scholingsbeding is een beding waarbij de werknemer, die gedurende de uitvoering van zijn arbeidsovereenkomst een specifieke vorming volgt op kosten van de werkgever, zich ertoe verbindt om aan deze laatste een gedeelte van de vormingskosten terug te betalen ingeval hij de onderneming verlaat voor het einde van de door de partijen overeengekomen periode.

Voorwaarden

Aan een scholingsbeding zijn een aantal voorwaarden verbonden:

  • enkel in het kader van een arbeidsovereenkomst van onbepaalde duur.
  • Het jaarloon van de werknemer moet meer dan 43.106 € ( bedrag 2025 ) bedragen. Indien aan deze voorwaarde niet wordt voldaan en er wordt toch een scholingsbeding afgesloten, dan wordt dit als onbestaande beschouwd.

Opgelet: deze jaarloongrens geldt echter niet wanneer de werknemer een opleiding volgt voor een knelpuntberoep.

Wettelijk of reglementair verplichte vormingen/ opleidingen, ook deze voor een knelpuntberoep, moeten kosteloos aangeboden worden als die opleiding noodzakelijk is voor de functie waarvoor de werknemer is aangeworven. Er wordt voorzien dat in zo’n geval deze opleiding/ vorming niet het voorwerp kan uitmaken van een scholingsbeding. De tijd gedurende dewelke de werknemer de opleiding volgt moet beschouwd worden als arbeidstijd en dus ook als dusdanig verloond worden.

Bijkomend mag geen scholingsbeding ingelast worden als de werkgever deze verplichte opleidingen oplegt.

  • Het moet gaan om een specifieke, reële en serieuze vorming, die de werknemer wil toelaten nieuwe professionele competenties te verwerven, die ook bruikbaar zijn buiten de onderneming.
  • De duur van een scholingsbeding moet in verhouding staan tot de kostprijs en de duur van de vorming en mag niet langer zijn dan drie jaar. 
  • Begrenzing bedrag: De terugbetaling indien de werknemer voor afloop de onderneming verlaat, moet degressief bepaald worden.
  • Het bedrag mag dan ook niet meer bedragen dan:
    • 80 % van de kost ingeval van vertrek vóór 1/3 van de overeengekomen periode;
    • 50 % van de kost ingeval van vertrek tussen 1/3 en uiterlijk 2/3 van de overeengekomen periode;
    • 20 % van de kost ingeval van vertrek na 2/3 van de overeengekomen periode.

Het bedrag mag bovendien nooit meer bedragen dan 30 % van het jaarlijks loon van de werknemer.

Wanneer deze voorwaarden niet vervuld zijn, wordt het scholingsbeding als onbestaand beschouwd wat betekent dat het geen enkel juridisch gevolg zal hebben. De beoordeling van de geldigheid van het beding zal gebeuren op het ogenblik waarop één van de partijen om de toepassing van het beding verzoekt.

Op straffe van nietigheid moet het scholingsbeding schriftelijk worden vastgesteld, ten laatste op het ogenblik van de aanvang van de verstrekte opleiding. Het geschrift moet individueel zijn.

Bron : Artikel 22bis van de wet van 3 juli 1978 betreffende de arbeidsovereenkomsten

Deze website maakt gebruik van cookies om je gebruikservaring te optimaliseren. Door op “Accepteren” te klikken, ga je akkoord met het plaatsen van deze cookies.