Op basis van de arbeidsovereenkomstenwet hebben werknemers het recht om naar aanleiding van bepaalde familiegebeurtenissen van het werk afwezig te zijn (klein verlet). Het overlijden van een naast familielid is een van
de gebeurtenissen die aanleiding geven tot klein verlet. De duur ervan varieert naar gelang van de band tussen de overledene en de werknemer.
Het wetsvoorstel beoogt de gevallen van overlijden in de naaste kring van de werknemer, dat wil zeggen als de overledene de partner is, een kind van de betrokkene of van zijn partner, de vader of moeder, de schoonvader of
schoonmoeder, de tweede echtgenoot van de moeder of de tweede echtgenote van de vader.
Op basis van de huidige regels bedraagt het verlof dan drie dagen (behoudens uitzondering op sectorniveau of ondernemingsniveau), die de werknemer vrij kan kiezen in de periode die aanvangt met de dag van het overlijden en eindigt met de dag van de begrafenis bij het overlijden van de partner, een kind of de vader of moeder.
In de memorie van toelichting staat dat het is duidelijk dat drie dagen niet volstaan om de schok van het overlijden van zo’n naaste persoon te boven te komen. Die termijn volstaat nauwelijks om de uitvaart te regelen en de nodige stappen met betrekking tot het overlijden te ondernemen.
Via het wetsvoorstel wil men het rouwverlof uitbreiden naar 10 dagen, waarvan de eerste drie door de werkgever betaald blijven en de laatste zeven aanleiding geven tot een uitkering ten laste van de ziekte- en invaliditeitsverzekering (mutualiteit).
Het zou concreet gaan over 10 dagen rouwverlof door de werknemer te kiezen tijdens een periode van één jaar vanaf de dag van het overlijden.
De inwerkingtreding is voorzien op 1 februari 2025, maar het wetsvoorstel moet uiteraard eerst nog goedgekeurd worden in het parlement.
Bovenstaande bespreking is gebaseerd op ontwerpteksten en onder voorbehoud van publicatie in het Belgisch Staatsblad.
Bron: wetsvoorstel van 5/11/2024 tot verlenging van het rouwverlof tot tien dagen bij overlijden van een naast familielid, Parl. St Kamer 2024 – 2025, 0463/001.