Op 26/06/2024 werd het sectorakkoord 2023 – 2024 getekend door de sociale partners in de uitzendsector (PC 322.00).
Pensioenpremies
De bestaande percentages voor de pensioenpremies werden verlengd vanaf 01/07/2024 t.e.m. 30/06/2026.
Zie ook “Sectorakkoord 2023 – 2024: verlenging bestaande pensioenpremies vanaf 01/07/2024“.
Verplaatsingsvergoedingen
Er werd een nieuwe sectorale cao gesloten betreffende de terugbetaling van de verplaatsingskosten van de uitzendkrachten. Deze cao heeft suppletieve werking. Zij wordt toegepast op de uitzendkrachten die ter beschikking gesteld worden van gebruikers bij wie geen sectorale of ondernemingsbepalingen gelden inzake de terugbetaling van de verplaatsingskosten voor het gebruik van de eigen vervoermiddelen van de uitzendkracht.
- Privévervoer: er wordt een nieuwe tabel met nieuwe bedragen ingevoerd die zullen gelden vanaf 1 september 2024. Er is geen periodieke indexatie voorzien van deze bedragen.
- Derdebetalersregeling: in principe geldt dat indien bij de gebruiker de derdebetalersregeling van toepassing is dat dit ook toegepast moet worden voor de uitzendkrachten. In afwachting van een praktische oplossing betreffende de derdebetalersregeling geldt voor de uitzendkrachten die het openbaar vervoer gebruiken een terugbetaling van minimum 80 % van de prijs van hun abonnement.
- Fietsvergoeding: de sectorale cao m.b.t. de fietsvergoeding wordt opgeheven vanaf 1 september 2024 zodat vanaf die datum CAO nr. 164 van toepassing is.
Eindejaarspremie – intentieverklaring
Een aanpassing van de eindejaarspremie zodat voor uitzendkrachten-arbeiders de vakantiedagen onder contract gelijkgesteld worden voor de berekening van de anciënniteitsvoorwaarde van 65 dagen is gekoppeld aan de afschaffing van de intentieverklaring (hiervoor is een wetswijziging vereist!). Dit zou dan ten vroegste vanaf de eindejaarspremie van 2025 gelijkgesteld worden (referteperiode 01/07/2024 – 30/06/2025).
In advies nr. 2.432 heeft de NAR zich uitgesproken over de uitvoering van het sectorakkoord van 26/06/2024 van PC 322.
In het sectorakkoord vragen de sociale partners om rekening houdend met de geldende regelgeving inzake uitzendovereenkomsten en de afschaffing van de 48-urenregel, om de intentieverklaring voorzien door het artikel 8, §2, eerste lid van de wet van 24 juli 1987 (uitzendarbeidwet), af te schaffen (incl. de sanctie op het niet-sluiten van de intentieverklaring).
De NAR vraagt dat de nodige stappen worden ondernomen om een ontwerp van wetgevende tekst, waarin de wijzigingen zijn opgenomen, aan het Parlement voor te leggen.
Aanvullende vergoeding bij ziekte
Voor de toekenning van een aanvullende vergoeding bij ziekte is er een verschillende regeling op basis van het moment waarop de ziekte een aanvang neemt.
- eerste werkdag na het einde van een uitzendovereenkomst –> sectorale regeling via sectorale cao in PC 322
- ziekte die begint tijdens de arbeidsovereenkomst en voortduurt na het einde van de overeenkomst –> CAO nr. 47ter.
De sociale partners wensen de anciënniteitsvoorwaarde aan te passen zodat er hierbij enkel nog gekeken wordt naar de anciënniteit bij het uitzendkantoor (en niet langer de tewerkstelling bij eenzelfde klant-gebruiker).
Er werd een nieuwe sectorale cao gesloten in PC 322 m.b.t. de bijkomende vergoeding in geval van arbeidsongeschiktheid na een arbeidsovereenkomst voor uitzendarbeid (d.d. 26/06/2024). Deze cao werd gesloten voor bepaalde duur en treedt in werking op 1 juli 2024 en verstrijkt op 30 juni 2026.
- Wanneer een arbeidsongeschiktheid als gevolg van een ziekte of een ongeval van gemeen recht een aanvang neemt na het einde van de arbeidsovereenkomst voor uitzendarbeid en uiterlijk
op de eerste werkdag na het einde van deze arbeidsovereenkomst, heeft de uitzendkracht ten laste van het uitzendkantoor recht op een bijkomende vergoeding, bovenop de uitkering betaald door het
ziekenfonds. - Deze vergoeding is verschuldigd voor elke werkdag die niet werd gepresteerd als gevolg van de arbeidsongeschiktheid, met een maximum van 5 of 6 dagen, naargelang de werknemer in het 5 of 6 dagenstelsel tewerkgesteld was.
- Hiervoor gelden volgende cumulatieve voorwaarden:
- Op het ogenblik waarop de arbeidsongeschiktheid een aanvang neemt, een anciënniteit heeft van 65 dagen gewerkt bij het uitzendkantoor (cf. art. 13 uitzendarbeidwet);
- Uiterlijk de tweede werkdag na het einde van de arbeidsovereenkomst voor uitzendarbeid levert de uitzendkracht het bewijs van de arbeidsongeschiktheid (ziektebriefje).
- De vergoeding is niet verschuldigd indien het uitzendkantoor het bewijs levert dat de uitzendkracht, ook zonder enige vorm van arbeidsongeschiktheid, gedurende de periode (gedekt door de vergoeding), geenszins voor
rekening van het uitzendkantoor bij de klant-gebruiker zou gewerkt hebben.
Zoals gevraagd in het sectorakkoord van PC 322 werd de anciënniteitsvoorwaarde op gebruikersniveau ook afgeschaft in CAO nr. 47 ter (via CAO nr. 47 ter/1). Deze wijziging treedt retroactief in werking op 1 september 2024.
- In geval de arbeidsovereenkomst voor uitzendarbeid een einde neemt tijdens de periode van gewaarborgd loon, heeft de uitzendkracht ten laste van het uitzendkantoor recht op een vergoeding tot het einde van de periode van dertig dagen te rekenen vanaf de eerste dag gewaarborgd loon.
- Hiervoor gelden volgende cumulatieve voorwaarden:
- Op het ogenblik waarop de arbeidsongeschiktheid een aanvang neemt, een anciënniteit heeft van 1 maand (30 dagen) bij het uitzendkantoor;
- Uiterlijk de tweede werkdag na het einde van de arbeidsovereenkomst voor uitzendarbeid levert de uitzendkracht het bewijs van de arbeidsongeschiktheid (ziektebriefje).
- De vergoeding is niet verschuldigd indien het uitzendkantoor het bewijs levert dat er normaal geen nieuwe arbeidsovereenkomst voor uitzendarbeid bij dezelfde gebruiker zou gesloten zijn, na het beëindigen van deze tijdens dewelke de schorsing wegens arbeidsongeschiktheid een aanvang heeft genomen.
Sociale voordelen
Er werd een nieuwe cao gesloten voor de toekenning van een aanvullende vergoeding in geval van technische of economische werkloosheid en dit zowel voor de arbeiders als de bedienden.
De bijkomende vergoeding bedraagt 4,70 EUR (bedrag 2024, jaarlijkse indexatie) per werkdag die, omwille van de werkloosheid, niet werd gepresteerd en is verschuldigd tot het einde van de lopende arbeidsovereenkomst voor uitzendarbeid. Fe aanvullende vergoeding wordt toegekend door het SFU.
Deze cao geldt voor de periode 01/07/2024 – 30/06/2026.
Opgelet: daarnaast is het uitzendkantoor ertoe gehouden de bijkomende aanvullende vergoeding van 5,10 euro per dag tijdelijke werkloosheid (m.u.v. tijdelijke werkloosheid overmacht) gedekt door een tijdelijke werkloosheidsuitkering (6-dagenstelsel) toe te kennen aan de uitzendkrachten. Zie ook “Nieuw bedrag bijkomende aanvullende vergoeding bij tijdelijke werkloosheid vanaf 01/05/2024″
Hospitalisatieverzekering
In het voorgaande sectorakkoord 2021 – 2022 hadden de sociale partners hebben zich geëngageerd om een hospitalisatieverzekering in te voeren in de uitzendsector voor uitzendkrachten met een minimale anciënniteit bij dezelfde klant-gebruiker en hetzelfde uitzendkantoor en dit op basis van het equal pay principe (met name indien het vast personeel recht heeft op een hospitalisatieverzekering). De praktische details en uitvoeringsmodaliteiten zouden door een paritaire werkgroep verder uitgewerkt worden na keuze van een partner (verzekeringsmaatschappij).
De regeling hieromtrent is nog steeds niet uitgewerkt en maakt ook geen onderdeel uit van het huidige sectorakkoord.
Naar verwachting zal hierover in een latere fase nog verdere besprekingen volgen.