Skip to main content
Sociaal-Juridisch

Wettelijk kader voor samenlevingsdienst

By 28 juni 2024No Comments

De Samenlevingsdienst brengt jongeren tussen 18 en 25 jaar oud samen in gedifferentieerde groepen in een maatschappelijk, sociaal en solidair traject. Gedurende zes maanden gaan de jongeren aan de slag met een maatschappelijk project in hulpverlening, cultuur, onderwijs, duurzame ontwikkeling of sport en krijgen ze kansen om bij te leren.

De samenlevingsdienst bestond al sinds 2007 maar er bestond hiervoor nog geen juridische basis. Sinds 31/05/2024 voorziet de wet tot invoering van een Samenlevingsdienst het wettelijk kader.

Samenlevingsdienst

Een samenlevingsdienst wordt gedefinieerd als een regeling waarbij burgers zich gedurende een lange periode op substantiële wijze kunnen inzetten voor een project van algemeen belang bij een gastorganisatie en waarbij hij een passende vergoeding ontvangt teneinde de burgerzin, de sociale diversiteit, de solidariteit en de individuele autonomie te bevorderen.

Erkende gastorganisatie

Een gastorganisatie wordt gedefinieerd als een vooraf erkende dienst, instantie of vereniging die belast is met de ontvangst van burgers in dienst.

In de wet wordt opgesomd welke vennootschapsvormen erkend kunnen worden als gastorganisatie, met name:

  • instellingen van de overheidssector met uitzondering van instellingen die een industriële of commerciële activiteit uitoefenen;
  • federale instellingen van openbaar nut;
  • vzw’s;
  • stichtingen;
  • feitelijke verenigingen;
  • coöperaties erkend als sociale onderneming.

Opgelet: In geval van een gezondheidscrisis of een ander geval van overmacht, kan het Agentschap zijn goedkeuring verlenen aan een zorginstelling met een andere rechtsvorm dan de hiervoor vermelde vennootschapsvormen totdat voornoemde situatie is opgelost.

Voorafgaand moet de gastorganisatie een erkenning krijgen. Hiervoor is het vereist om een aanvraag in te dienen bij het Agentschap en daarbij moet reeds aangegeven worden hoeveel burgers in dienst zij wil ontvangen.

Een dienst, instantie of vereniging die een aanvraag tot erkenning als gastorganisatie indient, mag pas burgers in dienst nemen nadat het Agentschap zijn goedkeuring heeft verleend.

Binnen drie maanden na de aanvraag verleent het Agentschap de erkenning aan de kandidaat die aan de volgende voorwaarden voldoet:

  • de dienst, de instantie of de vereniging moet over voldoende personeel en faciliteiten beschikken om een permanente omkadering voor de burgers in dienst te waarborgen;
  •  de activiteit van de organisatie moet gericht zijn op het algemeen belang, in het bijzonder op de volgende domeinen:
    a. sociale actie, sociale cohesie en solidariteit;
    b. milieu, natuurbehoud, duurzame ontwikkeling, ecologische transitie, de strijd tegen de klimaatopwarming;
    c. cultuur en het promoten van cultuur;
    d. diensten voor gezondheidszorg en persoonlijke verzorging en gezondheidspromotie;
    e. de promotie en beoefening van sport;
    f. civiele bescherming;
    g. onderwijs;
    h. erfgoed en het promoten van erfgoed;
    i. ontwikkelingssamenwerking;
    j. justitie.

Er wordt voorzien dat de erkenning kan worden ingetrokken van elke gastorganisatie die niet langer voldoet aan de voorwaarden, die zich schuldig heeft gemaakt aan het misbruiken van de opdracht van de samenlevingsdienst voor doeleinden die niet zijn voorzien voor de Samenlevingsdienst of de niet-naleving van driepartijenovereenkomst.

Een gastorganisatie kan bij het Agentschap een verzoek indienen om tijdelijk niet beschikbaar te worden verklaard voor het ontvangen van burgers in dienst, waarbij de periode van onbeschikbaarheid pas ingaat na afloop van de opdracht van de burger(s) die door de gastorganisatie worden ontvangen. Het verzoek moet worden gerechtvaardigd door onmogelijke omstandigheden of ernstige tijdelijke materiële, morele of juridische problemen om burgers tijdens deze periode in dienst te nemen. De periode van onbeschikbaarheid mag niet langer duren dan één jaar. Indien de organisatie na die periode nog steeds niet in staat is burger van dienst te ontvangen, kan het Agentschap haar erkenning intrekken.

Een gastorganisatie kan ook verzoeken om intrekking van haar erkenning. Deze intrekking kan pas ingaan na afloop van de opdracht van de burger(s) die door de gastorganisatie wordt/worden ontvangen. Met het oog op de voortdurende verbetering van de Samenlevingsdienst zal de gastorganisatie worden verzocht haar verzoek tot intrekking te motiveren.

Burger in dienst

De Samenlevingsdienst is toegankelijk voor iedere persoon die in België verblijft en die de volgende voorwaarden vervult:

  • in België wonen;
  • tussen 18 jaar – 15 jaar oud zijn;
  •  zich niet bevinden in één van de uitzonderingsgevallen (o.a. personen die reeds in dienst geweest zijn bij de Dienst Collectief Nut of een Samenlevingsdienst, personen die veroordeeld geweest zijn tot een gevangenisstraf voor bepaalde in de wet opgesomde misdaden en wanbedrijven. In uitzonderlijke gevallen kan een persoon die valt onder deze uitzonderingsgevallen toch toegelaten worden.

Iedere persoon die in dienst wenst te treden bij de Samenlevingsdienst stelt zich kandidaat voor het statuut van burger in dienst bij het Agentschap, door tussen de beschikbare opdrachten drie opdrachten aan te duiden in orde van voorrang.

Het statuut van burger in dienst wordt toegekend aan iedere persoon die in dienst treedt bij de Samenlevingsdienst, vanaf de eerste dag van zijn indiensttreding tot aan het einde ervan.

Het statuut van burger in dienst is verschillend van dat van de werknemer, de zelfstandige, de ambtenaar en de vrijwilliger.
De activiteiten die aangeboden worden aan de burgers in dienst in het kader van hun opdracht, mogen niet overeenstemmen met vaste jobs die geregeld worden door de statuten van het openbaar ambt, noch met jobs die noodzakelijk zijn voor de normale werking van de gastorganisatie en die kunnen ingenomen worden door werknemers met een arbeidsovereenkomst, noch met activiteiten die overeenstemmen met deze die gewoonlijk uitgevoerd worden door zelfstandigen bij de gaststructuur.

Behalve in geval van bedrog, zware fout of eerder gewoonlijk dan toevallig voorkomende lichte fout van de burger in dienst, is deze, behalve als het om schade gaat die hij zichzelf toebrengt, niet burgerlijk aansprakelijk voor de schade die hij veroorzaakt bij het uitoefenen van zijn opdracht. Het Agentschap sluit tot dekking van de risico’s verbonden aan de samenlevingsdienst een verzekering die de burgerlijke aansprakelijkheid van de burger in dienst dekt.

Duur

De duur van de Samenlevingsdienst mag niet minder zijn dan zes maanden en niet meer dan een jaar en is niet hernieuwbaar.

De burger in dienst heeft het recht om zijn prestaties in het kader van de Samenlevingsdienst te schorsen, ter gelegenheid van de geboorte van een kind waarvan de afstamming langs zijn zijde vaststaat, gedurende twintig dagen, door hem te kiezen binnen vier maanden te rekenen vanaf de dag van de bevalling (geboorteverlof). Daarnaast geniet de burger in dienst geniet ook de moederschapsbescherming zoals vastgelegd in de Arbeidswet en is de duur van de Samenlevingsdienst geschorst door de arbeidsonderbreking in het kader van moederschapsbescherming (bevallingsverlof).

Driepartijenovereenkomst

De door de burger uitgevoerde opdracht bij de gastorganisatie moet het voorwerp uitmaken van een schriftelijke overeenkomst tussen de burger in dienst, de gastorganisatie en het Agentschap.

Deze overeenkomst moet de volgende verplichte vermeldingen bevatten:

  • de begin- en einddatum van de door de burger in dienst bij de gastorganisatie uitgevoerde opdracht;
  • de duur van de uitgevoerde opdracht per week van zeven dagen, die maximaal achtentwintig uur bedraagt met minstens één dag zonder activiteit;
  • de duur van de uitgevoerde opdracht per dag, die niet meer dan negen uur mag bedragen, behoudens overmacht;
  • de vermelding van het aanspreekpunt van de burger in dienst bij de gastorganisatie;
  • de wederzijdse verplichtingen van de partijen met betrekking tot de organisatie van de uitgevoerde opdracht;
  • de voorwaarden voor de beëindiging van de overeenkomst, in geval van onmogelijkheid om de opdracht verder uit te voeren, inzonderheid de duur van de opzeggingstermijn, die in geval van een ontslag gegeven door de gastorganisatie niet korter mag zijn zeven kalenderdagen wanneer de burger minder dan 3 maanden in dienst is, en veertien kalenderdagen wanneer de burger minstens 3 maanden in dienst is;
  • de mogelijkheid voor de burger in dienst die dat wenst om tijdens zijn opdracht op persoonlijke wijze begeleid te worden door een deskundige op psychosociaal gebied;
  • de redelijke aanpassingen om de uitvoering van de opdracht te vergemakkelijken voor burger in dienst met bijzondere noden.

Via KB kunnen nog andere verplichte vermeldingen toegevoegd worden die in de overeenkomst moeten worden opgenomen.

De burger in dienst kan een opdracht uitvoeren in twee gastorganisaties, op voorwaarde dat hij de wekelijkse opdrachtduur van 28 uren niet overschrijdt, met inbegrip van de eventuele reistijd tussen de gastorganisaties waar op dezelfde dag een opdracht wordt uitgevoerd.

Naast de opdracht uitgevoerd in een gastorganisatie, neemt de burger in dienst deel aan burgerschapsmodules in zijn samenlevingsgroep, ten belope van vijftien tot vijfentwintig dagen, gelijkmatig verdeeld over de totale duur van de samenlevingsdienst.

Vergoeding

De burger in dienst ontvangt van het Agentschap een vergoeding die in verhouding is met het aantal dagen besteed aan de Samenlevingsdienst. Dit bedrag heeft geen impact op werkloosheidsuitkering, de inschakelingsuitkering, het leefloon, en de uitkering vervangingsinkomen. Deze kunnen bijgevolg gecumuleerd worden met de vergoeding van de samenlevingsdienst.

Het bedrag zal nog vastgesteld worden via KB.

De dienstdagen vervuld in het kader van de samenlevingsdienst worden ook in aanmerking genomen voor het doorlopen van de wachttijd in het kader van de werkloosheidsreglementering.

Inwerkingtreding

Deze wet is in werking getreden op de dag van publicatie in het Belgisch Staatsblad, zijnde 31 mei 2024.

Er wordt voorzien in een evaluatie van deze wet voor 31/12/2026.

Bevoegdheidsoverschrijding?

De Raad van State heeft in haar advies aangegeven dat de federale wetgever niet bevoegd is in het kader van jeugdbeleid en vorming. In de memorie van toelichting heeft de federale wetgever verduidelijkt dat
de Samenlevingsdienst niet kadert in een jeugdbeleid, maar wel in de bevordering van het burgerschap, een materie die onder de residuaire bevoegdheid van de federale overheid valt.

Desondanks heeft de Vlaamse Regering een beroep tot nietigverklaring ingediend bij het Grondwettelijk Hof.

 

Bron: Wet van 15 mei 2024 tot invoering van een Samenlevingsdienst, BS 31 mei 2024.

Deze website maakt gebruik van cookies om je gebruikservaring te optimaliseren. Door op “Accepteren” te klikken, ga je akkoord met het plaatsen van deze cookies.